Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#887 Kan ik als belastinginner de principes van de Cursus navolgen?

Volgens Een cursus in wonderen is alles in deze wereld een middel om ofwel het doel van de Heilige Geest te zien, ofwel dat van het ego. Ik hoop dat je mij enkele suggesties voor vergeving kunt aanreiken met betrekking tot mijn recente keuze voor een nieuwe baan. Veel mensen vinden dat mijn keuze om belastinginner te worden voor overtreders in onze provincie, betekent dat ik voorstander ben van het idee dat iets afpakken van anderen acceptabel is. Mijn werk brengt namelijk de handhaving van wetten met zich mee, die vereisen dat iemands bezit in beslag wordt genomen en op een openbare veiling wordt verkocht, wanneer hij zijn belasting niet betaalt. Sommigen noemen dit legale diefstal. Ondanks de schuldgevoelens die dit bij mij oproept, geef ik er de voorkeur aan om dit werk te zien als een manier om te leren dat wonderen geen rangorde naar moeilijkheid kennen. Ik zie uit naar jouw mening en dank je bij voorbaat voor je reactie.

Antwoord: Je hebt gelijk, “wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid” (T1.I.1:1). De metgezel van dit principe: er is geen rangorde in illusies (T23.II.2) onderbouwt verder de gelijkheid van elk klaslokaal met ieder ander klaslokaal en jouw baan met elke andere baan. Het is een vergissing om te denken dat de keuze voor een baan dient af te hangen van de vraag of hij wel of niet op de een of andere manier bijdraagt aan het vermeende slachtofferschap van andere mensen. Als dat het geval zou zijn, zouden een heleboel mensen hun baan moeten opzeggen en zou een heleboel werk niet gedaan worden. Volgens de regels van deze wereld is iets afpakken van anderen bovendien niet alleen acceptabel, maar zelfs noodzakelijk. Het leven in het lichaam is afhankelijk van het afpakken van het leven van andere, dierlijke en plantaardige, organismen. Van de wieg tot het graf betekent overleven dat iets of iemand moet sterven opdat ik kan leven. Dit is een “doden of gedood worden” wereld (H17.7). Het fundament van de ego-wereld en van elke vorm van werk is de overeenkomst van speciaalheid, waarin behoeften worden vervuld in ruil voor de een of andere vorm van betaling. Belastingen maken deel uit van die overeenkomst en belastinginners zijn nodig om de klus te klaren. Als jouw vrienden gebruik maken van wegen, verkeerslichten, bruggen of een van de andere van de talrijke zaken die met belastinggeld zijn betaald, zullen ze je dankbaar zijn voor je werk. Intussen is het jouw klaslokaal voor het blootleggen van de schuld, veroorzaakt door het geloof dat we, door te kiezen voor afscheiding, leven en macht van God hebben afgepakt en illegale vreemdelingen zijn in een wereld van eigen makelij.

Het is eveneens een vergissing om te denken dat sommige banen spiritueler, fatsoenlijker, waardevoller of belangrijker zijn dan andere, of dat ‘heilige’ mensen vrijgesteld dienen te worden van het betalen van belastingen. Zoals we weten zijn twee dingen zeker in deze wereld: dat we dood gaan en dat we belasting moeten betalen. Het ego wil ons doen geloven dat we in beide gevallen worden opgelicht door bijzonder machtige, wrede en autoritaire gezagsdragers: God en de overheid. De Heilige Geest vertelt ons echter dat dit de projectie is van de waanzinnige beslissing van de denkgeest om onszelf op te lichten, door ons te identificeren met de gedachte van afgescheidenheid, in plaats van onze ware Identiteit als Gods Zoon te aanvaarden. Het zien van de schuld en gevoelens van slachtofferschap, die ontstaan met betrekking tot belastingen, politiek en overheden, is een perfecte gelegenheid om de weerspiegeling te zien van het conflict in de gespleten denkgeest. Het is belangrijk om te onthouden dat dit conflict aanwezig is in elke relatie en in elke baan, hoe slim dit ook wordt verdoezeld. Alle pijn en ellende die we in deze wereld ervaren zijn de belastingen die we betalen voor de vergissing om het ego te kiezen. Deze belastingen moeten worden betaald totdat we de beslissing nemen ons in plaats daarvan te identificeren met de Heilige Geest. Alleen dan zullen we de erfenis aanvaarden waar we als Gods Zoon recht op hebben: “het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde” (T.In.1:7). En deze erfenis is belastingvrij.