Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#910 Zit ik op het juiste spoor als ik inzie dat ik iedereen haat?

Ik lijk nu op een punt gekomen te zijn waarop ik inzie dat ik iedereen haat – dat mijn speciale liefde-relaties in werkelijkheid speciale haat-relaties zijn. Ik ‘zie’ nu ‘iedereen als eender’. Zit ik op het juiste spoor?

Antwoord: Een cursus in wonderen zegt ons dat relaties in werkelijkheid handeltjes zijn die we met anderen sluiten zodat zij een gemis kunnen aanvullen dat we in onszelf waarnemen. Wanneer we denken dat iemand anders aan onze behoeften voldoet, ervaren we speciale liefde. Wanneer we voelen dat iemand niet aan onze behoeften heeft voldaan, ervaren we speciale haat. Maar daaronder moeten we hen in het geheim wel haten, zolang we anderen als gescheiden van ons zien en anders, in het bezit van iets dat wij willen maar niet hebben. Bovendien kan niemand daadwerkelijk aan onze behoeften voldoen, omdat ons gevoel van gemis in werkelijkheid afkomstig is van ons geloof dat we gescheiden zijn van God (en de schuld die dat met zich meebrengt). Dus uiteindelijk kan niemand er in slagen om aan onze verwachtingen te voldoen en iedereen wordt, soms zelf op een bewust niveau, het voorwerp van onze haat (die eruit kan zien als woede, teleurstelling en een aantal andere emoties).

Als je werk met de Cursus je geholpen heeft om in te zien dat jij in iedere relatie hetzelfde spelletje speelt, dan zit je, in zekere zin, op het juiste spoor. Het is echter belangrijk om onderscheid te maken tussen het erkennen dat je met iedereen hetzelfde doet, tegenover iedereen daadwerkelijk als hetzelfde zien. Je kunt voor hen allemaal dezelfde haat voelen. Maar, nogmaals, die haat is afkomstig van het geloof dat ze gescheiden van jou zijn en dus anders.

Wanneer Jezus in de Cursus zegt ‘ze allemaal als hetzelfde’ te zien, bedoelt hij in werkelijkheid dat jij en al je broeders de enige zelfde behoefte delen – de behoefte om te ontwaken en je te herinneren dat we niet gescheiden zijn en Gods Liefde niet gedood of verlaten hebben. Hij probeert ons eraan te herinneren dat we allemaal hetzelfde zijn in de waanzin van het ego en in de wijsheid van de Heilige Geest. In de droom zijn we allemaal schuldig, maar in de werkelijkheid van de Hemel zijn we onschuldig. En tot slot: we zijn allemaal evenzeer in staat een beroep te doen op de Leraar in ons die ons wil helpen tot deze werkelijkheid te ontwaken.

Dus wanneer we iedereen werkelijk als het zelfde zien, is er geen haat. De enige manier om dat te bereiken, is zonder oordeel toe te kijken (door de hulp van de Heilige Geest in te roepen), wanneer ons ego steeds opnieuw dezelfde afschuwelijke spelletjes speelt. Op een bepaald punt zullen we beseffen dat de haat die we voor anderen voelen helemaal niet over hen gaat. Het is niets meer dan een verdediging die ons ego heeft uitgevonden om zich staande te houden. Wanneer we begrijpen dat we ons door het projecteren van haat alleen maar ellendig blijven voelen, zijn we verscheidene stappen dichter bij de hereniging met de Liefde van God in onze denkgeest – het enige dat ons ingebeeld gemis waarlijk aan kan vullen. Vervuld van die Liefde, met geen enkel gevoel van gemis, zullen we weten dat de verschillen die onze lichamen waarnemen, niets te betekenen hebben.

Zie de vragen V#191 en V#377 voor een verdere bespreking van speciale relaties.