Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#933 Kunnen de leringen van Advaita Vedanta in overeenstemming gebracht worden met de Cursus?

Ik weet dat het studenten wordt ontraden om spirituele wegen te vermengen, dus ik hoop dat je geduld met me hebt en de oprechtheid van mijn vraag wilt zien. Het is dit: Advaita Vedanta, ook een non-dualistische visie, lijkt nadrukkelijk te beweren dat ik geen keus heb: wat zal gebeuren zal gebeuren op de aangewezen tijd, en op de aangewezen manier. Het ‘doel’ van deze visie is het uiteindelijke besef van keuzeloosheid: inzien dat er niemand is die kan kiezen. Een cursus in wonderen lijkt ook naar dit punt toe te werken, maar het heeft als voornaamste toepassing de herhaalde beoefening van de keuze voor vergeving, totdat we beseffen dat deze keuze illusoir was; maar dan heeft het zijn werk gedaan en ons aan de poorten van de hemel gebracht, waar, mogen we aannemen, keuzeloosheid de regel is. Is er een manier waarop deze twee visies met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht? Zou dit suggereren dat vergeving niet in mijn macht ligt, en gewoon zal gebeuren wanneer het gebeurt? Als dat zo is, wat zijn dan de implicaties voor de Cursusstudent? Zijn we misschien alleen maar getuigen van ontwaken, in plaats van dat we er iets voor doen?

Antwoord: De Cursus is op twee niveaus geschreven, zoals elders in deze vraag & antwoord rubriek besproken wordt (zie V#3, V#291, V#612, V#710, V#782): het niveau van de non-dualistische waarheid, waar alleen Liefde waar is en niets anders is werkelijk, en een tweede, dualistisch niveau, waar de waarneming van de Heilige Geest, hoewel illusoir, waar is (een weerspiegeling van de waarheid), en de waarneming van het ego, gebaseerd op het geloof in zonde, schuld en angst, onwaar is. Dit maakt de Cursus uniek onder de spirituele paden van de wereld. Want hoewel hij net als de Advaita leringen van het hoogste niveau komt, erkent hij wat wij abusievelijk geloven dat waar is, en hij voorziet in een kader voor het gebruik van de egosymbolen van zonde, aanval en schuld (illusoir maar heel werkelijk in onze ervaring), voor een ander doel (zie T14.VII.5; T24.IV.3). Dit vermindert onze ervaring van zonde, schuld en angst, terwijl wij nog geïdentificeerd zijn met het dualistische denksysteem van het ego. Dit maakt de Cursus tot een zeer empathische leerweg. Want hoewel al ons lijden illusoir is, lijkt het voor ons toch heel werkelijk. Zo’n leerweg helpt ons pijn te minimaliseren, zolang we geloven dat we enige keus hebben in onze ervaringen. Tegelijkertijd verwijst hij naar iets buiten onze onjuiste overtuigingen en dat is veel behulpzamer dan simpelweg volhouden dat ze niet werkelijk zijn.

Een mogelijk gevaar voor studenten die Advaita Vedanta beoefenen is dat het kan leiden tot een ontkenning van wat we ervaren, omdat het niet werkelijk is. Dit is een vergissing die vele Cursusstudenten, die niet het onderscheid maken tussen de twee niveaus van de Cursus, ook maken. Daarmee worden onze gevoelens en overtuigingen uit ons bewustzijn gedreven, en onze ervaring van dualiteit eenvoudig in de tijd voortgezet – al is tijd onwerkelijk (T26.V.2). Uiteindelijk zullen we erkennen dat de macht om te kiezen betekenisloos moet zijn (zie T5.II.6:4; T27.III.7), als de keuzemogelijkheid Alles of niets is. Het resultaat is onvermijdelijk; er zal een punt in de tijd komen waarop de tijd ophoudt, wanneer we de werkelijkheid van keuze ontkennen en eenvoudig getuige zijn van alle gebeurtenissen waarvoor we op een ander niveau ‘gekozen’ hebben. (T29.VI).

Maar op ons huidige ervaringsniveau vertegenwoordigt zelfs het eenvoudig getuige zijn van gebeurtenissen een keuze. En het aanvaarden van de rol van onbevangen getuige die zonder oordelen observeert is in feite wat de Cursus bedoelt met vergeving. Want er hoeft niets gedaan te worden, alleen ongedaan te worden gemaakt. We zijn geen doeners in het vergevingsproces dat plaatsvindt in de denkgeest buiten ruimte en tijd. In Jezus’ woorden: “Vergeving . . . is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (WdII.1.4:1-3). Zolang we geloven dat keuze mogelijk is, is de enige zinvolle keuze hoe de gebeurtenissen te bekijken waar we getuige van zijn – met of zonder oordeel. Oordeel geeft altijd een dualistisch perspectief weer, waarbij er altijd zowel een goede als een slechte uitkomst is, of een wenselijke en een niet wenselijke. Eenvoudig observeren zonder oordeel weerspiegelt de non-dualistische werkelijkheid. En dus is de keuze om te vergeven die de Cursus ons voorhoudt geen andere dan de keuze onszelf veeleer te zien als de getuige – de denkgeest – dan als de doener – het lichaam in de wereld – . In die zin zeggen de Cursus en Advaita in werkelijkheid hetzelfde, ook al gebruiken ze verschillende woorden die lijken te wijzen op verschillende manieren van toepassing.