Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#879 Over om leiding vragen

Ik lijk een onontkoombaar probleem te hebben bij het volgen van de Regels voor Beslissingen (T30.I). Ik probeer door de dag heen gedurende “een stil moment van beschouwing” mezelf steeds voor te houden “welk soort dag ik wens”, (T30.I.4:1), zodat ik “uit mezelf geen beslissingen neem”(T30.I.2:2). Maar omdat ik voortdurend met onverwachte situaties geconfronteerd word waar ik onmiddellijk op moet reageren en er geen tijd is om “af te wachten en te vragen dat het antwoord jou gegeven wordt”(T30.I.5:3), realiseer ik me later, als ik erover na kan denken, dat ik zélf een beslissing genomen heb. Maar dan pas heb ik ook tijd om Jezus om leiding te vragen en naar hem te luisteren. In iedere andere situatie, waarin ik wel tijd heb om me voor te bereiden, bijvoorbeeld bij het plegen van een telefoongesprek, iemand bezoeken of bezoek ontvangen “wacht ik af en vraag ik” (T30.I.5:3), en probeer ik mijn denkgeest voor te bereiden. Maar mijn dagen zijn gevuld met onverwachte zaken: hoe handel ik dit af? En dan is het enige wat ik kan zeggen: ‘Jezus - help’, en hoop ik dat zijn wijsheid mij zal leiden.

Antwoord: Jezus verwacht niet van ons dat we iedere keer dat we gedurende een drukke dag een beslissing moeten nemen tijd hebben in stilte te zitten. Dit zou ernstige verkeersproblemen veroorzaken, om maar eens iets te noemen. De stille tijd aan het begin van de dag is bedoeld ons te helpen het doel van de dag te bepalen wat betreft de inhoud, niet de vorm. De vraag is: zal deze dag doorgebracht worden met het leren van de lessen van de Heilige Geest en van vergeving, of met het dienen van de doelen van het ego om de afscheiding werkelijk te maken, door aan alle speciale behoeften van het ego tegemoet te komen. Jezus weet dat wij, vanwege de sterke identificatie met het ego, een groot deel van de dag het laatste zullen doen. Daarom bevat de formule bij de Regels voor Beslissingen een corrigerende maatregel voor de onvermijdelijke weerstand die vanuit het ego zal ontstaan, nadat eenmaal de beslissing is genomen de Heilige Geest te volgen.

Jezus verwacht of eist geen volmaaktheid. Feitelijk zegt hij in het begin van dit hoofdstuk “Vecht niet tegen jezelf”(T30.I.1:7). Hij weet dat tegen de tijd dat we zeggen: “Vandaag zal ik uit mezelf geen beslissingen nemen”(T30.2:2) we dat waarschijnlijk al een stuk of honderd keer hebben gedaan. Het punt is dat we ons ervan bewust worden hoe ‘natuurlijk’ het is om met het ego te denken en te beslissen, omdat we zijn lessen zo goed geleerd hebben. Daarom zijn de richtlijnen van Jezus zo mild en houdt hij rekening met onze weerstand. Waar het om gaat is te leren aandacht te schenken aan onze gedachten en ons de vraag van die ochtend te herinneren “wanneer je er ook maar aan denkt”(T30.I.4). Als we ons het doel op deze manier herinneren, al is het maar heel even, is dat genoeg om ons een ander perspectief te geven op alles wat gebeurt, want het betekent dat het ego niet langer de opperheerser is over de dag.

In de vorm hoeft er niets te veranderen; het is het doel/de inhoud wat van belang is bij het toepassen van Een cursus in wonderen. De enige beslissing die we nemen is die tussen het volgen van ego of de Heilige Geest. Als Jezus ons zegt ons af te vragen welk soort dag we wensen, gaat hij ervan uit dat we een dag willen die ons gelukkig maakt. Vervolgens vertelt hij ons dat we het geluk dat we zoeken kunnen hebben als we leren dat ons geluk ligt in het kiezen voor de Heilige Geest in plaats van voor het ego, niet in het kiezen tussen A en B in de vorm. Dat is de boodschap van deze regels, en de bedoeling ervan is ze door de dag heen toe te passen. In les 64 vinden we dezelfde boodschap in een andere vorm:

“Bereid jezelf van tevoren voor op alle beslissingen die jij vandaag zult nemen door eraan te denken dat ze in feite allemaal heel eenvoudig zijn. Elk zal leiden tot geluk of verdriet. Kan het werkelijk moeilijk zijn zo’n eenvoudige beslissing te nemen? Laat de vorm van de beslissing jou niet misleiden. Een ingewikkelde vorm betekent nog geen ingewikkelde inhoud. Het is onmogelijk dat enige beslissing op aarde een andere inhoud heeft dan precies deze ene eenvoudige keuze. Dat is de enige keuze die de Heilige Geest ziet. Daarom is het de enige keuze die er is” (WdI.64.5:3-10).

Om ons door de verwarring en complexiteit van de waanzin van de afscheiding heen te helpen wordt ons op veel verschillende manieren door de Cursus heen verteld dat er slechts twee keuzes zijn: het ego of de Heilige Geest, illusie of waarheid, angst of liefde. In onze ervaring wordt de keuze gecamoufleerd door de schijnbaar diverse en talrijke gebeurtenissen die in ons leven plaatsvinden. De regels voor beslissingen toepassen betekent bereid zijn niet te worden misleid door de vorm van de vermomming, maar ons te herinneren dat iedere keer als er een beslissing moet worden genomen de ware keuze in de denkgeest ligt en dat de twee opties altijd hetzelfde zijn. Dat is de manier om wat een onontkoombaar probleem lijkt bij het toepassen van de lessen van de Cursus, te vermijden.

Ook is het behulpzaam eraan te denken dat de keuze voor het ego wordt weerspiegeld in precies zulke complexe dilemma’s, erop gericht om de uitvoering van het leerplan van de Heilige Geest te bemoeilijken. Als de situatie gecompliceerd lijkt weten we dat het ego aan het werk is. Het perspectief van de Heilige Geest vereenvoudigt iedere situatie, zoals te zien in de passage in het Werkboek hierboven. Zijn leiding heeft alleen betrekking op de inhoud van de denkgeest, niet op beslissingen die verband houden met gedrag of iets in de vorm. Omdat we de lessen van het ego door en door hebben geleerd lijkt het ons normaal te denken dat we weten wat ons gelukkig zal maken, en gelijk hebben staat hoog op de lijst. In deze paragraaf maakt Jezus ons heel duidelijk dat we gelukkig zullen zijn wanneer we leren dat het de verkeerde keuze was ons te identificeren met het lichaam, naar het ego te luisteren, en gelijk te willen hebben. Eerder in het tekstboek leert hij ons “Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?”(T29.VII.1:9). Het beste deel van de dag om ons deze vraag te herinneren is waarschijnlijk het moment waarop al die onverwachte dingen opduiken en ons onvoorbereid te pakken krijgen. Dit zijn de dingen waar we nog geen beslissing over hebben genomen, waar we ons nog niet op hebben voorbereid met verdedigingen over hoe dingen zouden moeten zijn. De waarheid is dat we niet weten hoe dingen moeten zijn, noch wat ons gelukkig zal maken. Daarom zegt Jezus ons dat “wanneer we er maar aan denken“ (T30.4:1) – het maakt niet uit hoe goed we denken te weten wat we moeten doen – we ons moeten herinneren te zeggen: “ik wil hier op een andere manier naar kijken”(T30.11:4). Dat is alles wat ons gevraagd wordt.