Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#957: Waarom saboteer ik altijd de gevoelens van vrede?

Het lijkt bijna alsof ik mijn eigen ergste vijand ben. Na een ervaring van onvrede vind ik een plaats van vrede. Daarna, bijna onmiddellijk, zeg ik iets dat alle gevoelens van vrede weer volledig uitwist. Is het de bedoeling dat ik probeer dit te verbeteren, of dat ik gewoon opmerk dat ik dit doe en om een ‘heilig ogenblik’ vraag? Zijn deze niet-vredige woorden en daden onvermijdelijk, of zijn ze het bewijs dat ik het fout doe? Ik wil graag dat dit mijn laatste leven is. Deze wereld schijnt me erg hard toe.

Antwoord: Je doet het niet fout. Hoewel het onplezierig kan zijn, is het feit dat je bij jezelf opmerkt dat je snel en consequent alle ervaringen van innerlijke vrede gewoon wegduwt, eigenlijk heel behulpzaam. Het ontwikkelen van dit bewustzijn is een cruciaal onderdeel van je vooruitgang als student van de Cursus. Een cursus in wonderen vertelt ons: “Het ego zal jouw beweegredenen aanvallen zodra die duidelijk niet meer overeenstemmen met zijn waarneming van jou. Op dat moment zal het bruusk van argwaan overgaan op kwaadaardigheid, aangezien zijn onzekerheid is toegenomen”(T9.VII.4:6-7). Met andere woorden, steeds als jij een ervaring van vrede hebt voelt het ego dat zijn dagen misschien wel zijn geteld en komt het met veel kabaal terug, luider en meedogenlozer dan ooit. Dus nagenoeg iedereen die echt doet wat de Cursus vraagt komt tot het besef dat er een deel van zijn of haar denkgeest is, dat niets te maken wil hebben met de vrede of Liefde van God.

Op een wat vreemde manier kun je je dus gerustgesteld voelen door wat je in jezelf hebt waargenomen. Nogmaals, het feit dat je je hiervan bewust bent is een cruciale stap op het pad van de Cursus. Gelukkig vraagt de Cursus ons niet ‘te proberen dit te verbeteren’. Integendeel, het moedigt ons aan Jezus of de Heilige Geest te vragen ons te helpen simpelweg zonder oordeel te kijken naar alles wat we zeggen en doen. Door simpelweg naar onszelf te kijken door de ogen van een liefhebbende innerlijke leraar gaan we zien dat al onze minder dan vriendelijke daden ons niet zondig, slecht of afschuwelijk maken – ze laten alleen zien dat we doodsbang zijn. En voortgekomen uit het schuld teweegbrengende geloof dat we bestaan ten koste van God, kan onze angst alleen maar genezen worden door milde vergeving die ons geleidelijk laat weten dat we “de maker zijn van een wereld die niet het geval is” (T25.IV.3:1).

Daarom is het heel behulpzaam te ontdekken dat we werkelijk onze eigen grootste vijand zijn. Alleen wij hebben de macht ons schijnbaar af te snijden van Gods Liefde. Maar we hebben ook de macht in te zien dat Gods Liefde niet verdwenen is en nog steeds voor ons beschikbaar op ieder moment dat we er klaar voor zijn. En als we Gods Liefde meer en meer gaan voelen, komen we tot het besef dat deze wereld louter een element is van onze eigen misleide verbeelding – niet een plaats waaruit we moeten ontsnappen, noch hoeven we ons druk te maken over een eventuele terugkeer.