Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#873 Wat is de zin van het aanbrengen van verbeteringen op het niveau van vorm?

V#613 heeft me in verwarring gebracht. Het gaat over de zin: ‘Binnen dit proces is het heel belangrijk absoluut niets van onze ervaring te ontkennen, en niet te proberen het op het niveau van de vorm te veranderen.’ We kunnen niet ontkennen wat we binnen onze illusie ervaren, want we geloven in feite dat het bestaat. Als ik een gevaarlijke situatie zie, dan probeer ik te doen wat ik kan om te zorgen dat niemand gekwetst wordt. Ik besef ook dat ik niets van wat ik waarneem kan veranderen, omdat het in het verleden al is gebeurd, en ik het alleen maar opnieuw beleef. Wat moet ik met zo’n onoplosbare situatie? Ik heb dus op niveau 1 een scenario geschapen dat ik op niveau 2 vervolgens besluit te ervaren. Als ik op niveau 2 probeer de ervaring te veranderen die tevoren op niveau 1 gecreëerd was, dan voed ik alleen maar de illusie, omdat wat ik op niveau 2 schep gebaseerd is op het ego, en me juist gescheiden houdt van mijn ware identiteit. Zit het zo ongeveer?

Antwoord: De zin die je aanhaalt is gebaseerd op de woorden in het Tekstboek:” Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen” (T21.in.1:7) In Een cursus in wonderen leert Jezus ons dat we denkgeest zijn, geen lichaam. Daarom richt de Cursus zich alleen op de denkgeest. Dit in gedachten houden wanneer je de Cursus toepast op alledaagse ervaringen, helpt je verwarring van vorm en inhoud te vermijden. ‘ …Niet te proberen het op het niveau van de vorm te veranderen’ betekent niet dat je iemand niet van verdrinking moet redden, of geen verbeteringen in je huis hoeft aan te brengen.

Maar het betekent dat je niet gelooft dat verandering in de vorm enige uitwerking heeft op de denkgeest; een illusie is een illusie is een illusie. Daarom bestaat er geen schepping binnen de illusie. Het verleden dat opnieuw wordt beleefd is de keuze voor afscheiding, naar buiten geprojecteerd in een veelvoud van verzonnen vormen die variëren binnen hetzelfde moment, binnen hetzelfde leven, of van het ene leven naar het andere. Zoals ons gezegd wordt in het Tekstboek: “Elke dag, en iedere minuut van elke dag, en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam ….. Zo is elk leven: een ogenschijnlijk interval van geboorte naar dood en opnieuw naar leven, een herhaling van een ogenblik dat lang geleden al voorbij was en niet kan worden herbeleefd” (T26.V.13:1,3). Duizend maal nul is nul, ongeacht hoe goed de vorm is, of hoe ‘behulpzaam’ bepaalde activiteiten lijken. Een lichaam behoeden tegen fysieke schade is niets doen, omdat lichamen niets doen (zie: T19.IV.C.5, T24.IV.2). Noch verhindert het lichaam het vermogen van de denkgeest om te kiezen tussen het ego en de Heilige Geest; de enige mogelijke keuze. Als eenmaal voor het ego is gekozen, wordt elke ervaring geïnterpreteerd ter ondersteuning van het egodenksysteem van afscheiding. Er wordt niet voor de ervaring gekozen, maar voor de afscheiding. Daarom wordt ons gezegd dat we noch de wereld, noch de ervaring hoeven te veranderen, maar dat we onze gedachten moeten veranderen. Dus je kunt niet veranderen wat je waarneemt omdat wat je waarneemt alleen bestaat als de projectie van een keuze in de denkgeest.

Het kan je helpen om deze niveaus van elkaar te onderscheiden als het niveau van de denkgeest en het niveau van de vorm. Verlossing wordt niet gevonden in de vorm, omdat niets van buiten de denkgeest er enig effect op heeft. Dit is volstrekt tegengesteld aan het geloof van het ego dat verlossing/geluk en verlichting van de ellende van afscheiding gevonden worden in de wereld. Dit verklaart de eindeloze, uitputtende zoektocht van het ego naar oplossingen. In een poging het probleem op te lossen waar het niet is, streeft het ego naar verandering en verbetering van alles, van een huis tot een relatie. Dit is een goed voorbeeld van de stelregel van het ego: “Zoek maar vind niet” (T16.V.6:5). Niets in de wereld van vorm biedt geluk of vrede.

Door de bron van onze interpretatie van iedere ervaring in ons leven niet in de wereld, maar in onze denkgeest te zoeken, leren we te aanvaarden wat Jezus in het Tekstboek zegt: “Alles in deze wereld waarvan jij meent dat het goed, waardevol en het nastreven waard is, kan jou kwetsen, en zal dat ook doen. Niet omdat het de macht heeft jou te kwetsen, maar juist omdat jij ontkend hebt dat het maar een illusie is, en het tot werkelijkheid hebt gemaakt. En het is voor jou werkelijk. Het is niet niets” (T26.VI.1:1-4). Dit eenvoudigweg in gedachten houden wanneer we in de verleiding komen buiten onszelf te kijken en een conflict willen oplossen door iets in de wereld te veranderen weerspiegelt de bereidheid van de denkgeest om voor de Heilige Geest te kiezen in plaats van voor het ego. Dan is het onvermijdelijk dat onze waarneming van elke ervaring verandert.