Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#982 Ik ben onaardig tegen iemand geweest. Wat betekent dat?

Ik probeer de hele tijd naar de Heilige Geest te luisteren, en Hem vooral te vragen via mij te spreken, wanneer ik met anderen praat. Ik verbaas mij dikwijls over de zachtaardige, bemoedigende woorden die uit mijn mond komen. Ik schrijf dit alleen maar toe aan de bereidwilligheid Christus voor mij te laten spreken, en niet aan eventuele speciale vermogens van mezelf. Maar toen ik verleden week met een predikant van de ‘New Thought’-beweging sprak, gebeurde er iets dat me dwars zit. Ik zei hem dat hij in plaats van zijn kudde aan te moedigen zelf naar God te luisteren, probeerde hen van hem afhankelijk te houden en hen te laten geloven dat ze alleen via hem God bereiken. Ik heb heel autoritair tegen hem gesproken. Daarna heb ik me snel verontschuldigd en ben weggelopen. Dit zit me erg dwars, want hier heb ik geen liefde onderwezen. Ik kende deze man nauwelijks! Ik heb me spiritueel opengesteld voor ik met hem sprak, dus waarom zou er zoiets onaardigs uit gekomen zijn? Ik veronderstel dat ik op de een of andere manier en om de een of andere reden geprojecteerd heb. Wil je me alsjeblieft jouw visie geven.

Antwoord: In de eerste plaats moet het duidelijk zijn dat wij er niet noodzakelijkerwijs over kunnen oordelen of we al dan niet liefde onderwijzen via onze woorden. In Een cursus in wonderen zegt Jezus ons dat wat we horen als we naar de Heilige Geest luisteren “zonder meer heel verbijsterend [kan] zijn” (H21.5:2). Het is dus mogelijk dat onze woorden hard of zelfs eigenaardig klinken, maar nog altijd gemotiveerd worden door een onderliggende bedoeling om liefdevol en behulpzaam te zijn. Dus alleen op basis van de beschrijving van de uiterlijke gebeurtenissen kunnen we niet zeggen of je in feite onaardig tegen die man bent geweest.

Je hebt gelijk dat we projecteren wanneer we iets zeggen, voelen of denken dat geen uitbreiding van liefde is. Als je dat op dat moment inderdaad hebt gedaan, kunnen we alleen maar naar de redenen gissen. Zonder meer over je te weten, kunnen we alleen maar speculeren over de reden waarom er op dat specifieke moment een reactie bij je werd uitgelokt, door die bepaalde persoon. Maar het kan nuttig zijn eens na te denken over de volgende uitspraak uit de Cursus: “projectie[,] doet zich voor wanneer je gelooft dat er een leegte of een gebrek in jou bestaat, en meent dat je dit met je eigen ideeën in plaats van met waarheid kunt opvullen” (T2.I.1:7).

Met andere woorden: als je hem aanviel, is de kans groot dat hij je aan iets deed denken waarvan jij jezelf beschuldigt. (Dit hoeft niet te betekenen dat je jezelf van precies hetzelfde beschuldigt, als waar je hem voor hebt berispt, hoewel dat wel het geval kan zijn.) Voordat je je bewust werd van die schuld, is je ego opgesprongen en heeft gezegd: ‘Ah, maar ik weet hoe ik van die schuld kan afkomen. Ik richt mijn aandacht in plaats daarvan op wat hij verkeerd doet.’ Zoals de Cursus zegt: “Projectie maakt waarneming, … jij [hebt] je broeder aangevallen, omdat je in hem een schaduwfiguur in je privé-wereld [je denkgeest] zag. En zo komt het dat het onvermijdelijk is dat je eerst jezelf aanvalt, want wat je aanvalt bevindt zich niet in anderen. De enige realiteit die het heeft bevindt zich in jouw eigen denkgeest…” (T13.V.3:5-8).

Als schuld in de eerste plaats tot die gebeurtenis heeft geleid, dan is het nuttiger dat je dit gebruikt als een waardevolle informatiebron, in plaats van je er schuldig over te blijven voelen. Je zou kunnen inzien dat een deel van je denkgeest nog steeds angstig is, ondanks je veelvuldige succesvolle pogingen om je met de Liefde van de Heilige Geest te verbinden, want “Wat geen liefde is, is altijd angst, en niets anders” (T15.X.4:5). Het is zo dat zolang we enig geloof blijven houden in de werkelijkheid van deze wereld en ons individuele bestaan erin, een deel van onze denkgeest angstig blijft. Alleen helemaal aan het einde van onze spirituele reis zullen we volkomen vrij zijn van schuld en voortdurend van liefde vervuld. Tot dan is het nagenoeg onvermijdelijk dat we zowel momenten van juist-gericht-denken hebben wanneer we liefde uitbreiden, als momenten van onjuist-gericht-denken wanneer we schuld projecteren.

Het feit dat jij inziet dat je misschien schuld geprojecteerd hebt, en dat je een oprecht verlangen hebt dat niet te doen, is al heel behulpzaam. Op dat punt kun je gewoon direct stil worden en de Heilige Geest vragen je te helpen door Zijn barmhartige, niet-oordelende ogen naar het voorval te kijken dat je beschreven hebt (en elke toekomstige situatie die een schuldreactie teweeg brengt) – en Hem toestaan jou dezelfde zachte aanmoediging te geven als die, die je met Zijn hulp tot anderen richt.