Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#888 Als de Cursus onderwijst dat schuld niet werkelijk is, is dat dan een excuus om af te haken?

Ik vraag me af hoe we ons gevoel van schuld kwijtraken. Bij veel therapievormen is de erkenning van onze gevoelens belangrijk, vooral negatieve gevoelens zoals jaloezie, schuld en dergelijke, zodat we deze los kunnen laten. Toch stelt Een cursus in wonderen dat schuld uiteindelijk niet werkelijk is, en dat we deze niet als ‘waarheid’ moeten erkennen. Vervolgens stelt de Cursus dat zolang we geloven in de waarheid van het lichaam, we de wetten ervan – die we zelf hebben opgesteld – moeten gehoorzamen.

Is het dan niet een makkelijke uitvlucht om te zeggen: ‘Ach, die negatieve dingen zijn toch niet werkelijk, dus waarom zou ik me er druk om maken?’ Tegelijkertijd maken deze dingen deel uit van ons fysieke zelf, en kunnen heimelijk ergens anders naar buiten komen en schadelijk voor ons zijn. We leven in een menselijk lichaam, en – zoals de Cursus eveneens stelt – dat ontkennen is een nog grotere ontkenning van de waarheid. Dus als we het lichaam en het daarmee samenhangende schuldgevoel blijven erkennen, hoe kunnen we hier dan ooit van loskomen en terugkeren tot de ware staat van de denkgeest die nog altijd de onze is? Het lijkt op een soort val zonder uitgang. Kun je advies geven?

Jezus zegt ons ook dat we eerst een ‘gelukkige droom’ moeten dromen, voordat we kunnen beseffen dat er helemaal geen droom is. Maar sluit niet alles wat ‘gelukkig’ is per definitie het tegenovergestelde in? Hoe kunnen we een gelukkige droom dromen, wanneer dat impliceert dat er ook iets droevigs moet zijn? Is dat dan geen illusie? Is dat wat Jezus bedoelt wanneer hij zegt dat, als we werkelijk een gelukkige droom dromen, ‘God Zich naar ons toe zal buigen’, en dan is daar de brug naar het ‘werkelijke leven’ c.q. de waarheid, die we kunnen oversteken? Dus als we eenmaal erkennen dat het onderscheid maken tussen geluk en verdriet, goed en slecht, illusie is, dan is er helemaal geen droom. We steken de brug over naar de waarheid en naar het Zelf dat één is met God. Is dat alles waar het om gaat?

Antwoord: Een cursus in wonderen vraagt niet dat we gevoelens ontkennen. Gevoelens zijn een belangrijke sleutel tot het herkennen van de keuze die in de denkgeest gemaakt is. In feite is het doel van de training van de denkgeest die het Werkboek onderwijst, ons in toenemende mate bewust te maken van onze gedachten en gevoelens. De gedachten en gevoelens die we ervaren in de droom zijn de weerspiegeling van een beslissing, gemaakt in de denkgeest buiten tijd en ruimte. Wanneer de denkgeest besluit om zich te identificeren met het lichaam, ontkent hij vervolgens dat hij deze keuze heeft gemaakt en distantieert zich van zijn ware identiteit als denkgeest. Jezus zegt dat onze gevoelens en verborgen gedachten de gids zijn om de vergeten keuze die onze denkgeest heeft gemaakt te herkennen: “Hoe kun je weten of je de trap naar de Hemel of de weg naar de hel gekozen hebt? Heel gemakkelijk. Hoe voel jij je?” (T23.II.22:6-8) Hij gaat verder met ons te vertellen dat de beslissing om je tot de Hemel te wenden door voor de Heilige Geest te kiezen, gepaard gaat met zekerheid en vrede. Elk ander gevoel zegt ons dat we de egoweg naar de hel gekozen hebben. Daarom moeten we onze gevoelens niet van tafel vegen. Dat is afhaken, zoals jij het noemt, en dat drijft ze verder ondergronds en verbergt de keuze van de denkgeest in diepere duisternis.

Als je zonder oordeel naar je gevoelens kijkt en bereid bent ze te zien voor wat ze zijn en niet de interpretatie van het ego volgt, dan is de herkenning van je gevoelens deel van het genezingsproces en geen val. Het is niet de bedoeling ze te rechtvaardigen of anderen er de schuld van te geven of eraan toe te geven, maar je moet ze zien als het onvermijdelijke en gewenste resultaat van een keuze in de denkgeest. De denkgeest als de bron van ieder gevoel erkennen betekent dat de gevoelens veranderen als de denkgeest geneest. Een deel van het genezingsproces kan met zich meebrengen dat je met een therapeut werkt. Dit om gevoelens aan de oppervlakte te brengen en personen of situaties te identificeren die de geprojecteerde bron ervan waren.

Het toepassen van de Cursus is een ander soort therapie, want het schrijft iedere ervaring toe aan een keuze van de denkgeest, en niet aan iemand anders noch aan iets uit de wereld van vorm. Dit betekent dat niemand anders verantwoordelijk is voor hoe je je voelt. Noch worden gevoelens veroorzaakt door iets wat het lichaam zichzelf heeft aangedaan. Ze komen alleen voort uit je beslissing voor het ego, wat je vervolgens als zondig veroordeelt. Vergeving beoefenen zoals Jezus dat in de Cursus onderwijst is voorbij de gevoelens kijken naar de bron ervan. Niet alleen is dat geen val, het is de ontsnappingsroute uit de val van het ego, want het brengt de macht van de denkgeest in ons bewustzijn en vermindert de ogenschijnlijke macht van het lichaam met de daarbij behorende schuld. Wanneer wordt ingezien dat schuld een doelbewuste en onwenselijke keuze is, in plaats van een machtige kracht, dan wordt de onwerkelijkheid ervan geleidelijk aan duidelijk en zal hij uiteindelijk verdwijnen wegens gebrek aan voeding. Een beetje bereidwilligheid om gevoelens in dit licht te zien is alles wat gevraagd wordt, zodat je de juiste richting opgaat met de Heilige Geest aan je zijde om je “….zekerheid te verschaffen over waar je gaat” (T23.II.22:13).

Zekerheid over waar we heen gaan (uit de droom), met Wie (de Heilige Geest) en hoe (vergeving), maakt ons gelukkig binnen de droom. Het gaat niet werkelijk om de droom; het is de “onwankelbare vastberadenheid” (T31.VIII.11:1) om aan de droom voorbij te gaan, die de droom ‘gelukkig’ maakt. Dit weerspiegelt de beslissing van de denkgeest om Jezus' hand vast te houden en met hem de illusie uit te lopen. Het heeft niets te maken met het onderscheid dat wij als lichaam maken over wat goed of slecht, gelukkig of verdrietig is. Dit alles weerspiegelt het oordeel van het ego, gebaseerd op het geloof in afscheiding en de werkelijkheid van het lichaam. De gelukkige droom is de weerspiegeling van het deel van de denkgeest dat ervoor kiest zich te identificeren met de Heilige Geest, Die de herinnering is aan wat voorbij de illusie ligt. Hierbij is het, zoals altijd, zinvol om in gedachten te houden dat de Cursus woorden gebruikt die “…… slechts symbolen van symbolen [zijn] …. dubbel van de werkelijkheid verwijderd” (H21.1:9,10). Het gebruik van symbolen en beelden is nodig om ons te bereiken, want we denken dat we reddeloos verloren zijn binnen de droom.

Het enige onderscheid dat we moeten leren maken is het onderscheid tussen de stem van het ego en Die van de Heilige Geest. Dit wordt bereikt door het hierboven beschreven vergevingsproces. Dat is alles. Het is een eenvoudig proces, maar een dat erg veel oefening vraagt, vanwege de weerstand om de identificatie met het lichaam los te laten. Wanneer we dat doen, keren we terug naar de eenheid met God die we nooit werkelijk verlaten hebben. Dit wordt in de Cursus gesymboliseerd door het beeld van God die naar beneden reikt: “En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:5).