Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#891 Wanneer mijn leven goed gaat, ben ik niet geïnteresseerd in de principes van de Cursus

Ik merk dat ik alleen bereid ben om eerlijk naar mijn denksysteem te kijken wanneer het slecht gaat. Wanneer het goed met mij gaat en alles ‘met de wereld in orde’ lijkt, heb ik heel weinig motivatie om me zo grondig aan verandering te committeren als nodig is om de Cursus te leren. Terwijl ik dit zeg, heb ik het gevoel alsof ik op een bepaald niveau de dingen mis laat gaan in de wereld, zodat ik bereid ben te leren. Want zolang ik denk dat de wereld werkelijk is (en ik heb duidelijk heel stevig in die overtuiging geïnvesteerd), denk ik dat het bestuderen van Een cursus in wonderen gelijk staat aan ongemak in het dagelijkse leven. Met mijn verstand besef ik dat Jezus mij niet straft, maar toch denk ik op die manier. Hoe kan ik hier anders over gaan denken?

Antwoord: Een onderdeel van het egoplan om ons te overtuigen dat er leven is buiten de Hemel, en dat we daarvan genieten, is het maken van een uitgebreide reeks verleidelijke vervangingen voor het ware geluk, dat ons erfdeel is als Gods onschuldige Zoon. Wanneer alles ‘met de wereld in orde’ lijkt te zijn, kan dat alleen maar dankzij het vluchtige genoegen dat je ervaart wanneer aan de behoeften van de speciaalheid van het ego is tegemoetgekomen. Jouw wankelende motivatie voor het beoefenen van De Cursus komt vaak voor. Zolang we tevreden zijn met een leven van uitputtende pogingen om ‘ego-geluk’ te vinden, zullen we niet van gedachten veranderen en niet ontwaken uit de droom. Het ego is heel slim in het vermommen en ontkennen van de pijn die doordringt in zijn denksysteem. Daarom hebben we de Heilige Geest nodig om de ellende bloot te leggen die onder de ‘goede tijden’ van het ego ligt.

Een van de belangrijke doelstellingen van de Cursus is om te helpen de onvermijdelijke pijn in te zien die onze identificatie met het ego met zich meebrengt. Zoals Jezus zegt in de tekst: “Alles in deze wereld waarvan jij meent dat het goed, waardevol en het nastreven waard is, kan jou kwetsen, en zal dat ook doen. Niet omdat het de macht heeft jou te kwetsen, maar juist omdat jij ontkend hebt dat het maar een illusie is, en het tot werkelijkheid hebt gemaakt” (T26.VI.1:1-2). Het doel is niet om bij elke picknick naar mieren te zoeken, maar om niet voor de gek gehouden te worden door de betekenisloze schittering van wat niet werkelijk bevredigt is en niet eens bestaat. Het ego wil ons doen geloven dat wanneer alles rooskleurig is, we een prachtig substituut voor de Hemel hebben gevonden, en als het niet zo rooskleurig is dan is het niet onze schuld; dan is God bezig ons te straffen. Zo heeft het ego ons te pakken, linksom of rechtsom. En om er zeker van te zijn dat er geen ontsnapping mogelijk is, claimt het ego heel slim dat je alleen De Cursus kunt leren als je je ellendig voelt. Dit is een voorbeeld van zijn waterdichte pleidooi voor volledige verwerping van De Cursus (T5.VI.10:6), of om tenminste de voortgang uit te stellen door het geloof te versterken dat de wereld werkelijk is. De Heilige Geest gebruikt het onderscheid tussen rooskleurige en grijze dagen om ons te leren dat ze allemaal hetzelfde zijn; dat ze dienen als klaslokaal om vergeving te beoefenen.

Jezus zet onze omgekeerde interpretatie recht: “Jij die je met huid en haar hebt overgeleverd aan ellende, dient eerst in te zien dat je ellendig en niet gelukkig bent. Zonder dit contrast kan de Heilige Geest niet onderwijzen, want jij gelooft dat ellende geluk is” (T14.II.1:2-3). Feitelijk laat je de dingen niet misgaan, maar je ziet in dat de wereld niet werkt als vervanging van de Hemel, hoe overtuigend het verhaal van het ego ook lijkt. Als een slechte dag de motivatie kan zijn om een pad te volgen dat je uit de droom van de afscheiding naar je ware thuis leidt, dan heeft deze dag een bruikbaar en positief doel. En dat is zo slecht nog niet. In feite kun je het zien als bewijs dat de denkgeest heeft besloten zich van het ego af te keren en zich tot de Heilige Geest te wenden. Dat geeft een gelukkig einde aan een slechte dag.

Wat het geluk van deze wereld tot ellende maakt, is het feit dat het eindig is (los van het feit dat het om te beginnen al niet werkelijk was). En wat niet blijvend is kan geen geluk brengen. Jezus gaat nog een stap verder: “Je kunt er zonder meer zeker van zijn dat elk ogenschijnlijk geluk dat niet duurzaam is, in wezen angst is” (T22.II.3:5). Dit betekent dat wanneer we niet gelukkig zijn, we bang zijn. Maar wanneer we denken dat we wel gelukkig zijn met iets in deze wereld, dan zijn we in werkelijkheid bang. Klaarblijkelijk weten we niet wat geluk is. De enige manier om dit anders te zien, is te leren dat niets in deze wereld ons werkelijk gelukkig maakt. Zolang we nog iets in de wereld wenselijk achten, is ellende onvermijdelijk. Als we dit in gedachten houden dan geeft het ons een onwankelbare motivatie om vergeving te beoefenen, die ons uit de nachtmerrie van de afscheiding leidt, waar niets werkelijk ‘in orde’ is. We hoeven niet geheel vrij te zijn van onze misvattingen over geluk en pijn. Het volstaat om toe te geven dat we niet weten wat ons gelukkig maakt. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat identificatie met het lichaam samenhangt met het feit dat wij vinden dat we het bij het rechte eind hebben over wie we zijn. Daarom is je weerstand zo groot en kan je motivatie om deze Cursus te leren zwak zijn. Je moet dus vóór alles horen dat Jezus zegt: “Leraar van God, doe een stap terug. Je hebt je vergist. Wijs niet de weg, want jij bent die kwijt” (H22.5:7-9 cursief toegevoegd). Wanneer alles ‘met de wereld in orde’ lijkt kan het behulpzaam zijn om jezelf hier zachtjes aan te herinneren, zonder te proberen om iets te veranderen. Dit brengt twijfel teweeg, wat het geloof in de versie van het ego verzwakt van wat juist of onjuist, goed of slecht is. Het maakt de weg vrij naar een andere interpretatie. Wanneer de blokkade van de ‘juistheid’ van het ego wordt weggenomen, wordt de interpretatie van de Heilige Geest geopenbaard.