Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#976 Is ‘de werkelijke wereld' de laatste stap?

Ik heb gelezen dat het doel van Een cursus in wonderen niet de Hemel is maar de werkelijke wereld. De werkelijke wereld als geestestoestand van de denkgeest waarin we alles en iedereen hebben vergeven, inclusief onszelf. Vergeving van het denkbeeldige zelf (het ego of ‘ik’) door ons gemaakt, als onderdeel van de afscheiding van God. Maar als we de wereld en onszelf compleet vergeven, verdwijnt dan ook het ego, samen met alle vormen van afscheiding die ons een spiegel voorhouden?

Wie zou er over blijven om de werkelijke wereld op te merken (voortgekomen uit alleen vergeving) als er geen ‘ik’ is? Met andere woorden: als ik de wereld totaal heb vergeven, zou hij dan niet gewoon verdwijnen? Zegt de Cursus daarom dat het voor God heel makkelijk is ‘de laatste stap’ te zetten? Omdat we deze in de basis al genomen hebben?

Antwoord: Een van de moeilijkheden die we tegenkomen in een poging de Cursus te begrijpen is dat we onze hersenen – die lineair denken - gebruiken om een proces te analyseren dat niet lineair is.

Op het praktische niveau spreekt de Cursus ons toe alsof het proces van ontwaken bestaat uit afzonderlijke stappen omdat dat de enige manier is waarop wij het kunnen bevatten. Maar in werkelijkheid gaat het niet op deze manier. En vanuit ons perspectief, binnen de droom van afscheiding, zijn we niet eens in staat ook maar een begin te maken met begrijpen wat er met de laatste stap word bedoeld, of wat het betekent om volledig ontwaakt te zijn. Jezus laat ons weten dat dit zo is als hij zegt “….want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis” (T25.I.7:1).

Daarom beoogt de Cursus niet om ons naar huis terug te krijgen maar streeft hij ernaar om in onze denkgeest de voorwaarden te scheppen die onze terugkeer vergemakkelijken – voorwaarden waaraan de Cursus refereert als ‘de werkelijke wereld’. Dat houdt in: de terugkeer van de denkgeest naar een staat van totale vergeving. Nadat alle projecties van schuld zijn teruggenomen, zullen we vrij zijn van de angst die ons in slaap heeft doen vallen en zullen we deze wereld niet meer nodig hebben. Aangekomen op dat punt, zal het niet langer meer uitmaken waar we ons lijken te bevinden, omdat uiterlijke condities geen effect meer hebben op onze innerlijke vrede. De wereld zal niet verdwijnen, maar zijn vermogen effect te hebben op ons, op wat voor manier dan ook, zal verdwijnen. Wat vervolgens gebeurt - ons ontwaken - zal geen inspanning vragen van onze kant. Dus gelukkig hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. Jezus onderstreept dit symbolisch door ons te vertellen dat God de laatste stap zet, een poëtische manier om onze denkgeest gerust te stellen.(T17.II.4:4-5)

We kunnen de werkelijke wereld zien als voorafgaand aan ons volledige ontwaken en vergelijkbaar met een heldere, lucide droom. Terwijl we onszelf nog steeds hier in de vorm ervaren, zullen we beseffen dat het maar een droom is en dat we niet de ‘ik’ zijn die we dachten te zijn, maar dat we de dromer van de droom zijn.

Dit bewustzijn stelt ons in staat de inhoud van de droom te bepalen. En zo zullen we ervoor kiezen om er een droom van liefde en vergeving van te maken. We kunnen nog steeds al de wreedheid en pijn in deze wereld zien, maar nu door ogen die niets anders doen dan zegenen. Ontwaken zal dan net zo eenvoudig zijn als wakker worden na een goede nachtrust.