Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#940 Heeft Jezus Een cursus in wonderen gedicteerd?

Ik ben net begonnen met het lezen en bestuderen van Een cursus in wonderen en mijn vraag is: begrijp ik goed dat Jezus het boek dicteerde? Ik heb er moeite mee gehad Jezus te aanvaarden, omwille van de manier waarop ik ben opgevoed, en het belang dat werd gehecht aan zijn kruisiging om ons van onze zonden te bevrijden. Dat klopte volgens mij niet. Nu ben ik verbijsterd omdat ik deze geweldige gelegenheid kan aangrijpen om me met deze broeder te verbinden die me zo openlijk zijn hand reikt om samen met hem de weg naar God te gaan.

Antwoord: Ja en nee. In het boek van Kenneth Wapnick: “Absence from Felicity: The story of Helen Schucman and her scribing of A course in miracles” (“Een leven geen geluk: het verhaal van Helen Schucman en hoe ze Een cursus in wonderen optekende”), vertelt hij dat de stem die Helen hoorde en de Cursus dicteerde, zichzelf als Jezus identificeerde. In de vorm was Helens ervaring dus dat ze de stem van Jezus hoorde die de Cursus dicteerde. Net als wij allemaal, had Helen een gespleten denkgeest; een deel ervan vereenzelvigde zich met het ego (onjuiste gerichtheid-van-denken), terwijl een ander deel het stralende licht vasthield van de herinnering van Gods liefde (juiste gerichtheid-van-denken). Een gespleten denkgeest is zodanig van aard dat een deel ervan zich van de andere dissocieert. Wanneer de denkgeest er dus voor kiest om zich met het ego te vereenzelvigen, kan hij niet inzien dat het juiste denken een deel van hemzelf is.

Het was voor Helen, net als voor de meesten van ons, te beangstigend om zich volledig te vereenzelvigen met de juist gerichte denkgeest, die door het hele Zoonschap gedeeld wordt en de bron is van de liefdevolle boodschap van vergeving van de Cursus. Maar ze was wel in staat de boodschap te ontvangen zolang ze als bron ervan de symbolische figuur van Jezus zag, die haar hele leven belangrijk voor haar was geweest. Hij is ook voor zowel de christelijke als de niet-christelijke westerse wereld een figuur van betekenis geweest, en aangezien het een van de doelen van de Cursus is om de verwrongen leringen van het traditionele christendom recht te zetten, is het belangrijk dat Jezus als de bron van de Cursus erkend wordt. Hoewel “[er] wrange idolen gemaakt [zijn] van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn” (VvT5.5:7), en we moeten leren hem onze illusies van hem te vergeven (VvT5.5:8), is zijn autoriteit als ‘woordvoerder’ van de liefdevolle boodschap van vergeving van de Cursus toch snel te herkennen.

Het auteurschap van de Cursus kan dan ook bezien worden als een drie-eenheid: Helens juist gerichte denkgeest, de juist gerichte denkgeest van het Zoonschap en Jezus als de symbolische figuur die beide representeert. De inhoud – dat de wereld een illusie is, de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden, en Gods onschuldige Zoon thuis is in de Hemel met Hem – is boven elke vorm verheven, ook die van de Cursus zelf. De gezamenlijke beslissing van Helen Schucman en William Thetford om een betere manier te vinden om met elkaar en hun collega’s om te gaan, is een afspiegeling van hun keuze om de inhoud van de juist gerichte denkgeest te aanvaarden. Deze beslissing vond uitdrukking in de vorm van de Cursus.

Het is niet nodig dat je gelooft in de kruisiging van de historische Jezus om de Cursus te bestuderen. De traditionele christelijke lering dat Jezus’ kruisiging gold als verzoening voor de zonde van Adam en Eva, waardoor de hemelpoorten weer werden opengezet voor iedereen, wordt in de Cursus in feite voorgesteld als een van de verkeerde overtuigingen van het christendom die correctie nodig hebben. Elk basisprincipe van de Cursus weerlegt de lering dat Jezus voor onze zonden is gestorven; als voorbeeld: er is geen zonde (T26.VII.10:5), geen schuld (T14.V.1:12), geen wereld (WdI.132.6:2), geen dood (T3.VII.5:11), geen afscheiding (T8.V.2:8). Jezus is niet de verlosser van de wereld. Het is eerder zo dat de verlossing wordt aanvaard zodra de denkgeest, die zich ten onrechte met het ego (onjuiste gerichtheid-van-denken) vereenzelvigd heeft, zich in plaats daarvan vereenzelvigt met de herinnering van Gods liefde (juiste gerichtheid-van-denken), gesymboliseerd door de Heilige Geest en Jezus. Helens angst om zich volledig met haar juist gerichte denken te vereenzelvigen is de angst van ons allemaal. Zolang we dus gedissocieerd blijven van ons ware zelf, hebben we een symbolische figuur zoals Jezus nodig, die de Cursus dicteert en wiens hand we vasthouden zolang we nog aan het leren zijn dat we één zijn met hem. Jezus zelf moedigt ons aan om dat te doen: “Als het je helpt, denk dan dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn” (WdI.70.9:3-4). Je herinneren dat Jezus de naam is die we aan iemand geven die het juist gerichte denken van het Zoonschap vertegenwoordigt, en tot ons komt van buiten de droom in een vorm waarmee we in relatie kunnen staan, zal helpen om hem als werkelijk te beschouwen zonder dat je verbijsterd hoeft te zijn.