Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#911 Wat is de betekenis van “woorden zijn slechts symbolen van symbolen”?

In het Handboek voor leraren, in het hoofdstuk Wat is de rol van woorden bij genezing?, zegt de Cursus: “…woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd” (H21.1.9-10). Kun je alsjeblieft uitleggen wat dit betekent?

Antwoord: In Een cursus in wonderen brengt Jezus naar voren dat alles wat we in ons hele leven meemaken (wakend en slapend) een droom is. Net zoals een psychotherapeut een cliënt vertelt dat alles in zijn nachtelijke droom een symbool is, zegt Jezus ons dat alles in deze wereld van vorm een symbool is. Als we iets waarnemen of ervaren, komt dat doordat we het daar geplaatst hebben (niet als het individu dat we denken te zijn, maar wel als de ene denkgeest van Gods Zoon die droomde dat hij zich kon afscheiden en kon bestaan in een wereld buiten de Hemel).

Nu is het duidelijk dat elk woord in deze wereld iets voorstelt (of het nu een fysiek voorwerp, een emotie of een idee is). Ieder woord staat dus symbool voor iets dat zelf een symbool is. Om hier een beetje dieper op in te gaan: de onjuist gerichte denkgeest (de stem van het ego) begint met een afscheidingsconcept. Van daaruit projecteert het een wereld van vorm die gevuld is met voorwerpen. Dus voor het ego is alles in de fysieke wereld een symbool van dat aanvankelijke afscheidingsconcept. En ten slotte: omdat we naar de onjuist gerichte denkgeest luisteren, gebruiken we woorden die symbool staan voor deze afscheidingssymbolen.

Hetzelfde principe geldt voor de juist gerichte denkgeest (de Stem van de Heilige Geest). Beginnend met de Godsherinnering, schept het een concept van wat God is en wat liefde is. Vervolgens gebruiken we woorden om deze concepten te symboliseren.

Jezus zegt dat woorden dubbel van de werkelijkheid verwijderd zijn, omdat de werkelijkheid alle symbolen te boven gaat. De werkelijkheid is de eenheid van de Hemel, de totaliteit van God. Het is ons werkelijke thuis, één met God, dat we nooit verlaten hebben. De Cursus zegt ons: “Zoals het niets niet kan worden afgebeeld, zo is er ook geen symbool voor totaliteit. De werkelijkheid wordt uiteindelijk gekend zonder vorm, onafgebeeld, en ongezien” (T27.III.5:1-2). Hij zegt dat vergeving (ons pad om tot de werkelijkheid te ontwaken) ervoor zorgt dat “symbolen vervagen”, en er niets achterblijft van “wat de ogen ooit zagen of de oren hebben gehoord … dat nog waarneembaar [blijft]” (T27.III.7:1). Helemaal aan het einde van de reis zijn er dus geen symbolen meer die we kunnen waarnemen en hebben we geen verdere symbolen nodig voor de communicatie van onze waarneming.