Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#813 Waarom precies valt het ego liefdevolle mensen aan?

Het idee dat symbolen van liefde in onze wereld worden aangevallen intrigeert me en is iets wat ik beter probeer te begrijpen en om te zetten in alledaagse praktische taal. Kun je me vertellen of de volgende beoordeling juist is? Mensen zijn erg competitief en genieten ervan mensen te vinden om mee te wedijveren en zich dan beter te voelen. Wanneer liefdevolle mensen langskomen, zoals Jezus of ieder van ons, komend vanuit een liefdevolle ruimte, die eenheid onderwijzen en niet met deze mensen wedijveren, voelen deze mensen zich bedreigd omdat ze iets zien dat ingaat tegen alles wat ze geloven. Wil je zeggen dat het ego van mensen bedreigd wordt door mensen die niet door hen bedreigd worden of worden zij door eigenliefde bedreigd? Wat ziet het ego precies in liefdevolle symbolen waardoor het die wil aanvallen? Het lijkt voor mij onbegrijpelijk dat iemand zich meer bedreigd voelt door iemand die aardig is dan door iemand die wedijvert. Kun je me helpen dit te begrijpen?

Antwoord: Jezus beantwoordt jouw vraag op de volgende manier: “Een waanzinnige leerling leert vreemde lessen. Je moet begrijpen dat wanneer je een denksysteem niet deelt, je het verzwakt. Degenen die erin geloven, zien dit daarom als een aanval op hen. Dat komt doordat iedereen zichzelf met zijn denksysteem vereenzelvigt, en ieder denksysteem draait om wat jij denkt dat je bent. Als de spil van het denksysteem waar is, gaat er louter waarheid van uit. Maar met een leugen als middelpunt, komt er louter bedrog uit voort.” (T6.V.B.1:6-11; cursief toegevoegd ).

Met andere woorden, mijn onjuiste identiteit als een afgescheiden, individueel zelf wordt door jou bedreigd wanneer jij de gedachte vertegenwoordigt dat afscheiding en verschillen onwerkelijk zijn, hetgeen altijd achter elk authentiek symbool van eenheid, liefde en vergeving, vanuit de juist-gerichte denkgeest ligt. Welnu, als ik bereid ben de mogelijkheid te overwegen dat onze belangen gedeeld zijn in plaats van gescheiden – het laatste ligt aan de wortel van alle wedijver van het ego – dan ben ik misschien in staat tenminste een voorlopige innerlijke verschuiving van leraar te aanvaarden van het ego naar de Heilige Geest (niet dat ik met zulke symbolen noodzakelijkerwijs voor mezelf een dergelijke verschuiving vertegenwoordig). En op dat moment zou ik in staat zijn de liefde te ervaren die door middel van jou wordt aangeboden zonder me bedreigd te voelen. Echter, wanneer ik me bedreigd voel, ben jij het niet die bedreigend is, noch is het mijn eigenliefde, tenzij je met eigenliefde de grenzenloze, onbeperkte, universele liefde die we allemaal delen bedoelt. Want dat is de liefde die zegt dat geen van ons als afzonderlijk individu bestaat, en dat is weer wat zo bedreigend is.

Echter, zelfs als ik in mijn onjuist-gerichte denkgeest verschanst blijf en stevig verdedigd tegen de liefde die in jouw denkgeest weerspiegeld wordt, en zo ver ga die af te wijzen en jou aan te vallen om mezelf op een of andere manier te ‘beschermen’, zul jij – zo lang jij vereenzelvigd blijft met de Heilige Geest in je juist-gerichte denkgeest – deze reactie niet als een aanval ervaren, maar alleen als een vraag om liefde. Als je het als aanval ervaart – wat geen onverwachte reactie zou zijn voor de meesten van ons die nog steeds onze vergevingslessen aan het leren zijn, omdat schuld nog steeds werkelijk is in onze denkgeest – zou ook jij onjuist-gericht zijn gaan denken en je reactie zou eveneens jouw vraag om liefde zijn. En dus zou jij je gewoon wederom tot je innerlijke Leraar willen wenden voor hulp om jezelf anders te zien, voordat je opnieuw voor mij een herinnering kunt worden voor het feit dat dezelfde keuze voor ons beiden beschikbaar is.

Het kan behulpzaam zijn te onderkennen dat deze ego dynamiek – liefde aanvallen – binnen onze eigen denkgeest opereert, en het zou kunnen dat we deze tegen onszelf richten nadat we verkozen hebben naar de Heilige Geest te luisteren en onszelf te zien zoals Hij doet, in plaats van het nietig oordeel van het ego over onszelf te aanvaarden. Als we onszelf aanvallen voor onze vereenzelviging met de Heilige Geest, kan het niet zo verrassend zijn dat het ego van iemand anders op dezelfde manier reageert. Deze aanval op onszelf wordt even verderop in het Tekstboek van Een cursus in wonderen duidelijk beschreven, wanneer Jezus opmerkt: “Jij hebt in je denkgeest dus twee tegenstrijdige waardeoordelen over jouzelf, en die kunnen niet allebei waar zijn. Jij beseft nog niet hoe totaal verschillend deze waardeoordelen zijn, omdat je niet begrijpt hoe verheven de Heilige Geest jou in werkelijkheid waarneemt. Hij wordt niet door iets wat je doet misleid, omdat Hij nooit vergeet wat jij bent. Het ego wordt door alles wat je doet misleid, vooral wanneer jij op de Heilige Geest reageert, want op zulke momenten groeit zijn verwarring. Het ego zal jou dus hoogstwaarschijnlijk juist dan aanvallen wanneer jij liefdevol reageert, omdat het jou als niet-liefdevol heeft beoordeeld en jij tegen zijn oordeel ingaat. Het ego zal jouw beweegredenen aanvallen zodra die duidelijk niet meer overeenstemmen met zijn waarneming van jou. Op dat moment zal het bruusk van argwaan overgaan op kwaadaardigheid, aangezien zijn onzekerheid is toegenomen. Toch heeft het stellig geen zin om een tegenaanval uit te voeren. Wat kan dat immers anders betekenen dan dat jij akkoord gaat met het waardeoordeel dat het ego heeft over wat jij bent?” (T9.VII.4; cursief toegevoegd ).

Of de schijnbare aanval nu van binnen of van buiten komt, als we verdedigend reageren maken we dezelfde vergissing. En zijn we net zo vereenzelvigd met het ego als onze concurrerende broeder. En dus, in de woorden van Jezus uit het Tekstboek: “Jij die niet in oorlog bent moet naar broeders uitzien en al wie je ziet als jouw broeders erkennen, want alleen gelijken zijn in vrede. Omdat Gods gelijke Zonen alles hebben, kunnen ze niet met elkaar wedijveren. Maar als ze ook maar één van hun broeders als iets anders dan hun volmaakte gelijke zien, is het idee van wedijver hun denkgeest binnengeslopen. Onderschat niet hoe noodzakelijk het voor jou is waakzaam te zijn tegen dit idee, want al je conflicten vloeien daaruit voort. Dit is het geloof dat conflicterende belangen mogelijk zijn, en daardoor heb je het onmogelijke voor waar aangenomen. Is dat wat anders dan te zeggen dat jij jezelf als onwerkelijk ziet?” (T7.III.3:2-7).

En dus voordat we kunnen aanvaarden dat we allen de ene, schuldeloze Zoon van onze Vader zijn, gelijkelijk delend in de eenheid van Zijn Liefde, en daarom onmogelijk met elkaar kunnen wedijveren, moeten we eerst erkennen dat we, als ego’s, werkelijk allemaal hetzelfde zijn. Want dat alleen opent de deur naar vergeving en werkelijke genezing van de schuld binnen onze denkgeest.