Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#881 Waarom is mijn boosheid een symbool van mijn eigen schuld?

Ik heb Een cursus in wonderen vele jaren bestudeerd. Maar ik vind het nog steeds moeilijk te geloven dat, wanneer iemand er op uit is mij opzettelijk onderuit te halen, aan te vallen, in de steek te laten, te bedriegen, enzovoort, mijn natuurlijke reactie om boos of angstig te worden vanwege de waargenomen aanval, ongerechtvaardigd is en alleen maar een symbool van mijn eigen schuld. Om de een of andere reden wil dat er bij mij niet in. Ik beschouw mezelf als een oprecht liefdevolle en tolerante persoon en als ik zonder aanwijsbare reden word aangevallen voel ik mij daardoor gekwetst. Dit maakt me angstig en dat leidt tot boosheid. Waar in deze cyclus past schuld, als gevolg van de afscheiding van Gods Liefde?

Antwoord: De leer van de Cursus is met betrekking tot dit onderwerp nogal radicaal. Waarschijnlijk is er geen ander systeem dat leert dat we verantwoordelijk zijn voor absoluut alles wat we ervaren. Niet voor wat andere mensen doen, maar voor onze reactie op wat ze doen. De fundamentele reden hiervoor is dat we, voordat we reageren, eerst in onze denkgeest de keuze maken of we ons identificeren met het ego of met de Heilige Geest. Vervolgens vloeit onze reactie op wat anderen of wij zelf doen – de interpretatie van handelingen en gedrag – voort uit het denksysteem waarmee we ons in de denkgeest hebben geïdentificeerd. Wanneer we ons identificeren met de liefdevolle en vergevingsgezinde gedachten in onze juist-gerichte denkgeest, kunnen we niet boos zijn om de aanval van een ander, zelfs niet wanneer deze ernstige gevolgen heeft in ons leven. Dat betekent niet dat we de objectieve feiten in de wereld en in ons leven moeten ontkennen en niet de juiste actie dienen te ondernemen wanneer dat gerechtvaardigd is. Het betekent dat onze innerlijke staat van vrede niet verandert in boosheid. Dat is waar het om gaat. Het is weliswaar een gevorderde staat van zijn, maar dit is wat Jezus ons leert. Wanneer het denksysteem van het ego uit onze denkgeest is verdwenen, ervaren we iedereen ofwel als roepend om liefde ofwel liefde uitdrukkend. Als er alleen liefde in je denkgeest is, is er geen andere interpretatie mogelijk (T12.I; zie ook WdII.347,348). Nogmaals, dit is een vergevorderde staat van zijn, de top van de ladder. Les 284 beschrijft het milde proces van het bereiken van dit ideaal (WdII.284).

Boosheid wordt gezien als een normale menselijke emotie. En het is ook normaal op het menselijke niveau. Maar het menselijke niveau is uitsluitend ontleend aan het ego. Het is een verdediging tegen onze natuurlijke staat van onkwetsbaarheid, als geest, als Gods schepping. Als we tegen ons ware Zelf kiezen voelen we ons schuldig en moeten we iets doen aan de zelfhaat en de dreiging gestraft te worden, die daar automatisch mee verbonden zijn. Gewoonlijk zijn we ons niet bewust van deze keuze - hoewel de training van de Cursus er op gericht is ons hier wel van bewust te worden – en daarom lijkt het onredelijk dat ons verteld wordt dat onze boosheid nooit gerechtvaardigd is, dat we onszelf zelfs bedriegen wanneer we ons slachtoffer voelen (T21.II.2:6). Jezus zegt echter nooit dat we niet boos mogen worden. Hij zegt dat we, als we boos zijn, onszelf daar niet voor moeten veroordelen. Maar als we kijken naar het volledige spectrum van de ego-dynamiek, vooral naar zijn doel om onszelf niet te zien als een denkgeest, maar als een lichaam in tijd en ruimte, dan kunnen we zien waarom Jezus onderwijst dat boosheid niet gerechtvaardigd is. De belangrijkste strategie van het ego is ons te laten denken dat we de onschuldige slachtoffers zijn van wat anderen ons aandoen. Want als we dat doen denken we er niet aan om binnenin onszelf naar de bron van onze problemen en pijn te kijken. Zodoende is het bestaan van het ego verzekerd, evenals zijn leer van de afscheiding: Ik ben boos op jou betekent dat er twee afgescheiden personen zijn!

Jezus helpt ons de waanzin te zien van het egosysteem van ‘bescherming’: het geloof dat we lijden door toedoen van boosaardige, wrede mensen of krachten, zodat we de pijn en de schuld diep in onze denkgeest niet hoeven te voelen. Zij zijn de schuldigen en zij verdienen het gestraft te worden. Dat is waar het ego ons altijd naar toe wil hebben. Ons gebrek aan vrede wordt uitsluitend toegeschreven aan iets anders – aan alles behalve aan onze eigen beslissing om ons individuele, speciale bestaan te koesteren, ten koste van onze eenheid, onze ware Identiteit als Gods ene Zoon in de Hemel.

Het is uitermate belangrijk om in te zien dat de leer van de Cursus per saldo bevrijdend en barmhartig is en niet een soort spirituele waarschuwing die menselijke emoties verstikt. We zijn ons niet bewust van het denksysteem van angst, dat al onze reacties toeschrijft aan schijnbaar uiterlijke gebeurtenissen. Daarmee helpt Jezus ons in deze cursus, zodat we blijvend vrij zijn van angst en pijn en vredig kunnen rusten in onze eenheid. “Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten… want in deze ene gedachte is eenieder eindelijk verlost van angst” (WdII.338.t,1:2). Nogmaals, dit is het ideaal en we dienen te groeien in vertrouwen dat het waar is, dat we goed zijn en vrij van boosheid en oordelen. We hebben niemand nodig om ons eraan te herinneren dat we niet in vrede zijn wanneer we boos zijn, dat is duidelijk genoeg. Maar tegelijkertijd lijkt het onredelijk - en zelfs riskant – om Jezus’ weg naar vrede te accepteren. Die beslissing kunnen we alleen zelf nemen.