Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#934 Hoe krijg ik een persoonlijke relatie met Jezus?

Om Een cursus in wonderen te leren moet een student in zijn denkgeest een relatie vormen met Jezus of de Heilige Geest, zoals de Cursus ons herhaaldelijk vertelt. Maar hij geeft nauwelijks praktische raad over hoe je met hen in contact komt. Helen Schucman, die de Cursus doorgegeven heeft, had duidelijk een persoonlijke relatie met Jezus. Ze wist hoe ze met hem in nauw contact kon staan. Maar wat moeten wíj doen?

Antwoord: Ongetwijfeld zijn veel studenten van Een cursus in wonderen op enig moment jaloers geworden op Helens ervaring de stem van Jezus te horen. Het ligt voor de hand te geloven dat Jezus een speciale liefde voor Helen moet hebben gehad die hij de rest van ons onthoudt. Dit is precies wat het ego wil dat we geloven, omdat dit zijn bewering rechtvaardigt dat niet wij Gods Liefde verlaten hebben, maar dat Gods Liefde ons verlaten heeft. Maar geloven dat Helen iets had wat wij niet hebben, omdat we niet letterlijk een stem horen, gaat volledig voorbij aan waar de Cursus over gaat.

Het zijn niet de woorden die Jezus aan Helen gaf, die we in onze denkgeest nodig hebben, maar de liefde waardoor die woorden werden geïnspireerd. En het is niet Jezus als historische menselijke figuur, noch de Heilige Geest als een Entiteit die we nodig hebben, maar de abstracte liefde die zij vertegenwoordigen.

De Cursus leert ons dat het lichaam slechts een figuur in een droom is (T27.VIII.4:3). Dat betekent elk lichaam – inclusief Jezus, de Heilige Geest, en wijzelf als de individuen die we denken te zijn. Alles wat we waarnemen alsof het een individuele identiteit heeft en fysiek bestaat is slechts een symbool in onze droom.

Maar omdat we zo volledig overtuigd zijn van de realiteit van onze symbolen, zou een boek dat alleen over abstracte liefde gaat zonder die te verpersoonlijken, ons niet veel verder helpen. We beschikken niet over manieren om abstracte liefde te kunnen vatten op het niveau van het menselijk denken. Dus toen die van buiten de droom komende abstracte liefde in Helens denkgeest binnenkwam, ervoer ze die als de stem van Jezus – voor haar een krachtig symbool. Gelukkig is Jezus voor de meesten van ons in de westerse wereld eveneens een krachtig symbool. Dus is het gelukkige resultaat een boek dat ons binnen de droom een manier aanreikt om de liefde die van buiten de droom komt te conceptualiseren.

Als Cursusstudenten is het goed er eens bij stil te staan dat we waarschijnlijk nooit bij onszelf hebben gezegd dat we de aanwijzingen van het ego niet kunnen volgen omdat we zijn stem niet horen. Op een bepaald niveau weten we dat het ego slechts een symbool is. Maar wanneer de Cursus over de “zinloze kreten” van het ego spreekt (T25.V.3:5) protesteren we niet dat we deze nooit gehoord hebben. Integendeel, we herkennen dit op een soms pijnlijke manier. En dus aanvaarden we het ego als een bruikbaar symbool, dat tegelijkertijd reëel en irreëel is.

Echter, wanneer de Cursus ons vertelt dat de Heilige Geest “een zachte, stille Stem” (T21.V.1:6) is, denken we dat we letterlijk een stem moeten horen. En er is een reden waarom we dat onmiddellijk beslissen. Op een niveau waarop we dat niet bewust zijn, weten we dat deze Stem van Liefde in werkelijkheid een gedachte van liefde is die nog steeds in onze denkgeest aanwezig is. We weten ook (wederom: onbewust) dat we ons hier op elk moment toe kunnen wenden en dat maakt ons doodsbang. Dus in een oogwenk bedenkt het deel van onze denkgeest dat bang is (gesymboliseerd door het ego) deze slimme truc, die ons opnieuw laat zoeken maar nooit laat vinden.

Omdat we er zo behendig in zijn onszelf stevig geworteld te houden in deze dynamiek en in deze droom, is het erg behulpzaam het beeld van een oudere, wijzere, zachtaardige en liefhebbende broer te hebben als onze gids. Maar nogmaals, we hebben hem alleen nodig in onze denkgeest. Hij komt niet naar ons toe. Eerder komen wij symbolisch naar hem toe door te kiezen voor een ander denksysteem.

Overigens hoeven we naar dit denksysteem niet eens te zoeken. Zoals de Cursus zegt: "Het is niet jouw taak op zoek te gaan naar liefde, maar enkel in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt, en die te vinden” (T16.IV.6:1). En dus is alles wat we hoeven te doen: kijken naar onze niet-liefdevolle gedachten en daden, zonder ze te rechtvaardigen of te beoordelen. Uiteindelijk zal dat ons leren dat onze pijn door onszelf wordt veroorzaakt en dat we veel gelukkiger zouden zijn als we een andere keuze maakten. Dat wordt bedoeld met de hand van Jezus nemen om het ego te overstijgen (T8.V.6:8) Om dat te doen zijn geen speciale middelen of vaardigheden nodig – alleen een beetje bereidwilligheid (T18.V.2:5)

Voor ander vragen over het luisteren naar Jezus en de Heilige Geest, zie V#011 en V#401a.