Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#992 Als ik onbewust ben van mijn eigen gedachten, hoe kan ik dan weten wat ze veroorzaken?

Ik heb een vraag in verband met Les 16. Die zegt: “Ik heb geen neutrale gedachten” en “Elke gedachte die jij hebt draagt bij tot waarheid of illusie.” Toen ik met de eerste oefenperiode begon, werd ik vreselijk bang dat elke gedachte die ik heb bijdraagt tot de verschrikkingen die ik in deze wereld zie, de dingen erger maakt in plaats van beter, en de illusie in stand houdt. Ik ben zeker geen expert in het onder controle houden van mijn gedachten – ik ben me waarschijnlijk niet eens bewust van de meeste van mijn gedachten. Ik denk dat dát me angst inboezemt: aangezien ik me niet bewust ben van veel van mijn eigen gedachten, laat staan van hun inhoud, weet ik niet wat ze veroorzaken! Ik wilde alleen maar stoppen met denken, maar dat kon ik niet. Ik veronderstel dat dit een voorbeeld is van mijn zichzelf beschermende ego in actie? Tot vandaag had ik met betrekking tot Een cursus in wonderen nog niet zo’n angst ervaren. Ik heb er in feite een volledigheid en heelheid in gevonden die geen andere spirituele weg die ik onderzocht heb – hoezeer zij ook bijgedragen hebben tot mijn spirituele groei – lijkt te bezitten. Ik heb jouw raad nodig.

Antwoord: Je hebt volkomen gelijk dat dit een voorbeeld is van je ego dat zichzelf in stand probeert te houden. Uit je beschrijving blijkt dat Les 16 schuldgevoelens bij je heeft opgeroepen, die op hun beurt geleid hebben tot gevoelens van intense angst. We kunnen de relatie van het ego met schuld vergelijken met de relatie van het lichaam tot zuurstof – neem de schuld weg en er is geen ego meer. Het ego zal dus al het mogelijk doen om zich te verzekeren van een constante aanvoer van schuldgevoelens. De Cursus zegt ons: “Het ego zal jouw beweegredenen aanvallen zodra die duidelijk niet meer overeenstemmen met zijn waarneming van jou. Op dat moment zal het bruusk van argwaan overgaan op kwaadaardigheid, aangezien zijn onzekerheid is toegenomen” (T9.VII.4:6-7). Het lijkt erop dat Les 16 voor jou, om welke reden dan ook, het punt in je studie van de Cursus was waarop het ego besloot die overgang te maken en wat een bron van spirituele inspiratie is geweest eensklaps in een bron van schuld te veranderen.

Om de zaken nog ingewikkelder te maken, is het een van de voornaamste principes van het ego, die door de Cursus heen in verschillende vormen worden herhaald, dat schuld straf eist. En dus ben je in de val gelopen die door het ego van bijna elke Cursusstudent gezet wordt op een of ander moment. Doordat je je bewust werd van de duisternis in je denkgeest, nam je het ego serieus toen hij je vertelde dat deze pas-ontdekte duisternis het bewijs is dat hij je beoordeelt als een kwaadaardige vernietiger van de Hemel (waardoor je schuldgevoelens stilzwijgend gerechtvaardigd zijn en je straf verdient).

Maar in diezelfde les laat Jezus ons weten dat wij, ondanks de ogenschijnlijke kracht van onze gedachten de Hemel niet vernietigd hebben. Hij zegt ons dat ze de waarneming van een hele wereld teweeg hebben gebracht (WdI.16.2:2). Met andere woorden, gedachten maken niet daadwerkelijk een wereld, maar ze zijn er de oorzaak van dat we denken dat er een bestaat. Onze gedachten zijn niet neutraal omdat ze de macht hebben ons in slaap te houden (als we de ego-gedachten kiezen), of tot ons ontwaken te leiden (als we samen met de Heilige Geest denken). Binnen deze droom, zal de keuze die we maken ons schijnbaar vrede of oorlog brengen. Maar dit heeft geen effect op de werkelijkheid die zich volledig buiten de droom bevindt. We hoeven ons dus niet schuldig te voelen over de gevolgen van onze gedachten op de wereld buiten ons, want er is in werkelijkheid geen wereld buiten ons. Bovendien, aangezien liefde geen tegendeel kan hebben, is onze aanval evenmin waar. Zoals de Cursus zegt: “Maar als alle veroordeling onwerkelijk is, en dat moet wel zo zijn aangezien het een vorm van aanval is, dan kan ze geen gevolgen hebben” (T8.VII.15:8).

Wanneer we dus merken dat we ons zorgen maken over de gevolgen van onze gedachten, hoeven we niet te stoppen met denken (wat onmogelijk is, zoals je hebt ondervonden). We moeten in plaats daarvan gewoon inzien dat we weer de hand van het ego hebben gegrepen en de pijn zijn tegengekomen die ontstaat door waarde te hechten aan zijn schrille kreten. Dan kunnen we de Heilige Geest vragen ons te helpen het enige te onderscheiden dat we ooit over de inhoud van onze gedachten moeten weten – of ze een afspiegeling van liefde of een roep om liefde zijn (T14.X.7:1). Maar nog beter is, ongeacht het antwoord op die vraag, dat we Hem om hulp vragen om op onze eigen gedachten, angstige of liefdevolle, met liefde te reageren – de enige reactie die gerechtvaardigd en behulpzaam is.