Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#877 Over de genezen denkgeest die geen plannen maakt

Een cursus in wonderen leert ons: "Een genezen denkgeest maakt geen plannen. Hij voert de plannen uit die hij ontvangt door te luisteren naar wijsheid die niet van hemzelf is. Hij wacht totdat hem instructies worden gegeven over wat er moet worden gedaan en gaat dat dan doen. Hij verlaat zich in niets op zichzelf behalve in zijn geschiktheid om de hem toegewezen plannen te volvoeren…" (WdI.135.11).

Ik vind het moeilijk om deze passage volledig te aanvaarden. Voor mij lijkt het eerder op ‘slavernij’. Het lijkt alsof mensen als machines worden behandeld in plaats van als levende wezens met een eigen wil. Jij zult natuurlijk zeggen: we hebben in werkelijkheid geen eigen wil anders dan die van God. Maar wat mij in de war brengt, is het feit dat we moeten luisteren naar wijsheid die niet van onszelf is, dus buiten onszelf. Hoe kan dat als we Gods Zonen zijn en Zijn Wil en de onze één is? We kunnen alleen maar naar onszelf luisteren en dat volgen. Vandaar dat die overgave aan iets buiten onszelf (iets ‘niet van onszelf’), voor mij enigszins onaanvaardbaar, zo niet totaal onmogelijk lijkt. Vandaar ook dat die hele passage me van mijn stuk brengt. Ik denk dat de tekst eerder zou moeten luiden: ‘luister naar je innerlijke gidsen en volg die dan’ in plaats van ‘wacht rustig af en laat je leiden door de een of andere kracht buiten jezelf’. Ik vind dat die hele passage zonder liefde en begrip is voor de menselijke omstandigheden.

Antwoord: Deze hele les, niet alleen deze passage, is een correctie van de karakteristieke manier waarop we in ons leven onszelf en onze kwetsbaarheid beschermen en in stand houden. Jezus helpt ons door te dringen tot de onaangevochten veronderstellingen die aan de basis liggen van al onze plannen – namelijk dat we werkelijk een lichaam zijn in een stoffelijk universum dat eveneens werkelijk is, en dat wij in staat zijn te bepalen wat onze problemen zijn en die op te lossen. Ons zo ver krijgen om naar deze veronderstellingen te kijken is een van Jezus’ doelstellingen in deze les.

Een belangrijk doel van de lessen in deel I van het Werkboek is ons te trainen om onze aandacht naar binnen te richten op dat deel van onze denkgeest dat de beslissingen neemt, zodat we geleidelijk gaan beseffen dat alles wat we ervaren zijn oorsprong vindt in de keuze die we maken voor de leiding van het ego of voor die van Jezus. Wanneer Jezus in les 135 zegt dat de genezen denkgeest luistert naar een “wijsheid die niet van hemzelf is”, bedoelt hij dat die denkgeest, die zich eerst met het ego vereenzelvigde, het ego niet langer als leraar kiest en nu alleen nog naar de Heilige Geest luistert. Wanneer onze denkgeest uiteindelijk volledig genezen is, wordt de Stem van de Heilige Geest de onze – er is geen verschil meer – we horen altijd alleen nog maar die ene Stem. Maar het is in dat stadium ook zo dat het zelf dat tussen het ego en de Heilige Geest kon kiezen, er niet meer is, dan is er alleen nog maar één Wil. De 'menselijke staat' is volledig overstegen– niet door overgave aan de een of andere externe kracht, maar door onze eigen keuze: het ontkennen van de ontkenning van de waarheid over Wie wij zijn (T12.II.1:5).

We moeten proberen aansluiting te krijgen met wat Jezus op elk gegeven moment in de Cursus wil zeggen, omdat hij taal en concepten losjes gebruikt. De inhoud is altijd consistent, maar de taal niet. Zo benadrukt hij soms bijvoorbeeld dat wij ons doelbewust hebben afgesplitst van ons ware Zelf en dan lijkt hij te zeggen dat Christus anders is dan wij. Dit wordt in een latere les weerspiegeld wanneer hij ons laat zeggen: "Een tijd werk ik met Hem om Zijn doel te dienen. Dan verlies ik mezelf in mijn Identiteit, en besef dat Christus niets anders is dan mijn Zelf "(WdII.353.1:4-5). Jezus helpt ons dus met het proces – dat vele jaren kan duren – waarin we ons losmaken van de vereenzelviging met het menselijke zelf dat we hebben gekozen als verdediging tegen ons ware Zelf. Zo kunnen we onze onkwetsbare, onschuldige Identiteit als Gods ene Zoon herwinnen. Het is een zachtaardig proces, waarbij alle hulp beschikbaar is die we nodig hebben om dit doel te bereiken: "Onze liefde wacht ons nu we naar Hem toegaan, en vergezelt ons om ons de weg te wijzen. Hij schiet in niets tekort. Hij het Einddoel dat we zoeken, en Hij het Middel waardoor we tot Hem gaan "(WdII.302.2). Liefde is ons doel en wij zijn één in die Liefde; maar tegelijkertijd is de afspiegeling van die Liefde hier om ons in onze menselijke staat te ontmoeten, zodat we geleidelijk kunnen gaan inzien dat het deze Liefde is – aan alle menselijkheid voorbij – , die we werkelijk willen.

V#225 gaat eveneens over les 135. Die vind je misschien ook interessant.