Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#936 Leert de Cursus ons dat alleen sommige (groepen) mensen liefde waard zijn?

Een paar jaar geleden raakte mijn broer betrokken bij een Unity Church, en nu wil hij daar predikant worden. Hij bestudeerde de laatste twee jaar ook Een cursus in wonderen. Kort geleden zei hij dat hij denkt dat de Joden niets bijgedragen hebben aan de maatschappij van de wereld vóór de komst van Jezus. Hij beweerde: ‘Het is klip en klaar: de Joden waren krijgers en hebben nooit vrede, liefde en broederschap bevorderd. Dat begon allemaal met Jezus.’ Ik sta verstomd door zijn visie, en weet dat hij heel verkeerd is ingelicht. Is zijn bewering typerend voor de Unity Church? Leert de Cursus ons dit?

Antwoord: Hoewel we niet verbonden zijn met de Unity Church en daarom zeker geen experts, is de stellingname die je beschrijft volgens onze ervaring beslist niet representatief voor haar leringen.

Wat Een cursus in wonderen betreft: zijn centrale doel is ons te helpen onze onjuiste overtuiging ongedaan te maken dat sommigen van ons meer tot liefde in staat zijn en haar meer waard zijn dan anderen. Hij probeert ons te helpen beseffen dat wij allemaal hetzelfde spel spelen. We vertellen onszelf dat een andere persoon of een andere groep de schuldige is. Echter, dit is een dekmantel voor onze verborgen overtuiging dat de schuld zich in onszelf bevindt. Diep van binnen weet ieder van ons dat we dit spel spelen. En we kunnen alleen maar weten dat we het spelen (en we spelen het allemaal), omdat we twee tegengestelde denksystemen in onze denkgeest hebben: het denksysteem van het ego en dat van de Heilige Geest.

Het ego denksysteem komt voort uit 100 % haat. Het probeert onze individualiteit en ons bestaan te handhaven, ongeacht wie het daarvoor moet aanvallen. Zijn motto is ‘doden of gedood worden’ (M17.7:11). Doorgaans ziet het er niet uit als fysieke moord. Het ziet er vaker uit als oordelen; het voortdurend moorddadige veroordelen van onze medemens in onze denkgeest. In termen van eigen spirituele groei moeten we weten dat het geen verschil maakt of we een heel mensenras veroordelen, of de persoon die ons zojuist op de snelweg afsneed. Wanneer we over een persoon of een groep een oordeel vellen, waarvan we vinden dat het niet op het hele Zoonschap van toepassing is, dan bevestigen we onze eigen schuld en zelfhaat. We zorgen ervoor dat we in slaap blijven, en ons geloof in deze pijnlijke wereld van afscheiding en dood blijft intact. Dit is waar, ongeacht hoe gerechtvaardigd onze oordelen lijken.

Dit betekent niet dat we onaardig gedrag niet moeten erkennen, of criminelen niet verantwoordelijk houden voor hun daden. Het betekent eenvoudig dat we dat zonder haat moeten doen. Het betekent ook niet dat we onze minder dan liefdevolle gedachten dienen te ontkennen of onderdrukken. De Cursus vraagt ons juist om steeds eerlijker te worden erover. Door daadwerkelijk naar ze te kijken kunnen we tenslotte ophouden ze te projecteren, en een begin maken met ze minder serieus nemen.

Jezus vat het hele proces van een Cursusstudent samen met deze ene eenvoudige uitspraak: “Het enige wat ervoor nodig is, is dat je het probleem beziet zoals het is, en niet zoals jij het hebt opgesteld” (T27.VII.2:2). Onze ogen zullen ons altijd vertellen dat we vele problemen in deze wereld hebben, en dat de bron ervan buiten ons ligt. Maar we hebben een wereld, een lichaam en een brein verzonnen om ons ervan te overtuigen dat problemen buiten ons liggen. We kunnen alleen aan onze pijn voorbijgaan door tegen onszelf te zeggen: ‘misschien heb ik ongelijk’.

Daarvoor wenden we ons tot de Heilige Geest in onze denkgeest en vragen Hem ons te helpen eerlijk naar al onze oordelen, woede en haat te kijken, en zonder schuldgevoel. De Heilige Geest is onze herinnering van Gods Liefde. De Cursus leert dat we nog steeds thuis in de Hemel zijn, verenigd met onze Schepper. Maar we hadden een nietig, dwaas idee dat we afgescheiden kunnen zijn. Dit idee bracht schuld teweeg, wat ons liet vrezen voor vergelding van een toornige God. Om daaraan te ontsnappen, vielen we in slaap en verzonnen deze wereld. En dus was ons doel van het begin af aan een wereld maken waarin we het gebrek aan liefde in iedereen behalve in onszelf zouden zien.

En toch behouden we, ondanks dit doel, de herinnering van Gods Liefde in onze denkgeest. Ieder moment kunnen we ons van het ego afkeren, en ons toekeren naar de Heilige geest. Hij zal ons vertellen: “Het probleem van de afscheiding, dat eigenlijk het enige probleem is, is al opgelost” (WdI.79.1:4). Het is al opgelost omdat het in feite niet bestaat. Het probleem is alleen in onze denkgeest, net als de oplossing. Deze zelfde dynamiek – het gelijktijdig bestaan van de elkaar wederzijds uitsluitende denksystemen van het ego en van de Heilige Geest, wat conflict met zich meebrengt – heeft bestaan in de denkgeest van vrijwel ieder mens die ooit in deze wereld leek te leven: Jood of Christen, Moslim of atheïst. In de Westerse wereld is Jezus het krachtigste voorbeeld van iemand die gekozen heeft alleen de Stem van de Heilige Geest te horen. Maar de keuze die hij maakte is voor ons allemaal beschikbaar.

Onze taak is daarom die keuze te maken. Of anderen die gemaakt hebben is niet onze zaak (en feitelijk kunnen we dat niet weten, omdat we niet kunnen weten wat er gebeurt in de denkgeest van iemand anders). Als we pogingen doen te beslissen hoe gevorderd iemand spiritueel is, kunnen we er zeker van zijn dat het simpelweg een tactiek van het ego is – veroorzaakt door onze eigen angst – om Gods Liefde van ons weg te houden. En wanneer we in al deze dwaasheid verward raken, kan de Cursus ons helpen naar gezondheid terug te keren, door ons eraan te herinneren: “Je gelooft niet dat de Zoon van God schuldeloos is, omdat je het verleden ziet, en hem niet. Wanneer je een broeder veroordeelt, zeg je: ‘Ik die schuldig was, verkies dat te blijven.’ Je hebt zijn vrijheid verloochend, en zodoende heb je de getuige voor die van jou verloochend. Je zou hem even gemakkelijk van het verleden hebben kunnen bevrijden, en de wolk van schuld die hem eraan bindt hebben kunnen oplichten uit zijn denkgeest. En in zijn vrijheid zou die van jou hebben gelegen” (T13.IX.4:3-7).