Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#963 Waarom wekt het bestuderen van de Cursus bij mij irritatie op naar God?

Ik ben nu iets meer dan twee maanden bezig met het bestuderen van Een Cursus in wonderen. Niet alleen zie ik geen merkbare verandering in mijn kijk op het leven, maar ik word me in toenemende mate bewust van gevoelens van irritatie en depressie. Soms hebben deze gevoelens niet met iets in het bijzonder te maken, maar onlangs merkte ik dat ik me vooral geagiteerd voel wanneer ik de oefeningen in het Werkboek doe. Ik geloof alles wat ik lees over Gods gaven aan mij, en in plaats van me dankbaar te voelen, voel ik me rusteloos en verveeld, en wilde ik dat God me gewoon met rust liet. Natuurlijk wil ik niet echt dat hij me alleen laat. Ik weet vrij zeker dat mijn ervaring niet ongebruikelijk is, maar wat kan ik specifiek doen om hier doorheen te komen en het niet op te geven?

Antwoord: Je hebt absoluut gelijk dat jouw ervaring niet ongebruikelijk is. De meesten van ons worden aanvankelijk tot Een Cursus in wonderen aangetrokken omdat, wanneer we erin lezen, we voelen dat een liefdevolle aanwezigheid tot ons spreekt. We herkennen dat het pad dat Jezus ons voorlegt ons werkelijke hoop biedt te ontsnappen uit de pijnlijke omstandigheden waarin we gewend zijn te leven. Maar een cruciaal onderdeel van Jezus’ curriculum is dat we ons er zeer van bewust worden hoe ongelukkig we eigenlijk zijn in deze wereld. Waarom zouden we anders gemotiveerd zijn te aanvaarden dat deze wereld slechts een droom is - laat staan het uitdagende innerlijke werk te doen dat leidt naar het ontwaken eruit – tenzij we beseften dat het een nachtmerrie is?

En dus, tussen de vele mooie en inspirerende woorden in de Cursus door, grijpt Jezus iedere gelegenheid aan ons te laten weten dat dit “een droge en stoffige wereld is, waar hongerende en dorstende schepsels komen sterven”(WdII.13.5:1). Op dag één van het werkboek vraagt hij ons ons te concentreren op het idee dat niets wat we zien iets betekent (WdI.1). Gezien het feit dat we ons hele leven tot nu toe hebben geloofd dat deze wereld heel veel bevat wat we verlangen en dat onze waarnemingen zeer belangrijk zijn, hoe zouden we ons dan niet geïrriteerd en depressief kunnen voelen door wat Jezus ons vertelt?

Het goede nieuws is echter dat wat hij zegt alleen irritant en deprimerend is voor het ego. En in tegenstelling tot wat we tot nu toe geloofd hebben, is het ego niet het totaal van wat we zijn. Het is slechts een van de twee innerlijke leraren in onze denkgeest. Op ieder moment kunnen we Jezus of de Heilige Geest in onze denkgeest vragen onze gids te zijn. Als we dit doen komen we in contact met het feit dat Gods Liefde nog steeds beschikbaar voor ons is en totaal onaangetast door de ogenschijnlijke duisternis en ellende in deze wereld. In het werk met de Cursus betekent dit één van hen te vragen ons te helpen simpelweg en zonder oordeel te kijken naar alle weerstand (zoals irritatie of depressie) die we daarbij hebben.

Jezus en de Heilige Geest verblijven in dat deel van onze denkgeest dat weet dat we al die duisternis en ellende juist gemaakt hebben om de Liefde te verbergen, waartoe we nu worden aangespoord die te omarmen. Zij zijn zich er daarom van bewust dat, hoewel Jezus ons zegt dat vergeving ons alles biedt wat we wensen (WdI.122), wij denken dat vergeving naar onze vernietiging zal leiden. Zij zien dat de vele negatieve emoties waar we bij het werken met de Cursus doorheen gaan, allemaal slechts bedekkingen zijn van de hevige angst die ons bij de keel grijpt wanneer we overwegen terug te keren naar een God van Wie we denken dat Hij vervuld is van woede jegens ons – een angst die ons er onvermijdelijk toe zal brengen te wensen dat Hij gewoon weggaat. Maar Jezus en de Heilige Geest weten dat God niet boos op ons is. Zij zien onze angst dus gewoonweg als een domme vergissing. Als Cursus-student zouden we hen om hulp moeten vragen ook die houding aan te kweken, om onze prikkelbaarheid en depressie te zien als begrijpelijke reacties op angst en er geen punt van te maken. Het zijn eenvoudigweg aanwijzingen dat onze angst om Gods Liefde te aanvaarden en in vrede te zijn nog steeds heel groot is. Dit is een angst waarvan we niet kunnen verwachten dat die in de twee maanden waarin we met de Cursus werken – of in welk tijdsbestek dan ook - gewoon verdwenen zal zijn. Hij zal echter geleidelijk aan oplossen als wij bereid zijn het er gewoon te laten zijn en vertrouwen te hebben dat Jezus ons door alle pijn heen zal leiden, omdat hij weet dat er aan de andere kant daarvan iets veel beters voor ons is.