Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#814 Ons wordt verteld dat we moeten kiezen, maar dat kiezen onmogelijk is… dat vind ik verwarrend!

Het lichaam/brein kan niet de Heilige Geest of het ego kiezen; het kan alleen getuigen van de keuze van de keuzemaker in de denkgeest. De Cursus van Jezus verschijnt op het niveau van illusie, en lijkt binnen die illusie mentaal door een brein verwerkt te worden. Een cursus in wonderen maant studenten hem te lezen teneinde opnieuw te kiezen, toch stelt de Cursus op meerdere plaatsen dat keuze op het niveau van illusie onmogelijk is! Vraagt de Cursus aan de denkgeest, waarvan de student, zoals de Cursus zelf erkent, onbewust is, om opnieuw te kiezen? Wel een puzzel hoor!

Antwoord: Het is behulpzaam als duidelijk is dat de reden dat het lichaam/brein niet voor de Heilige Geest of het ego kan kiezen, erin ligt dat alles in de denkgeest gebeurt en niets in het brein gebeurt, ongeacht hoe het lijkt, want het brein en het lichaam zijn alleen schaduwen of projecties van gedachten van afscheiding in de denkgeest. Wij zijn de denkgeest, en we vereenzelvigen ons ten onrechte met de onwerkelijke gedachten ervan, en geloven dat we de projecties van die gedachten zijn in plaats van de denker van die gedachten. Wij zijn de keuzemaker, die ervoor kiest een heel beperkte onjuiste identiteit te aanvaarden in plaats van heel de schijnbare macht van onze denkgeest om te miscreëren, te erkennen. Hoewel het waar is dat alle keuze illusie is – zolang we blijven geloven dat we een keuze hebben onszelf als afgezonderd van God te zien – werkt Jezus binnen de illusie van onze misvattingen om ons te helpen een andere keuze te maken. Dus zelfs de gespleten denkgeest en de keuzemaker zijn denkbeeldig, maar de macht van ons geloof heeft ze in onze ervaring werkelijk gemaakt.

De manier waarop we in de wereld lijken te opereren – alsof we geen denkgeest hebben – voelt zeker heel werkelijk, want we zijn ons echt niet bewust van de macht van onze denkgeest, die ervoor gekozen heeft de wereld en dit fysieke zelf werkelijk te maken. Maar alles wat we als lichaam lijken te denken en te doen is werkelijk het gevolg van de uitoefening van de macht van de denkgeest om te kiezen – en hij kiest voor het ego, opnieuw en steeds maar weer opnieuw. We ervaren onszelf altijd als denkgeest, want niets gebeurt in de hersenen, maar we hebben er eenvoudig voor gekozen niet te erkennen dat de denkgeest niet afhangt van het brein; het brein hangt af van de denkgeest. En dus, aangezien we door al die gedachten die we ervaren ons in die zin van onze denkgeest bewust zijn, is het misschien nauwkeuriger te zeggen dat we ons niet bewust zijn van de echte macht van de denkgeest, dan te zeggen dat we ons niet bewust zijn van de denkgeest. We gebruiken zijn vermogen om te kiezen, om herhaaldelijk diezelfde blinde keuze voor het ego te maken, terwijl we ondertussen de gelijke inhoud van die keuze vermommen in talloze, ogenschijnlijk verschillende vormen.

En dus, hoewel we misschien menen dat Jezus ons aanspreekt als het zelf in de wereld dat we denken te zijn, spreekt hij ons altijd en alleen maar aan als een denkgeest die een keuze lijkt te hebben. En die keuze is alleen tussen de pijnlijke illusie van het ego en de behulpzame illusie van de Heilige Geest. En dus, hoewel we het wellicht zo ervaren dat wijzelf vanuit de wereld die keuze maken, weet Jezus dat het altijd alleen onze denkgeest is, buiten tijd en ruimte, die die keuze maakt. En dus, als we dat eenmaal begrijpen, wordt de ogenschijnlijke puzzel gemakkelijk opgelost.

Voor verdere besprekingen van kwesties gerelateerd aan de denkgeest en de keuzemaker, zie vragen V#663, V#713 en V#715.