Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#884 Als ik dankbaarheid voel voor illusie, brengt dat waarheid naar illusie?

Betekent dankbaar zijn voor de ideeën die deel uitmaken van mijn fysieke, illusoire spel in de vorm van lichaamscellen en weefsels, bomen, dieren, insecten enzovoort, dat ik dan waarheid naar illusie breng? Of wordt de illusie naar de Waarheid gebracht als ik in gedachten houd dat de werkelijkheid van alles een liefdevol idee is, gezien vanuit de Heilige Geest? Is focussen op het idee achter de vorm de manier om mij te herinneren dat “God is in alles is wat ik zie” (WdI.29)?

Antwoord: De gedachten die het lichaam hebben gemaakt zijn schuldgedachten omdat we voor de afscheiding hebben gekozen en voor identificatie met het ego. Dit zijn beslist geen gedachten om dankbaar voor te zijn. Het lichaam is niet iets om dankbaar voor te zijn, want van zichzelf is het niets (T19.IV.C.5:5). In feite is er niets binnen de illusie van vorm dat dankbaarheid verdient, juist omdat het illusie is en geen werkelijkheid. Bovendien is de wereld de projectie van de waanzinnige gedachte dat de Zoon van God afgescheiden kan zijn van zijn Bron. Daarom is er niets inherent liefdevol in de wereld.

Sterker nog, in Een cursus in wonderen zegt Jezus ons: we weten van niets waartoe het dient (WdI.25), we weten niet wat we zijn (T9.I.2:5), wat we werkelijk verlangen (T11.II.3:7), of wat liefde betekent (T12.V.6:1). Hoe is het mogelijk dat we in deze staat van verwarring weten waar we dankbaar voor moeten zijn? Aanvaarden wat Jezus ons zegt geeft hoop: “Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3). De bereidheid onderwezen te worden om alles anders te zien door er met vergevende ogen naar te kijken is het begin.

De enige manier om illusies naar de waarheid te brengen is het beoefenen van vergeving, waarbij ieder oordeel wordt herkend als een projectie van een keuze in de denkgeest. Het belangrijke punt van aandacht in dit proces is bereid zijn je te herinneren dat niets van buiten de denkgeest er enig effect op heeft. Dit is de basis voor vergeving en het perspectief dat de Heilige Geest geeft aan elke ervaring binnen de droom. Dan kunnen we dankbaar zijn voor alles en iedereen, want we erkennen dat niets of niemand verantwoordelijk is voor wat we ook voelen. Dat wordt bedoeld met de Werkboekles “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”(WdI.31). Deze dankbaarheid geldt ook voor jouzelf, want je herkent de macht van de denkgeest om voor de Heilige Geest of voor het ego te kiezen als interpretator van al je ervaringen binnen de droom. We kunnen er dankbaar voor zijn dat ons geluk niet van iets buiten onze denkgeest afhangt, maar dat we er alleen maar voor hoeven te kiezen. Dat doen we als we voor de Heilige Geest kiezen.

De eerste stap is leren dat het ‘geluk’ dat we in de wereld lijken te ervaren de speciaalheid van het ego is, en niet het ware geluk. Dit betekent eerlijk kijken naar alle dingen waarvan we denken dat ze ons gelukkig maken, en ze zien als opzichtige, goedkope substituten voor het werkelijke geluk dat we zoeken. Zoals eerder gezegd weten we niet wat dat is, maar we kunnen leren dat het niet iets is wat de wereld biedt. Dit vereist een beetje bereidwilligheid om iedere waarde die we eropna houden in twijfel te trekken (T24.In.2:1). Iedere waarde betekent: “…. alle gedachten over wat jij bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld, alle beelden die je hebt van jezelf … alles waarvan [de denkgeest] denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, .. iedere gedachte die hij waardevol acht en .. alle ideeën waarvoor hij zich schaamt” (WdI.189.7:1,2). Om deze waarden in twijfel te kunnen trekken moeten we ze eerst herkennen, dus is onze functie alleen maar om: “…. in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt, en die te vinden” (T16.IV.6:1). We hoeven er niet naar te streven om God in alles te zien. Wanneer iedere waarde is onderzocht en in gebreke bevonden, is er niets meer in onze denkgeest om de herinnering van Gods Liefde te blokkeren, en dan is Hij in alles wat we zien. Dit betekent niet dat Hij op enigerlei wijze in de droom aanwezig is. Het betekent dat wanneer de herinnering van Zijn Liefde niet geblokkeerd wordt door de speciaalheid van het ego, alles wordt waargenomen door de lens die liefde weerspiegelt.