Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#880 Over de droom

In Een cursus in wonderen zegt Jezus dat de ontdekking dat er geen enkele droom bestaat ons te zeer zou schokken en beangstigen, en dat er daarom een tussentijdse oplossing is in de vorm van een ‘gelukkige’ droom met positieve zienswijzen, enzovoort. Ik vraag me af hoe we geschokt kunnen zijn wanneer we ontdekken dat zelfs de ‘gelukkige droom’ een illusie is, als er niets is om ons aan vast te klampen of ons van af te scheiden. Als we puur bewustzijn zijn, is de werkelijkheid toch natuurlijk? Datgene wat geschokt en beangstigd is moet dus nog steeds een deel van de droom zijn.

Antwoord: Ja, de angstige figuur in de droom is deel van de illusie , de gelukkige droom, de werkelijke wereld en het proces van ontwaken. Dit komt doordat “In werkelijkheid [de afscheiding] nooit heeft plaatsgevonden” (H2.2:8). Hoewel we te bang zijn om hem te geloven, vertelt Jezus ons in feite dat er geen droom is (T18.II.9:2), geen wereld (Wdl.136.6:2), geen lichaam (T18.VII.3:1) en geen ego. Dit weerhoudt ons er echter niet van om te geloven in het bestaan van dit alles en er actief voor te kiezen om de waarheid en het natuurlijke niet te geloven. Jezus zegt herhaaldelijk dat we zijn boodschap niet geloven. “Misschien heb je niet het gevoel dat jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid waar is. Maar geloof jij dat ook? Wanneer je de werkelijke wereld waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde” (T11.VIII.1:2,3,4). De enige verklaring voor deze waanzin is dat we te bang zijn om de boodschap van de Cursus te accepteren en te ontwaken tot de waarheid. Wanneer we niet meer bang zijn voor liefde en de speciaalheid van het ego niet langer zijn toegewijd, zal het inderdaad natuurlijk zijn om volledig uit de droom te ontwaken. Ondertussen houden zowel onze gehechtheid aan speciaalheid als de angst voor onze ware identiteit als Zoon van God de droom in onze ervaring zeer werkelijk.

Omdat de droom van de afscheiding een keuze was, vereist het ontwaken de bereidheid om een andere keuze te maken. Het feit dat we ervoor kiezen om vast te houden aan het denksysteem van het ego is het eenvoudige bewijs dat Jezus gelijk heeft met betrekking tot onze angst om de waarheid en het natuurlijke ter accepteren. Onze angst is zo groot dat we niet alleen weglopen en ons verbergen voor de waarheid, maar er ons zelfs tegen verzetten: “Elke dag, elk uur, elke minuut val jij de werkelijke wereld aan, en dan ben je desondanks verbaasd dat je die niet kunt zien” (T12.VIII.1:3). Overeenkomstig het op-zijn-kop denken van het ego zijn we erg bedreven geworden in het doen van het onnatuurlijke en het vermijden van wat het meest natuurlijk is, dat wil zeggen van onze identiteit als denkgeest met de macht om te kiezen. Om zijn keuze voor het onnatuurlijke (het ego en het lichaam) te verdedigen ontkent de denkgeest zijn macht en projecteert de afscheidingsgedachte naar buiten, waardoor het lijkt alsof uiterlijke gebeurtenissen de oorzaak zijn van het schijnbare bestaan van het lichaam. Vervolgens wordt de denkgeest bang voor het natuurlijke en ondersteunt daarmee zijn geloof in het onnatuurlijke. Hij heeft zich geïdentificeerd met het lichaam en is doodsbang dat hij vernietigd zal worden wanneer hij zijn ware identiteit accepteert. Dat is de reden waarom wij zachte proces van vergeving nodig hebben dat Jezus onderwijst in de Cursus. Zijn centrale boodschap is dat niets uiterlijks de denkgeest kan beïnvloeden en dat alles in de droom een reflectie is van een keuze die de denkgeest heeft gemaakt.

Het doel is om in de denkgeest het bewustzijn te herstellen dat hij de macht heeft om te kiezen, zodat hij kan besluiten een andere keuze te maken, gemotiveerd door de pijn die de keuze voor de afscheiding heeft veroorzaakt. Schuldgevoel over deze keuze houdt de figuur in de droom in een diepe slaap, waarin de roep om te ontwaken slechts vaag wordt gehoord. Elke keer wanneer we bereid zijn ons oordeel over anderen te zien als een projectie van ons eigen schuldgevoel, omdat we voor het ego hebben gekozen, wordt zijn greep op ons zwakker en onze angst minder. Wanneer angst en schuld op deze manier geleidelijk ongedaan worden gemaakt, wordt de droom lichter en verandert in een gelukkige droom, totdat het bereiken van de werkelijke wereld een eind maakt aan alle dromen. Alleen dan zal de illusie van de afscheiding vergeten zijn en de kennis van de eenheid (onze natuurlijke staat van zijn) zijn hersteld.