Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#807 Wat zegt Een cursus in wonderen over de orkaan Katrina?

Drie vragen die we kregen over de orkaan Katrina (in 2005, noot vert.) aan de Golfkust zullen samen worden beantwoord:

(i) Wat zou Een cursus in wonderen zeggen over de orkaan die New Orleans en het omliggende gebied vernietigd heeft en dat nog steeds doet? Als een persoon die hier in 'de droom' woont, zie ik ras en klasse als de olifant in de porseleinkast. Ik ervaar ook verdriet en angst.

(ii) Kun je ons enkele wijze woorden geven over hoe je op orkaan Katrina moet reageren, in het bijzonder op het niveau van de wereld waarvan we geloven dat die werkelijk is? Eerst deed ik mee met het schuld-spel, maar toen kwam het in me op dat niemand enige verantwoordelijkheid leek te nemen, noch persoonlijk noch officieel. En toen herinnerde ik me dat er buiten mijn denkgeest niets is en dat ik al wat ik in iemand anders zie, op hem of haar geprojecteerd heb omdat ik er vanaf wilde zijn, zodat de ander schuldig zou zijn en ik onschuldig kon zijn. Maar iedereen doet hetzelfde – de ‘slachtoffers’ van Katrina, en alle functionarissen van hoog tot laag. Misschien is het meest liefdevolle wat we kunnen doen, ons in ons juiste denken verbinden met al onze broeders en zusters in New Orleans en de Golfkust – de slachtoffers en de daders, de geredden en de redders, overheidsfunctionarissen en privé-burgers – en elkaar omarmen in onvoorwaardelijke liefde, en ons herinneren dat we allemaal in Christus verenigd zijn.

(iii) Hoe beslissen we, nu er zoveel pijn en leed is in de staten die getroffen werden door Katrina, welke ‘droom’ of ‘illusie’ we binnengaan. Sommigen worden als koning en koningin geboren, anderen leven een leven dat zo verschrikkelijk is, zoals in Soedan, en nu de slachtoffers van de orkaan. Staat er ergens in de Cursus een antwoord?

Antwoord: Het kan heel moeilijk zijn ons te herinneren dat er een andere manier is om naar de wereld te kijken, wanneer we ons zo sterk vereenzelvigen met de personen die hier ‘in de droom leven’ en wanneer de ogen van ons lichaam geconfronteerd worden en in de komende dagen en weken nog geconfronteerd zullen worden met zulke intense beelden van verwoesting en dood – in onze kranten en tijdschriften, op onze tv- en computerschermen en, voor diegenen onder ons die in de buurt van het getroffen gebied wonen of hebben gewoond, voor onze eigen ogen. De bewering van het ego dat er een hiërarchie in vernielingen is lijkt moeilijk te weerleggen, omdat zovelen zeggen dat de gevolgen van deze natuurramp ‘bijbelse proporties’ aannemen (de Cursus stelt dat er een diepere betekenis is van die algemene zegswijze om vreselijke catastrofale gebeurtenissen te beschrijven!). En dus doorlopen onze collectieve reacties het hele gamma van ongeloof en gruwel tot verdriet en angst, en ook frustratie en woede. Dat Jezus zich er ten volle bewust van is hoe we onszelf misleiden, zolang we onze aandacht blijven richten op de gevolgen in de wereld zonder echt hun illusoire oorzaak in de denkgeest te begrijpen, blijkt uit zijn woorden: “Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar zonder hun onbeduidende oorzaak. Zonder de oorzaak lijken de gevolgen ervan inderdaad ernstig en droevig. Toch volgen ze er slechts uit. En het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is” (T27.VIII.8:4-7).

Maar de enige manier om te leren dat er een andere manier is om naar de wereld te kijken, is om eerst te erkennen dat we de wereld – en deze specifieke hoek van de wereld langs de Golfkust – zien zoals we dat nu doen, omdat we die op deze manier willen zien. Want de manier waarop we die zien, dient een zeer belangrijke functie in het ego-plan om de afscheiding in stand te houden. Deze gebeurtenissen en alle beelden en schokken erna, met hun veelvoud aan geografische, economische, medische, politieke en maatschappelijke weerklanken, blijven ons ervan overtuigen dat de afscheiding werkelijk, en echt heel ernstig is. Hoe bouwt het ego zijn zaak op? De gebeurtenissen lijken zo duidelijk aan te tonen dat pijn en lijden voortkomen uit oorzaken die buiten onze controle, buiten onszelf liggen. En ondanks het feit dat de gebeurtenis zelf een ‘daad van de natuur’ was die slachtoffers eiste, lijkt het er tot grote vreugde van velen op dat er misschien mensen verantwoordelijk zijn omdat ze niet voldoende gereageerd hebben om de destructieve en dodelijke gevolgen van de orkaan en zijn nasleep te verzachten. Met andere woorden, er zijn duidelijk arme, hulpeloze, dakloze slachtoffers en zorgeloze, harteloze, ongevoelige en incompetente daders. De aandacht richten op de verschillen is van levensbelang voor het ego, zolang de verschillen ervoor zorgen dat schuld werkelijk en beschuldigen een zaak van het allergrootste belang wordt, of het nu is vanwege verschillen in ras of sociale klasse of politieke partij, of van wat dan ook. En daarom moeten we beginnen met erkennen dat we dit alles eigenlijk zo willen zien, want het dient niet alleen het doel van het ego, maar het dient ook ons doel. Wanneer er meer feiten naar boven komen naarmate het water in de dagen en de weken die voor ons liggen zakt, zal de gelegenheid om schuld te projecteren en beschuldigingen te uiten voor alle klaarblijkelijke pijn en verlies en dood zich ongetwijfeld keer op keer voordoen.

En de enige vraag die we onszelf moeten stellen is: vinden we het echt fijn hoe we ons voelen als we door de ogen van oordeel, angst en aanval kijken? Zoals de tweede vragensteller opmerkt, doen we er allemaal alles aan om onze onschuld aan te tonen door met onze beschuldigende vinger in een andere richting te wijzen. Maar als we dat diepe gemeenschappelijke door ons allen gedeelde gevoel zouden kunnen beginnen te herkennen, dat gevoel van schaamte en schuld over onze onbewuste overtuigingen dat we de liefde verraden hebben en er bewust voor gekozen hebben onszelf als dakloos en beroofd van de Liefde van onze Vader te zien, dan zouden we in staat zijn om een beetje meer mee te leven met alle acteurs op het podium, die elk de rol vervullen die hij of zij gewillig heeft gekozen, ongeacht welke rol dat is in de zich ontvouwende tragedie.

De Cursus biedt er overigens geen verklaring voor waarom we die specifieke levens en rollen hebben gekozen die we ervaren, behalve dat we de verschillen tussen ons en anderen, ongeacht de vorm, en dus ook afscheiding en schuldgevoel, tot werkelijkheid willen blijven maken. Dat kan betekenen dat je soms voor slachtoffer speelt, en soms voor dader, maar dat zijn de enige echte keuzes in de ego-droom (T27.VII.14:4). Door je zorgen te maken over de reden waarom er in de wereld van vorm verschillen bestaan, speel je juist het spel van het ego mee om al die verschillen belangrijk en werkelijk te maken. Een nog grotere fout is geloven dat deze ogenschijnlijke hiërarchie op het niveau van de vorm werkelijk verschillen weerspiegelt in de mate van pijn en schuld die elke denkgeest ervaart. Want iedereen die gelooft dat deze wereld zijn thuis is, lijdt veel pijn, ongeacht welke verdedigingsmiddelen hij aanwendt om die erkenning buiten zijn bewustzijn te houden (Wd.182.1-3). Want pijn en schuld zijn nooit van de wereld – het gevolg – afkomstig, maar alleen van onze interpretatie van de wereld, die bepaald wordt door de leraar waarvoor we in onze denkgeest hebben gekozen om naar te luisteren: het ego of de Heilige Geest. En niets in de wereld kan ons bevrijden van de pijn en de schuld in de denkgeest – dat kan alleen vergeving. De pijn in de denkgeest die samenhangt met de schuld over ons verraad en onze aanval op liefde gaat ons begrip te boven en we worstelen allemaal met onze eigen ontoereikende en niet-functionele manier om ermee om te gaan, zonder ooit de werkelijkheid ervan in twijfel te trekken. En ervoor kiezen om onszelf als slachtoffer te zien, ongeacht de vorm die dat aanneemt, is eenvoudigweg een van de manieren waarop we proberen om die denkbeeldige schuld goed te maken. Voordat we iedereen kunnen omarmen vanuit onvoorwaardelijke liefde, zullen we eerst moeten leren met mededogen naar iedereen te kijken, te beginnen naar onszelf, omdat we de verkeerde keuze blijven maken. Want we willen nog altijd geloven dat vernietiging en thuisloosheid en dood werkelijk zijn, omdat we geloven dat onze verlossing afhangt van iets of iemand anders verantwoordelijk houden voor alle pijn en lijden – dat wil zeggen, dat we de oorzaak per se buiten onszelf, buiten onze eigen denkgeest willen zien.

In het licht van dergelijk schijnbaar leed en verlies en behoeften, wat zou onze reactie moeten zijn? Jezus vraagt alleen dat we leren vergeven en alles wat verder nodig is zal volgen. Onze verantwoordelijkheid is niet om de wereld te veranderen, maar alleen om een andere leraar te kiezen die onze waarneming leidt van wat onze ogen in de wereld zien (T21.In.1:7-12). Er zijn natuurlijk veel verschillende manieren waarop we onze steun en bezorgdheid kunnen uiten jegens iedereen die rechtstreeks door de storm wordt getroffen, of ze nu familie, hun huizen, hun broodwinning of hun bezittingen hebben verloren. Jezus houdt zich echter niet bezig met de specifieke vorm van onze reactie op de gebeurtenissen waarvan we getuige zijn, maar met de inhoud waarmee we doen wat we in de wereld willen doen om hulp te bieden. Wat belangrijk is om in gedachten te houden is dat, ongeacht wat we doen, als het voortkomt uit een ego-perspectief dat vooral slachtoffers blijft zien en daarom Jan en alleman tot slachtoffer maakt, dit een aanval is die de afscheidingsgedachte in stand houdt. Maar als we handelen vanuit een perspectief gebaseerd op ons juiste denken, zal alles wat we denken, zeggen of doen genezend zijn, omdat we onze eigen behoefte om afgescheiden, speciaal en ‘onschuldig’ te zijn terzijde hebben geschoven.

Tot slot halen we uit de prachtige beeldspraak van de Cursus enkele relevante regels aan uit verschillende delen van het boek. Dit kan helpen ons te herinneren aan wat onze rol is vanuit Jezus’ perspectief, en waar onze veiligheid ligt, waarbij we in gedachten houden dat iedereen onze broeder is, en niet alleen de ogenschijnlijke slachtoffers.

“Jouw woning is gebouwd op jouw broeders gezondheid, op zijn geluk, zijn zondeloosheid, en alles wat zijn Vader hem heeft beloofd. Geen enkele geheime belofte die jij daarvoor in de plaats hebt afgelegd, heeft het Fundament van zijn woning doen schudden. De winden zullen erop inbeuken en de regen zal ertegenaan slaan, maar zonder effect. De wereld zal wegspoelen en toch zal dit huis voor eeuwig overeind blijven, want zijn kracht ligt niet in zichzelf alleen. Het is een ark van veiligheid, die rust op Gods belofte dat Zijn Zoon voor eeuwig veilig is in Hem. ... Nergens ter wereld ben ik in gevaar. Uw Zoon is veilig waar hij ook mag zijn, want U bent daar bij hem. Hij hoeft Uw Naam slechts aan te roepen en hij zal zich zijn veiligheid en Uw Liefde herinneren, want die zijn één. ... Geen stormen kunnen in de gewijde haven van ons thuis doordringen. In God zijn we veilig. ... ‘Ik rust in God.’ Volkomen onversaagd zal deze gedachte jou door storm en strijd heendragen, voorbij ellende en pijn, voorbij verlies en dood, tot aan de zekerheid van God. Er is geen lijden dat ze niet genezen kan. Er is geen probleem dat ze niet kan oplossen. ... Jij rust in God, en terwijl de wereld wordt verscheurd door stormen van haat, blijft jouw rust volkomen onverstoord. ... Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd" (T28.VII.7:1-5; WdII.244.t; 1:1-2; 2:2-3; WdI.109.3:1-4; 4:2; T18.VII.8:1-3).

Miracles in Contact Facebook Page  Miracles in Contact YouTube Page  Miracles in Contact Instagram Pagina