Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#955 Waarom noemt de Cursus nooit het hart?

Veel nieuwe geschriften van spirituele leraren van de wereld spreken over het belang van het hart, liefde en compassie op het pad van ascentie. Er wordt veel gesproken over “de wijsheid van het hart”. Een cursus in wonderen noemt echter alleen de denkgeest. Wanneer het over de denkgeest spreekt, hoe verhoudt deze zich dan tot het concept van het hart dat door andere auteurs wordt gebruikt?

Antwoord: De liefde en compassie die beschouwd worden als attributen van het hart weerspiegelen de keuze van de denkgeest om zich te identificeren met de Heilige Geest. Zij stromen vanzelf, ongehinderd door het oordeel van het ego, wanneer de denkgeest niet langer geblokkeerd is door de schuld en angst omdat voor de afscheiding gekozen werd.

Zoals je noemt, zegt de Cursus ons dat alleen de denkgeest bestaat en dat er niets buiten is, inclusief de wijsheid van het hart. De Cursus is hier heel helder in, het fundament van zijn onderricht rust dan ook op dit principe: “Hij [de denkeest] gaat niet naar buiten. In zichzelf kent hij geen grenzen, en buiten hem is er niets … Hij omvat jou totaal: jij in hem en hij in jou. Iets anders is er niet, nergens en nooit” (T18.VI.8:7-9, 11).

Het hart wordt in de Cursus symbolisch gebruikt als een term waar we vertrouwd mee zijn, en ons makkelijker mee verhouden dan de term denkgeest. Het kan echter alleen worden begrepen als refererend aan de denkgeest. In de vele passages waar de term hart wordt gebruikt, betekent het dat deel van de denkgeest dat de herinnering aan Gods Liefde bevat. In een zeer mooie passage gebruikt Jezus het symbool van het hart en het lichaam, om de met vrede gevulde staat van de juist-gerichte denkgeest te beschrijven: “Ik leg de vrede van God in je hart en in je handen, om te bewaren en te delen. Het hart is zuiver om die te bewaren, en de handen zijn sterk om die te geven. We kunnen niet verliezen. Mijn oordeel is even sterk als de wijsheid van God, in Wiens Hart en Handen wij ons bestaan hebben” (T5.IV.8:10-13).

In deze termen vinden we niet alleen de ware conditie van de denkgeest wanneer het tegen het ego kiest, maar de alles omvattende uitbreiding van deze waarheid, die ware compassie is. De compassie die de Cursus onderwijst, is om iedereen te zien in het licht van de herinnering van onze eenheid met de Vader. Iedereen is dus inbegrepen bij dit perspectief van compassie en wordt gezien als herinnerend of vergetend, kiezend voor eenheid of voor afscheiding, wat ook de vorm moge zijn. Dit wordt bereikt door de beoefening van vergeving welke zowel de wijsheid van het hart als compassie is zoals in de Cursus onderwezen wordt. Wijsheid wordt in het algemeen begrepen als goed oordeel, maar zoals met alles wat in het algemeen wordt begrepen, gaat Jezus een stap verder in de Cursus. Hij zegt ons in het Handboek: “Wijsheid is niet hetzelfde als oordelen, het is het opgeven van oordelen” (H10.4:5). Dus vinden we de wijsheid van het hart in de Cursus door het proces van vergeving. Het hart van de Cursus leert inderdaad de compassie van vergeving, waarbij we het oordelen opgeven en werkelijk wijs worden.