Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#867 Besteed ik teveel tijd aan het naar de Heilige Geest brengen van mijn problemen?

Als ik me lang (uren, maanden) in plaats van kort (minuten) bezig houd met het naar de Heilige Geest brengen van mijn probleem, maak ik de vergissing dan werkelijk? Of kijk ik dan serieus naar de schuld? Dit brengt me vaak in de war. Ik ben deelnemer aan het 12-stappenplan; als ik tijdens een bijeenkomst over een van mijn problemen spreek zodat ik er naar kan kijken, maak ik dat probleem dan werkelijk? Of kijk ik ook dan serieus naar de schuld? Ik wil dat forum gebruiken om met de Heilige Geest naar het probleem te kijken. Het probleem hardop horen uitspreken door mijzelf in het bijzijn van anderen lijkt te helpen om ernaar te kijken. Het lijkt daar dan triviaal te worden en zijn kracht te verliezen, vind ik.

Antwoord: Als je zoveel tijd besteed aan het probleem dat je ziet, dan is het meer dan waarschijnlijk dat je je bezighoudt met het verkeerde probleem. Of, beter nog, met het pseudoprobleem in plaats van met het werkelijke probleem. Weet je, het schijnbare probleem waar we zo kwistig zorg en aandacht aan geven is altijd een rookgordijn om te voorkomen dat we in contact komen met het onderliggende probleem in onze denkgeest (WdI.79). Dit is het geval, ongeacht of de aandacht gericht is op iemand anders dan wel op onszelf, dat wil zeggen op het zelf dat we denken te zijn. Onze problemen kunnen zo complex lijken, zoveel invalshoeken hebben, zoveel lagen om af te pellen, zoveel inzichten om verder uit te werken, voordat we werkelijk kunnen begrijpen, loslaten en ‘vergeven’. Toch blijven we verankerd in het denksysteem van het ego, zonder er echt uit te stappen; we herschikken enkel het meubilair op de Titanic, zoals een van onze medewerkers het eens zo tekenend verwoordde.

Omdat Jezus zich heel bewust is van onze neiging om de problemen op het verkeerde niveau op te lossen, waarschuwt hij ons in Een cursus in wonderen: “Als jij denkt dat je iets begrijpt van de ‘dynamiek’ van het ego, laat mij je dan verzekeren dat je er niets van begrijpt. Want uit jezelf kun je die niet begrijpen. Het bestuderen van het ego is niet het bestuderen van de denkgeest. In feite geniet het ego ervan zichzelf te bestuderen, en juicht het het van harte toe wanneer studenten het willen ‘analyseren’ en aldus zijn gewichtigheid bekrachtigen. Maar ze bestuderen slechts een vorm met een inhoud zonder betekenis. Want hun leraar is onzinnig, hoewel hij dit feit angstvallig verbergt achter indrukwekkend klinkende woorden, waaraan echter wanneer ze worden samengevoegd elke samenhang ontbreekt (T14.X.8:4-9).

De verleiding om onze problemen als resultaat van onze relaties in de wereld te zien is haast onvermijdelijk. Maar dat verbaast ons niet, omdat we, als de collectieve Zoon, de wereld en relaties tussen lichamen tot stand gebracht hebben juist met het doel onszelf onbewust te houden van het onderliggende probleem in de denkgeest (WdI.64.1:2-4; 2:1). Zo kunnen we uren, dagen, maanden en zelfs jaren doorbrengen, terwijl we hetzelfde of een vergelijkbaar probleemgebied eindeloos herkauwen en de bijzonderheden ervan analyseren tot er niets meer van over is.

Een van de vormen die dit kan aannemen is om al onze relatieproblemen terug te voeren op onze ouders. Op een bepaald niveau is dit ook waar, want de dynamiek van de relatie met onze ouders wordt de rest van ons leven in al onze relaties herhaald. Maar als we ons alleen bezig houden met de beperkingen van het ouderschap die we als kind voelden, waaraan al onze problemen in het latere leven ten grondslag liggen, dan zijn we niet ver genoeg, of beter gezegd, niet diep genoeg teruggegaan (meer informatie hierover vindt u bij V#861). Want zelfs de vroegere relatie in dit leven met onze vader en moeder staan symbool voor, of zijn afgesplitste fragmenten van onze oorspronkelijke speciale relatie met God. En die relatie is een waanzinnige hallucinatie die we verzonnen hebben om ons geloof in de afscheiding in stand te houden, terwijl we iemand anders verantwoordelijk houden voor de schuld en de pijn die daaruit voortkomt. De specifieke problemen en geschillen in ons leven zijn slechts illusoire schaduwen van die onderliggende denkbeeldige egodynamiek met God.

Dus is onze focus op onszelf en op onze relaties in de wereld werkelijk misplaatst vanuit Jezus' perspectief. Niet dat onze problemen in de wereld geen ander doel kunnen dienen wanneer ze naar de Heilige Geest worden gebracht (WdI.64.1:2-4;2-1). Ze kunnen de poorten worden naar de donkere spelonken van onze denkgeest, waar de verborgen ego-overtuigingen onze vrede blijven verwoesten, totdat we het licht van ware vergeving erop laten schijnen, zodat ze kunnen oplossen in het niets dat ze in wezen zijn. Maar zolang we onze aandacht alleen op de wereld en ons leven hier blijven richten, dan blijven die ontwrichtende onbewuste overtuigingen veilig verborgen en afgesloten voor ons bewustzijn, terwijl ze nog steeds in de schuilhoeken van onze denkgeest doorwoekeren, en al onze waarnemingen infecteren en aantasten.

Dit gezegd hebbende, denk alsjeblieft niet dat je moet ophouden met wat je doet, als het je lijkt te helpen de problemen en conflicten in je leven op te lossen. Je moet je er alleen van bewust zijn dat zolang je het onderliggende probleem of de inhoud niet identificeert en aanpakt (je keuze voor afscheiding en schuld in je denkgeest), je het werkelijke probleem niet oplost (WdI.79.6). Je vindt dan slechts tijdelijke verlichting, net zoals een aspirientje de symptomen van een onderliggend chronisch probleem in het lichaam kortstondig kan verlichten, maar niet de bron van de pijn aanpakt, zodat die terugkomt als het verzachtende effect van het medicijn is uitgewerkt.