Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#953 Over verdedigingsloosheid

Mijn man en ik hebben een kleine onderneming. Onlangs kregen we de kriebels vanwege ervaringen met leveranciers die ons beschadigde goederen sturen, of zich een beetje vijandig gedragen. Ik begrijp dat die ervaringen symbolisch zijn voor mijn angst voor God, wat resulteert in schuld en geloof in straf. Maar het is nieuw dat ik een gevoel heb alsof ik het niet kan verdragen om deze zaken aan te vechten. Ik ben niet boos op de leveranciers, maak me geen zorgen over het geld, en doe er überhaupt niets aan! Het is alsof ik het gewoon niet meer kan. "In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid" (WdI.153) is mijn motto geworden. In de meeste situaties kan ik het gewoon niet aan om mezelf te verdedigen. Het doet te veel pijn. En toch is er de angst (van het ego?) dat ik de Cursus gebruik om confrontaties uit de weg te gaan, of dat ik de leiding die ik zoek, maar waarvan ik nooit zeker ben dat ik die goed hoor, verkeerd interpreteer. Ik heb het gevoel alsof ik in dit leven zelf op talloze manieren te veel in rekening heb gebracht, of goederen heb geleverd die gebreken vertoonden. Waarom zou ik me tegen een dergelijke behandeling van anderen verdedigen of er boos over zijn, wanneer ik hen wil vergeven. Ik zou het liever negeren en laten gebeuren. Ik wil het gewoon loslaten en iedereen vergeven, zelfs als het mij geld kost of ongemak. Dit lijkt een geringe prijs die ik voor gemoedsrust moet betalen. Hou ik mezelf voor de gek?

Antwoord: Omdat Een cursus in wonderen een gids is voor het veranderen van je denkgeest en niet van je gedrag, is er geen ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier om als student van de Cursus met dingen om te gaan. Echter, het kan van nut zijn te verduidelijken wat Jezus met verdedigingsloosheid bedoelt. Het concept verdedigingsloosheid in de Cursus heeft niets met gedrag te maken. Het gaat strikt over wat er in de denkgeest gebeurt. Wanneer wij het ego als onze innerlijke leraar kiezen, beginnen wij met de aanname dat wij schuldig zijn omdat wij ons bestaan als zodanig van God hebben gestolen. Daarna onderdrukken we die gedachte en projecteren haar op anderen, waarbij we onszelf ervan overtuigen dat zij de vrede van God van ons hebben gestolen. Op het niveau van vorm, weerspiegelen wij deze dynamiek telkens wanneer wij op iemand anders kwaad worden. Of we ons nu ergeren omdat ze ons afsnijden op de snelweg of woedend zijn omdat ze ons geld stelen, onder ons misnoegen ligt de beschuldiging dat zij God’s vrede van ons hebben gestolen.

Aan de ander kant, wanneer wij de Heilige Geest als onze innerlijke Leraar kiezen, weten we dat Gods Liefde nog steeds in onze denkgeest verblijft, ongeacht wat wij in de wereld ervaren. En aangezien zij daar verblijft, hebben alle dingen waarvan wij onszelf beschuldigen duidelijk geen gevolg gehad, en moeten daarom verzonnen zijn. Dat betekent dat wij onschuldig zijn, en als wij dat zijn dan moet ieder ander dat ook zijn. Met dat bewustzijn is het onmogelijk om iets anders te doen dan liefde uitbreiden. Dit is dan Jezus’ definitie van verdedigingsloosheid: wanneer wij geen behoefte voelen ons te verdedigen omdat niets de macht heeft onze vrede weg te nemen.

Natuurlijk kunnen maar weinigen van ons beweren die toestand bereikt te hebben (en doen alsof we die wel bereikt hebben is het laatste wat we moeten doen). Feitelijk is het doel van de Cursus ons een routekaart te verstrekken om zover te komen. Hij stuurt ons op een innerlijke reis die er uit bestaat elke ervaring in ons leven te veranderen in een klaslokaal voor vergeving. Omdat wij geconditioneerd zijn beslissingen te nemen op basis van vorm in plaats van inhoud, raken jammer genoeg veel studenten onbedoeld uit de koers omdat ze ervan uitgaan dat vergeving betekent alles negeren en gewoon laten gebeuren, net zoals jij zegt. Dat is niet wat Jezus ons vraagt. Het simpelweg laten passeren van gebeurtenissen waarin wij het slachtoffer lijken te worden, terwijl we ondertussen de dader proberen te vergeven, leidt ons in feite vaak regelrecht in een geniepige valkuil van het ego. Niet alleen blijven onze gevoelens van slachtofferschap bestaan (om zeker elders te worden geprojecteerd), maar we gaan ons ook superieur voelen tegenover hen die ons schijnbaar onrecht aandeden.

Bijvoorbeeld: je zei dat je wilt vergeven, zelfs als het je geld kost en ongemak. Dat zou oké kunnen zijn, maar wees er zeker van dat je geen oorzakelijk verband impliceert dat niet bestaat. Denk niet dat een ander iets van je laten wegnemen – met andere woorden, iets opofferen – een noodzakelijk onderdeel van jouw ervaring van vergeving is. In werkelijkheid is er geen verband tussen opofferen en vergeven. Noch verdien je het om nu slecht behandeld te worden omdat je in het verleden te veel in rekening hebt bracht of goederen met gebreken hebt geleverd. Lijden en terugbetaling spelen geen rol bij vergeving, net zo min als opoffering.

Het ego zelf houdt van deze opzet omdat het betekent dat jij in je eigen denkgeest een held wordt (en misschien ook in de ogen van de wereld) terwijl de ander een schurk blijft. Bovendien behoud jij je geloof in afzonderlijke belangen. Die ander heeft iets gedaan dat ogenschijnlijk oneerlijk of onaardig is, en jij hebt besloten dat het in jouw hoogste belang is om het simpelweg te accepteren en in zijn of haar hoogste belang om er helemaal niet naar te kijken. Dit zou heel goed kunnen inhouden dat aan jullie beiden je klaslokaal wordt ontzegd.

De kans is groot dat genezing wordt bereikt als je doet wat zogenaamd gewone mensen doen, maar het een ander doel geeft. Met andere woorden, neem gepaste maatregelen om te voorkomen dat anderen van je profiteren, maar doe dat zonder hen te haten of in gedachten aan te vallen. Dat vereist uiteraard, dat je, alvorens iets te doen, de Heilige Geest vraagt samen met jou te kijken naar de schuld, de angst en de boosheid die nog in jouw denkgeest bestaan. Dit zal jou altijd de weg wijzen naar de aanpak die het best het belang dient dat jij met jouw broeder deelt – ontwaken uit deze droom. En dan zul je een oprecht gevoel van vrede voelen waardoor je weet dat jij jezelf niet hebt misleid.