Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#505 Kun je uitleg geven over de kruisiging en de opstanding?

Kun je een eenvoudige uitleg geven van de kruisiging en de opstanding?

Antwoord: Zoals je weet zijn de kruisiging en de opstanding de basis van het traditionele Christendom. In de kern ervan bevinden zich geloofsovertuigingen over zonde, verzoening, opoffering, verlossing en dood. In Een cursus in wonderen herinterpreteert Jezus ieder van deze concepten. De Cursus onderwijst dat de afscheiding nooit echt gebeurd is, en dat daarom de wereld niet bestaat. Onze ervaring in de droom, inclusief de kruisiging en de opstanding van de historische Jezus, is onderdeel van de illusie. Dat is de eenvoudigste verklaring die de Cursus biedt. Maar omdat we nu eenmaal geloven in de afscheiding en de werkelijkheid van de wereld en zijn ‘geschiedenis’, herinterpreteert Jezus, op een ander niveau, de ‘gebeurtenissen’ waarvan we geloven dat ze gebeurd zijn, en de concepten waarop ze gebaseerd zijn.

In het Tekstboek zegt hij: “De werkelijke betekenis van de kruisiging ligt in de ogenschijnlijke intensiteit van de gewelddaad van enkele van de Zonen van God tegen een andere. Dit is uiteraard onmogelijk en dat dit onmogelijk is moet ten volle worden begrepen. Anders kan ik niet als leermodel dienst doen” (T6.I.3:4-6). Jezus is een symbool van het deel van onze denkgeest dat de waarheid aanvaardt van wie we zijn. En daarmee identificeert hij zich niet met het lichaam, aanvaardt hij zijn identiteit als Gods onschuldige Zoon, en weet hij dat zijn leven alleen in God is. Dit is waar de Cursus naar verwijst als de aanvaarding van de Verzoening. Door deze erkenning wordt het verkregen; niet door opoffering, noch door de dood. De kruisiging wordt dan, zoals Jezus zegt: “…een extreem voorbeeld, meer niet. Haar waarde ligt, zoals de waarde van elk leermiddel, uitsluitend in het soort leerproces dat ze vergemakkelijkt” (T6.I.2:1,2).

Heel eenvoudig gezegd onderwijst de kruisiging dat Jezus leek te sterven en op te staan uit de dood, wat was bedoeld om ons te leren dat we geen lichaam zijn, dat niets wordt bereikt door de dood, dat er niets gebeurd is. Wanneer we dit aanvaarden zijn we ‘opgestaan’ in die zin dat we verrijzen uit de dood van de leugens van het ego, tot het leven van waarheid: “Heel simpel: de opstanding is het overwinnen of te boven komen van de dood. Het is een herontwaken of een wedergeboorte, een verandering van denken over de betekenis van de wereld. Het is het aanvaarden van de interpretatie die de Heilige Geest van het doel van de wereld heeft, het aanvaarden van de Verzoening voor jezelf. Het is het eind van dromen van ellende, en het blijde gewaarzijn van de laatste droom, die van de Heilige Geest” (H28.1:1-4).