Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#868 Hoe kunnen de principes van de Cursus worden toegepast bij iemand die geestelijk onbekwaam is?

Hoe kunnen de principes van Een cursus in wonderen worden toegepast bij een oudere volwassene, die niet in staat is zich geestelijk aan een ander te hechten of te binden, ook niet aan zijn belangrijkste verzorger? Dit lijkt de meest afgescheiden vorm van bestaan te zijn die in deze wereld mogelijk is! Volgens mij betekent dit dat hij nooit kan ervaren wat wij kennen als speciale liefde. Er is niet veel, áls er al iets is, dat voor hem gedaan kan worden op het niveau van de vorm, omdat in de belangrijke fasen van zijn ontwikkeling een veilige en zekere basis ontbrak van waaruit hij de wereld kon verkennen en een ‘gezond’ ego kon ontwikkelen. In mijn denkgeest vraag ik voortdurend om mijn functie ten opzichte van hem te kunnen blijven vervullen, want dat is het beste is wat ik hem te bieden heb. Het is erg moeilijk om te onthouden dat dit het enige is wat ik kan doen, maar ik geloof oprecht dat dit echt alles is. Ik heb jouw bemoediging nodig, maar nog meer jouw vereniging met de Christus in mij.

Antwoord: We zijn nooit in staat om de redenen te kennen die anderen hebben gekozen voor hun bijzondere levenservaringen, welke vorm die ook aannemen. Gewoonlijk zijn we ons daar evenmin van bewust met betrekking tot ons eigen leven. Het enige wat we met enige zekerheid kunnen zeggen is dat onjuiste beslissingen in de denkgeest, gebaseerd op angst en schuld, de oorzaak zijn van onze specifieke levensomstandigheden. Hetzelfde geldt voor juiste beslissingen, gebaseerd op het verlangen om vergeving te leren en te genezen. We kunnen nooit beoordelen waarom anderen hebben gekozen wat ze hebben gekozen en evenmin of ze wel of niet hun vergevingslessen aan het leren zijn. Want wij zien alleen de uiterlijke vorm en niet de inhoud daaronder, op het niveau van de denkgeest.

En er is nog een ding dat zeker is: niemand heeft ons medelijden nodig vanwege zijn of haar levenssituatie, zoals Jezus ons herinnert: “Het is onbestaanbaar dat de Zoon van God louter gedreven wordt door voorvallen buiten hemzelf. Het is onbestaanbaar dat de gebeurtenissen die hem overkomen niet zijn keuze waren. Zijn beslissingsmacht is de bepalende factor voor iedere situatie waarin hij zich bij toeval of willekeur lijkt te bevinden” (T21.II.3:1-3). Om te begrijpen wat dit betekent moeten we ons realiseren dat Jezus verwijst naar het keuzemakende deel van de denkgeest – de dromer van de droom – en niet naar de figuren in de wereld waarmee we ons abusievelijk identificeren en die van elkaar lijken te verschillen met betrekking tot hun niveau van inzicht en bewustzijn. Deze ‘zelven’, waaraan we zoveel aandacht en zorg besteden, zijn machteloze, nutteloze schaduwen van de gedachten in onze denkgeest. En de denkgeest slaapt nooit (T2.VI.9:6), ongeacht hoe beperkt of ontoereikend het lichaam, het brein en de persoonlijkheid ook lijken te zijn.

Er is dus geen specifiek antwoord op de vraag waarom de persoon die jij kent zijn leven leidt op een manier die voor jou aanvoelt als een soort lege, emotionele woestenij. Misschien voorziet het zijn denkgeest van de juiste kansen voor vergeving die hij nodig heeft, dat zul je nooit zeker weten. Maar ongeacht welk doel zijn leven dient, op het diepere niveau van de inhoud hoeft jouw relatie met hem niet anders te zijn dan met ieder ander die je kent. Want zolang we geïdentificeerd zijn met het ego zitten we allemaal gevangen in onze eigen emotionele woestenij, waarin we ons afgesneden voelen van God, de liefde en elkaar. De Cursus is gekomen om ons te laten weten dit niets van dit alles waar is. In werkelijkheid zijn alle denkgeesten met elkaar verbonden. Ze kunnen nooit alleen zijn of behoefte hebben aan speciale liefde. Onze enige verantwoordelijkheid is ons te herinneren dat onze enige betekenisvolle keuze de keuze is tussen het ego en de Heilige Geest, als onze gids door de doolhof die we ons leven noemen. En als we dat voor onszelf herinneren, herinneren we het ons voor iedereen. Want we zijn reeds allemaal verenigd met de Christus in ons - we hebben er alleen voor gekozen deze werkelijkheid te vergeten. Onze denkgeest heeft de macht ervoor te kiezen ons dit weer te herinneren op elk moment waarop we dat willen, ongeacht hoe beperkt we als figuren in de droom ook mogen zijn.