Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#991 Als we terugkeren in de Eenheid, houden we dan onze persoonlijke herinneringen?

Wanneer vergeving eenmaal totaal is, en we het gewaarzijn hebben herwonnen van ons één zijn met God dat we in werkelijkheid nooit verloren hebben, zullen we dan onze persoonlijke herinneringen houden van de op het ego gebaseerde illusie waartegen we gekozen hebben? Werkt vereniging onderscheidend, of zijn we voorbestemd om een heilige gedachte in Gods denkgeest te worden in volmaakte vereniging met het Zoonschap?

Antwoord: Voor de afscheiding kiezen betekent tegen de eenheid beslissen ten gunste van het ego.

Eenheid/vereniging en afscheiding/onderscheid zijn onverenigbare gedachten en kunnen niet tegelijkertijd door de denkgeest gekoesterd worden. Wanneer we ons dus ons één zijn met God herinneren, zullen we geen herinnering houden van de ego-identiteit van afscheiding. Zoals Een cursus in wonderen ons regelmatig in herinnering brengt, is het afscheidingsprobleem het vergeten van onze Identiteit als Gods ene Zoon: “Dit is jouw belofte om nooit toe te laten dat eenheid jou uit de afscheiding wegroept; het grote geheugenverlies waarin de Godsherinnering volkomen vergeten lijkt….” (T19.IV.D.3:4). De oplossing is: de afscheiding vergeten en ons de waarheid van één zijn herinneren.

Alleen al door haar aard, zondert vereniging niet af en maakt ze geen onderscheid. Onderscheid maken is de essentie van dualiteit, ten koste van de eenheid. Het komt tot uitdrukking in individualiteit/speciaalheid, die niet gehandhaafd kan worden wanneer er voor eenheid is gekozen. Net zoals eenheid vergeten wordt wanneer de keuze wordt gemaakt om zich met het ego te vereenzelvigen, zal de illusie van individualiteit vergeten worden wanneer voor eenheid wordt gekozen en de Verzoening voltooid is. Angst om ons één zijn met God te aanvaarden ligt ten grondslag aan de intense gehechtheid aan speciaalheid waardoor eenheid vergeten blijft. Het leerplan van de Heilige Geest voor vergeving houdt rekening met onze angst voor eenheid en onze gehechtheid aan speciaalheid, door de veelheid aan verschillen die het ego heeft gemaakt om af te scheiden, tot een klaslokaal te maken waarin we kunnen leren dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden (T6.II.10:7).

Dit beantwoordt het laatste deel van je vraag: we zijn al een gedachte in de Denkgeest van God, een Denkgeest die we nooit verlaten hebben. Onze bestemming is alleen maar ons te herinneren dat dit is wat we waarlijk zijn, en de illusie te vergeten dat we iets anders zijn. Vergeving is het pad dat dit mogelijk maakt. Door dit proces zien we dat elke grief een projectie is van de schuld die gepaard gaat met de keuze van de denkgeest om afscheiding in plaats van eenheid te kiezen. Telkens wanneer we bereid zijn op deze manier naar grieven te kijken, wordt onze identiteit als denkgeest versterkt of herinnerd, en het geloof in het lichaam verminderd of vergeten. Zo zegt Jezus ons in het Werkboek: “Het is even zeker dat wie grieven koestert, zal vergeten wie hij is, als het zeker is dat wie vergeeft, het zich herinneren zal” (WdI.68.3:3).

Zolang er angst voor eenheid blijft bestaan, nemen we de kleine stapjes van vergeving waarin de pijn en de kwelling van het koesteren van grieven verdwijnt, en de angst afneemt. We nemen deze kleine stapjes met ‘zachte tred’ tot we klaar zijn voor eenheid. Zo verzekert Jezus ons in het Tekstboek: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden” (T16.VI.8:1-2). Deze vriendelijke woorden ontkrachten het argument van het ego dat ‘de angst om je persoonlijke identiteit te verliezen’ juist de reden is om Jezus’ liefdevolle boodschap niet te aanvaarden. Uiteindelijk zal alles vergeten worden; op dit moment volstaat onze bereidheid om – door middel van vergeving – één grief per keer te vergeten.