Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#903 Hoe weet ik dat ik met de Heilige Geest verbonden ben?

Ik vind het moeilijk om me met de Heilige Geest te verbinden voordat ik naar mijn schuld kijk. Hoe weet ik dat ik me eerst verbonden heb voordat ik kijk? Ik herinner me dat ik eens gehoord heb dat we de gedachte van schuld en afscheiding zouden moeten proberen te zien vóór die op de buitenwereld geprojecteerd wordt. Het probleem is dat ik denk dat ze al daarbuiten is. Dan herinner ik me dat ik gelezen heb dat wanneer ik met specifieke zaken te maken heb, ik met het ego bezig ben, dus probeer ik mijn specifieke problemen niet op te sommen wanneer ik ze zie. In plaats daarvan probeer ik ‘in te zien wat het probleem is, zodat het kan worden opgelost.’ Wanneer ik rustig zit en eerlijk probeer te zijn, draait mijn denkgeest door. Ik weet dat een deel van mij zegt dat het eenvoudig en gemakkelijk is, omdat ik dat zo ervaren heb. Maar een ander deel zegt dat het heel moeilijk is. Het probleem is dat ik me schuldig voel wanneer ik dit als moeilijk ervaar; het is alsof mijn ego mij die pijn niet wil laten ervaren en zegt dat dat verkeerd is, dat het zo niet zou moeten aanvoelen. Hoeveel ‘donkere nachten van de ziel’ zijn er eigenlijk wel?

Antwoord: Je kunt op geen enkele manier zeker weten of je je met de Heilige Geest verbonden hebt voordat je kijkt – dat is de klacht van elke student. Duidelijkheid komt pas na heel veel oefening, en nadat je jezelf steeds opnieuw erop hebt betrapt dat je jezelf voor de gek houdt door te denken dat je je met de Heilige Geest hebt verbonden, terwijl je heel spitsvondig aan je ego hebt toegegeven. We moeten allemaal leren hoe toegewijd we zijn aan het in stand houden van onze speciaalheid en ons slachtofferschap en hoe verschrikkelijk bang we zonder deze zijn. Dat soort eerlijkheid is een voorwaarde om vooruitgang te boeken met deze cursus, maar we verzetten ons er hevig tegen omdat we nog altijd bang zijn dat we gestraft zullen worden als we onze ‘zonden’ onder ogen zien. Toch verzekert Jezus ons dat ‘een beetje bereidwilligheid’ van onze kant alles is wat nodig is. Hij zegt ons vertrouwen te hebben en ons alleen te concentreren op die bereidwilligheid, en “er niet over verstoord [te zijn] dat schaduwen haar omringen. Daarom juist ben je gekomen. Als jij zonder ze kon komen, zou je het heilig ogenblik niet nodig hebben. Kom er niet in arrogantie naartoe, ervan uitgaande dat jij per se de staat moet bereiken die zijn komst met zich meebrengt” (T18.IV.2:4-7).

Over het algemeen zul je merken dat je minder streng wordt met betrekking tot je oordelen en zelfhaat, als je met de Heilige Geest naar je schuld kijkt. Je leert hoe je er mild om moet glimlachen in plaats van jezelf de hele tijd af te ranselen en het gevoel te geven dat je op de een of andere manier gefaald hebt omdat je voor je ego hebt gekozen. Als je dit oefent word je naar de volgende stap geleid: de gedachte zien vóór die geprojecteerd wordt. Maar we worden aangetrokken tot schuld, zoals Jezus ons zegt (T19.IV.A), wat betekent dat we het moeilijk zullen vinden om gewoon om onze schuld te glimlachen en die niet serieus te nemen. Schuld is de hoeksteen van het denksysteem van het ego, en het ego zal dan ook hard vechten om eraan vast te houden. Het kan behulpzaam zijn dat we erkennen hoezeer we deze inspanning in ons dagelijks leven ondersteunen.

Het lijkt misschien niet zo, maar je boekt vooruitgang door gewoon je projecties van schuld en afscheiding te herkennen. Dat is de eerste stap in het vergevingsproces. De meeste mensen kunnen dat zonder al te veel problemen leren. En als je dat consequent kunt doen – zonder jezelf te veroordelen voor je projecties – bereid je jezelf voor om de volgende stap te nemen: zonder oordeel kijken naar de schuld in je eigen denkgeest. Dat proces leidt er uiteindelijk toe dat je in staat bent de gedachte te zien voordat de beslissing wordt genomen om die te projecteren. De sleutel is echter te leren hoe je geduldig en mild voor jezelf kunt zijn. Jezelf op enigerlei wijze forceren strookt niet met de zachtmoedigheid van Jezus’ benadering door de hele Cursus heen. Het zo serieus nemen is vergeten dat dit proces gaat over het ongedaan maken van iets dat nooit heeft plaats gevonden. Als een deel van je oefeningen je doen ‘doordraaien’, dan ben je waarschijnlijk het contact kwijtgeraakt met de zachtaardige inhoud van wat je verondersteld wordt te doen. Jezus verwacht nooit van ons dat we slaaf worden van de vorm die hij voorstelt voor onze oefeningen – het doel van al onze oefeningen is dat we in staat zijn met steeds minder belemmeringen zijn liefde te ervaren. In Les 70 herinnert hij ons eraan dat we door de wolken heen moeten gaan die het licht omringen, voordat we het licht kunnen bereiken. Als onze liefdevolle broeder moedigt hij ons aan: “Probeer op elke manier die jou aanspreekt voorbij de wolken te gaan. Als het je helpt, denk dan dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn” (WdI.70.9:2-4). Als je druk voelt bij het volgen van dit pad, kan dat alleen van je ego afkomstig zijn, en daarom moet je het niet serieus nemen. In de zin dat deze wolken van schuld onze reis uitmaken, kan men zeggen dat we de ‘donkere nacht van de ziel’ in veel variaties herhalen – tot we in het licht tevoorschijn komen.