Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#885 Waarom heb ik soms het gevoel dat de woorden van de Cursus onvriendelijk zijn?

Waarom heb ik soms het gevoel dat de woorden die in Een cursus in wonderen worden gezegd, onvriendelijk zijn? Is dit een projectie van het ego, dat me op een subtiele manier probeert weg te leiden van het doel van de Cursus? Wat is trouwens het doel van de Cursus?

Antwoord: Het doel van Een cursus in wonderen is om wat verborgen ligt in het denksysteem van het ego aan het licht te brengen, zodat het blootgesteld kan worden aan het licht van de waarheid en zo genezen worden. Het kan onvriendelijk lijken de lelijkheid van het ego bloot te leggen, net zoals patiënten ineenkrimpen wanneer de tandarts een zere tand onderzoekt. De pijn van de ontstoken tand is onverdraaglijk, maar de helpende handen van de tandarts kunnen nog pijnlijker lijken. Zorgvuldig onderzoek van de aanschouwelijke beschrijvingen in de Cursus van het ego, onthult Jezus’ vriendelijke en troostende diagnose: wij zijn niet het gruwelijke ego dat een wortelkanaal nodig heeft, we denken dat alleen maar. Hij brengt beschrijvingen van de waanzin van het ego naar voren met zinnen als: “jij denkt dat je … bent”, “jij gelooft dat je … bent”, “jij ziet jezelf…”. Nooit zegt hij dat deze overtuigingen waar zijn. In feite is het enige doel van het blootleggen van deze gedachten ons te leren dat ze niet waar zijn, en dat we ze geloven omdat we ze gekozen hebben, om zo het geloof in de werkelijkheid van afscheiding en zonde te ondersteunen. De ziekte van de afscheiding moet eerst aan het licht worden gebracht om genezen te kunnen worden. Het doel van de Cursus is de denkgeest te genezen van de afscheidingsgedachte. Jezus helpt ons daarbij door te onderwijzen dat we, net zoals we voor het ego gekozen hebben, ook ertegen kunnen kiezen, door te kiezen voor de Heilige Geest.

En ja, je aandacht richten op de sterke negatieve woorden in de Cursus met betrekking tot het ego is een geweldige manier om de vooruitgang van je studie van de Cursus tegen te houden. De waarheid is dat het ons geen moeite kost te geloven dat we ego’s zijn die in een lichaam leven en sterven, zonder hoop om ooit nog terug te keren naar onze ware staat van eenheid met God; het meest onvriendelijke dat de Zoon van God over zichzelf zou kunnen denken. Maar we bieden enorme weerstand om de boodschap te geloven die Jezus ons biedt: wij zijn Gods onschuldige Zoon (WdI.95.12:2-3), de afscheiding heeft nooit plaatsgevonden (T6.II.10:7), de wereld is een illusie (WdI.155.2:1) en “in geen enkel ogenblik bestaat het lichaam überhaupt” (T18.VII.3:1). Jezus deelt de ene belediging of krenking na de andere uit, door te zeggen dat deze wereld de hel is (WdI.182.3), elke aanval moord is (T23.III.1), schuld door de denkgeest naar buiten geprojecteerd wordt in de vorm van haat (T18.VI.2)¸ en tenslotte: “…dat een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede” (WdI.21.2:5). Voor het deel van de denkgeest dat zich met het ego/lichaam vereenzelvigt, zijn deze woorden inderdaad onvriendelijk, en zeker niet wat we willen horen. Het ego doet trouwens veel moeite om deze gedachten uit ons bewustzijn te weren en verdedigt daarbij de voortdurende keuze van de denkgeest om afgescheiden te zijn. De verwoestende gevolgen van de keuze voor de afscheiding worden verborgen achter de ogenschijnlijke lieflijkheid van de wereld.

In het Tekstboek gebruikt Jezus het voorbeeld van een ingelijst schilderij om ons te tonen hoe het ego ontkenning en misleiding gebruikt. Het lelijke beeld van de speciaalheid van het ego is “…omgeven door zo’n zware en kunstig bewerkte lijst dat het schilderij nagenoeg in het niets verdwijnt door de imposante structuur eromheen” (T17.IV.8:2). Het ego gebruikt zowel de positieve als negatieve ervaringen in de wereld om zijn lijst van misleiding te fabriceren. De positieve ervaringen zijn de genoegens die bedoeld zijn om ons ervan te overtuigen dat de wereld nog zo’n slechte plaats niet is. De pijn en het leed van de negatieve ervaringen zijn het bewijs dat de wereld werkelijk is. We hebben de boodschap van het ego zo uit-en-te-na geleerd en ons op zijn zware lagen van ontkenning gericht, dat Jezus ons de dingen duidelijk wil maken door de duisternis van het ego op treffende wijze te contrasteren met de liefdevolle boodschap van de waarheid van de Heilige Geest. Jezus spoort ons aan: “Kijk naar het schilderij” (T17.IV.9:1), niet naar de lijst. Als we niet inzien dat de keuze voor het ego de bron is van al het wereldse leed, zullen we de sluier van de illusie niet voorbijgaan om tot het licht van de waarheid te ontwaken. Dat is het uiteindelijke doel van de Cursus.