Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#998 Ik heb iets gedaan waarover ik me heel schuldig voel. Hoe moet ik daarmee omgaan?

Ik heb onlangs iets gedaan waarvoor ik me diep schaam, niet omdat ik iemand anders gekwetst heb – dat heb ik niet – maar omdat ik dacht dat ik een betere, spirituelere en meer ontwikkelde persoon was die zich niet tot dit niveau wilde verlagen. Ik ben van streek en teleurgesteld omdat ik nu merk dat dit niet zo is. Ik voel me ook heel schuldbeladen. Ik lijk mezelf deze daad niet te kunnen vergeven. Hoe ga je als student van de Cursus met ‘zondige’ of ‘verkeerde’ daden om?

Antwoord: Wanneer we inzien dat we iets gedaan of gezegd hebben dat niet uit liefde is voortgekomen, mogen we ons als student van Een cursus in wonderen de volgende uitspraken herinneren: “De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. …angstige mensen kunnen kwaadaardig zijn” (WdII.3.2:1-2; T3.I.4:2). Met andere woorden: deze wereld symboliseert de angst voor Gods Liefde, en ieder die gelooft dat hij of zij hier aanwezig is, moet wel bang voor liefde en dus kwaadaardig zijn. Omwille van deze dynamiek kunnen we rustig zeggen dat spirituele of ontwikkelde mensen hier niet komen, op enkele zeldzame uitzonderingen na. Als we spiritueel sterk en ontwikkeld waren, zouden we deze droom niet nodig hebben en ontwaakt in de Hemel blijven.

Wanneer we ons over iets schamen dat we gedaan hebben en van streek zijn omdat we niet spiritueler zijn, kunnen we er zeker van zijn dat we de situatie met dezelfde innerlijke leraar analyseren die ons in de eerste plaats tot die daad heeft misleid: het ego. Het ego wil alleen dat we er zeker van blijven dat we een individu zijn die in een heel werkelijke wereld leeft. Hij geeft er niet om of we denken dat we spiritueel of zondig zijn, zolang we maar denken dat er een afgescheiden, autonoom ‘ik’ is dat we kunnen analyseren.

De enige uitweg uit dit hopeloze en circulaire denksysteem is van innerlijke leraar te veranderen – de hand van het ego los te laten en de Heilige Geest te vragen ons te helpen via Zijn liefdevolle en niet-oordelende ogen naar onze beangstigende daden te kijken. Hij zal ons altijd helpen inzien dat we noch zondig, noch spiritueel zijn; we zijn alleen maar angstig en begaan dus vergissingen die in feite een roep zijn om de liefde die we van binnen niet denken te hebben. Via dit proces komen we geleidelijk to het besef dat we niet zijn wie we denken te zijn. Er is geen ‘ik’ met het etiket ‘spiritueel’ of ‘schuldig’. Er is wel een illusie van een persoon die altijd de keuze van de denkgeest tussen de schuld van het ego, of de Liefde en vergeving van de Heilige Geest weerspiegelt.

Vasthouden aan schuldgevoelens over wat we verkeerd denken te hebben gedaan, of dat nu vijf minuten of vijftig jaar geleden is, is in werkelijkheid de wrede manier van het ego om onze schuld voor altijd in te metselen. Dat is zo omdat het voor de hand ligt dat we nooit in staat zullen zijn het verleden te veranderen. Ons vermogen om in vrede te zijn is dus gebaseerd op iets onmogelijks. Gelukkig leert de Cursus ons dat we de oorzaak van de vergissing nu ongedaan kunnen maken door nu de schuld los te laten – nogmaals, gewoon door van innerlijke leraar te veranderen.

Wanneer we eenmaal hebben geleerd dit telkens te doen wanneer we ons over onszelf schamen, zal onze reactie op onze eigen vergissingen ongeveer zo beginnen: ‘OK, ik ben weer bang – is dat iets nieuws?’ Op dat punt zullen we het genezen perspectief beginnen te begrijpen dat Jezus op ons leven heeft en hoe hij ons kan zeggen: “Heel [ons] verleden is verdwenen op zijn schoonheid na, en niets blijft er over dan een zegen” (T5.IV.8:2).