Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#943 Waarom lijkt het in praktijk brengen van de Cursus alles erger te maken?

Ik merk dat wanneer ik de Cursus in praktijk breng, mijn leven vervelender lijkt te worden. Ik besef dat “het lijkt alsof dingen van ons weggenomen worden” en ik heb het gevoel dat dit gebeurt vanwege Een cursus in wonderen. Ken Wapnick heeft vaak gezegd dat het is alsof het ego ons vertelt dat als we doorgaan op dit pad, we vernietigd zullen worden. En toch moeten we door onze angst heengaan. Ik weet dat bij psychotherapie alles vaak eerst erger lijkt te worden voordat het beter gaat; en ik weet dat je zegt dat deze Cursus mild is, maar dat is niet mijn ervaring, het lijkt me nogal te beledigen. Nogmaals, ik geloof dat dit het proces is.

Antwoord: Het gevoel dat er dingen worden weggenomen is een veel voorkomend gevoel onder Cursusstudenten. Het komt deels voort uit onze verwarring over wie we zijn en wat ons in waarheid toebehoort: “Ik zie niet wat mijn hoogste belang is” (WdI.24). We hebben ervoor gekozen (een keuze die we onmiddellijk verborgen voor ons bewustzijn) een onjuiste identiteit als individu aan te nemen, om speciaal te kunnen zijn wat we dachten niet te kunnen zijn in onze ware Identiteit als Gods ene Zoon in de Hemel. Een cursus in wonderen helpt ons dus deze waanzin om een onjuiste identiteit in stand te houden te herroepen. Maar omdat het onze identiteit is geworden en we niet langer een andere kennen, maken we in het correctieproces een fase door waarin het voelt alsof ons iets waardevols wordt afgenomen. Het lijkt op een identiteitscrisis: “Nu moet de Heilige Geest een manier vinden je te helpen inzien dat dit zelfconcept ongedaan moet worden gemaakt, wil jou enige innerlijke vrede worden gegeven. Ook kan het niet worden afgeleerd, behalve via lessen die erop zijn gericht jou te leren dat jij iets anders bent. Want anders zou jou worden gevraagd wat jij nu gelooft in te ruilen voor een totaal verlies van het zelf, en dan zou een nog grotere doodsangst in jou opkomen.
Daarom is de lesmethode van de Heilige Geest in makkelijke stappen opgebouwd, zodat wat werd geleerd niet vergruizeld wordt, hoewel er soms enig ongemak en enige verontrusting optreedt, maar het schijnbare bewijsmateriaal ervóór gewoon een nieuwe vertaling krijgt” (T31.V.8:3-5; 9:1).

Dit proces gaat in werkelijkheid alleen over verandering van het doel van alles wat je doet; het gaat niet over gedrag – beëindigen van relaties of afstand doen van materiële bezittingen. Het gaat erom voortaan met Jezus of de Heilige Geest als je Leraar door je dagelijkse leven te gaan, zodat je jouw leven in de wereld gebruikt om te leren dat je geen beperkt, kwetsbaar lichaam bent, en dat iedereen met jou verbonden is op de reis en dezelfde lessen leert. Dat zal tot vrede en vreugde leiden, omdat je beseft dat het volgen van het ego tot het verlies van ware vrede en vreugde heeft geleid. Dus wat we verliezen als we het pad van de Cursus volgen is schuld, bezorgdheid, angst, eenzaamheid, haat, enzovoort – al de gevolgen van de afscheiding. En het conflict dat we voelen zal minder worden, omdat we een verenigd doel hebben, in overeenstemming met onze ware aard.

Dit kan soms moeilijk zijn, want onze angst is: Wie zou ik zijn als ik me nooit meer schuldig of angstig voel? We deden een geheime gelofte om trouw te zijn aan het ego, en als we ons daar niet bewust van zijn, ervaren we een geweldig conflict wanneer we de principes van de Cursus toepassen – eigenlijk vechten we tegen onszelf. Daarom is vertrouwen essentieel als we verder gaan – opdat we uit de troosteloosheid en naar blijvende vrede geleid worden. In het Handboek voor leraren schetst Jezus zes stadia in het ontwikkelen van vertrouwen (H4.I.A), en de ervaringen die je beschreef komen overeen met de eerste drie. Van daaruit gaat het proces verder, en eindigt in een staat van werkelijke vrede, waarin je beseft: “in blije verbazing … dat jij voor dit alles niets hebt opgegeven!” (T16.VI.11:4). Dit proces is zelden zonder pijn, maar alleen vanwege onze verborgen verbintenis met het ego, en onze angst dat we zonder deze verbintenis niets zijn. Jezus begrijpt dit en bemoedigt ons: “… je gelooft dat zonder het ego alles chaos zou zijn. Maar ik verzeker je dat zonder het ego alles liefde zou zijn (T15.V.1:6-7).

Als je eenmaal beseft dat alles wat deze Cursus doet is ons helpen loslaten wat alleen maar pijn heeft gebracht – vanwege de verkeerde keuze die we in de denkgeest gemaakt hebben – is het moeilijk je niet dankbaar te voelen. En overal onderweg vinden we steeds de verzekering van Jezus: “Hoe licht en makkelijk is de stap over de smalle grenzen van de wereld van de angst, wanneer je hebt ingezien van Wie de hand is die jij vasthoudt! In jouw hand ligt alles wat jij nodig hebt om in volmaakt vertrouwen de angst voorgoed achter je te laten …“ (T30.V.8:1-2).