Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#970 Als supervisor wordt mij gevraagd anderen te beoordelen. Hoe kan ik hiermee omgaan?

Ik ben twee en een half jaar student van Een cursus in wonderen. De laatste tijd zijn er op mijn werk veel kwesties naar boven gekomen. Ik vind het moeilijk om iedereen te zien als roepend om liefde. Ik voel me gewoon overweldigd – lichamelijk en mentaal moe van het proberen te handelen vanuit mijn hogere denkgeest en mijn ego uit de weg te houden. Omdat ik in een positie van supervisor zit, zijn er situaties waarin van me wordt verlangd dat ik anderen beoordeel. Ik geloof dat deze beoordelingen niet juist zijn en dat ze niet werkelijk helpen om het gewenste gedrag te bewerkstelligen. Hoe moet ik dit benaderen?

Antwoord: Dat de bestudering van Een cursus in wonderen maakt dat je vriendelijker en liefdevoller wilt zijn, is in potentie zeer behulpzaam. Het lijkt er echter op dat jouw aanpak om dit bewonderenswaardige doel te bereiken, je in feite alleen maar meer frustratie en schuld over je werk geeft. Als dit het geval is, dan kun je ervan verzekerd zijn dat je niet precies doet wat de Cursus voorstaat.

Wellicht is het behulpzaam om de volgende passage uit het Tekstboek te overwegen: “Jij vraagt je misschien af hoe jou, jij die nog steeds aan oordelen gebonden bent, gevraagd kan worden dat te doen wat van jou persoonlijk geen oordeel vereist. Het antwoord is heel simpel. De macht van God, niet die van jou, brengt wonderen teweeg. Het wonder zelf vormt slechts de getuige dat jij de macht van God in jou hebt” (T14.X.6:7-10). Vervolgens legt Jezus de nutteloosheid uit van proberen op je eentje wonderen te verrichten: “Het enige oordeel dat ermee gepaard gaat [met wonderen] is de enige verdeling in twee categorieën die de Heilige Geest maakt: de ene is liefde, de andere een roep om liefde. Jij kunt die indeling niet op een veilige wijze maken, want jij bent te zeer verward om liefde als zodanig te herkennen, of te geloven dat al het andere niets dan een roep om liefde is. (T14.X.7:1,2).

Met andere woorden: de Cursus vraagt ons niet om onszelf te forceren om voorbij oordelen te gaan. Het vraagt ons eerder om ons te verbinden met de liefde van God in onze denkgeest, wat onze waarneming radicaal en compleet zal veranderen. Om ons te helpen dat te doen, laat de Cursus ons weten dat we, behalve de oordelende egostem, ook een andere Leraar in onze denkgeest hebben – de Stem van de Heilige Geest. Wanneer we naar het ego luisteren (zoals de meesten van ons voortdurend doen), zien en horen we automatisch alles als een aanval die vraagt om een aanval. Wanneer we naar de Heilige Geest luisteren, zien en horen we alles automatisch ofwel als liefde of als een roep om liefde. Als we dus de dictaten van het ego volgen, kunnen we alleen oordelend en aanvallend zijn. Wanneer we ons door de Heilige Geest laten leiden, worden we vriendelijk en liefdevol zonder enige moeite van onze kant.

Dus nogmaals: het proces van de Cursus gaat er niet om de wereld of andere mensen anders te wíllen zien. Het gaat erom het leven te gebruiken als een leerschool die ons onderwijst dat we beter af zullen zijn als we van innerlijke leraar wisselen. De liefdevolle, niet oordelende aanwezigheid die we worden als we eenmaal die keuze gemaakt hebben is noch de zorg van de Cursus, noch die van ons. Wat onze zorg wel is, is de Heilige Geest vragen onze hand vast te houden. En ons te helpen kijken naar onszelf zonder oordeel, terwijl we de rollen blijven vervullen waarvan we gewend waren ze uitsluitend onder de leiding van het ego te spelen. Met andere woorden: we vragen de Heilige Geest ons te helpen naar onze oordelen te kijken, zonder oordelen. Wanneer we dat doen, zal Hij ons tonen dat onze oordelen louter manifestaties zijn van onze eigen angst voor de Liefde van God. En iedere keer dat we dit over onszelf beseffen, zullen we inzien dat dit wel dezelfde angst moet zijn die de motivatie vormt van iemand die we op dat moment beoordelen.

Op deze manier zal de Heilige Geest ons geleidelijk en zachtaardig onderwijzen hoe we onze rollen op zo’n manier kunnen vervullen, dat zelfs terwijl we iemand in de vorm beoordelen (zoals jouw werk vereist), de inhoud liefde is. Het lijkt misschien behoorlijk wat tijd te kosten voordat we werkelijk weten hoe we dit moeten doen en in staat zijn om het consequent te doen. Dit betekent niet dat we falen, of dat we het nog harder moeten proberen. Het laat ons simpelweg zien dat we nog steeds te bang zijn voor de Liefde van God.

Als je deze strijd herkent als zowel die van jezelf als de universele menselijke conditie, wie kan er dan een betere keuze zijn dan jij om een supervisor te zijn?