Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#861 Wat is het effect van een slechte jeugd bij het bestuderen van de Cursus?

Wat gebeurt er wanneer je psychologisch niet stabiel bent, door een slechte opvoeding en trauma’s uit de kindertijd, en dan de Cursus gaat bestuderen om je denkgeest te genezen? Welke psychologische verschijnselen kun je tegenkomen terwijl je toewerkt naar steeds meer begrip van de concepten die de Cursus biedt ?

Antwoord: Je vraag bevat een gebruikelijke vooronderstelling die we eerst moeten bekijken voordat we een bevredigend antwoord kunnen geven. En dat is het geloof dat onze opvoeding bepaalt hoe we zijn als volwassene. Op een bepaald niveau, in wereldse termen, is dat ook zo. Maar de Cursus benadert niets in termen van de wereld, behalve als uitgangspunt voor het leren herkennen van de keuze die onze denkgeest maakt zolang we geïdentificeerd zijn met het ego.

Het ligt in de menselijke natuur dat we allemaal te maken hebben met ontoereikende opvoeders en dat we trauma’s ondergaan gedurende de periode dat we opgroeien. De ernst van de ervaringen op het niveau van de vorm kan echter individueel sterk variëren. Tot we ons bewust worden van de mogelijkheid dat er een andere manier is om naar een situatie in ons leven te kijken (T25.VII.8:4, 9:1) blijven we de problemen en beperkingen van onszelf als volwassene vooral ervaren als het directe gevolg van onze kinderjaren. Het kan soms goed zijn om dit eerst psychologisch te benaderen en zo te ontdekken hoe we de verwondingen, door misbruik en verwaarlozing, met ons mee lijken te dragen, jaren nadat ze werden toegebracht. En dat gebeurde terwijl we hulpeloos waren en niet in staat onszelf te verdedigen en te beschermen. Het is beslist waardevol om een bepaald niveau van egokracht, ofwel psychologische weerbaarheid, te ontwikkelen. Daardoor kunnen we omgaan met de uitdagingen in ons leven als een afgescheiden zelf, in een veeleisende en soms bedreigende wereld.

In contact komen met deze gedachten, herinneringen en overtuigingen, is vanuit het perspectief van de Cursus slechts de eerste stap in het proces van vergeving waartoe we worden uitgenodigd. Want de dingen zijn niet altijd dat wat ze lijken te zijn! Deze veel voorkomende jeugdervaringen - waarbij we ons op een of andere manier een slachtoffer en onrechtvaardig behandeld voelen - zijn vanuit het perspectief van het ego juist opzettelijk en dienen een bepaald doel. Als we zeggen ‘opzettelijk’, verwijzen we niet naar enige vorm van opzet of bewuste keuze van het jonge kind, maar naar de denkgeest die ervoor gekozen heeft zichzelf als een kind te ervaren, lichamelijk zwakker en emotioneel kwetsbaarder dan de meeste mensen om hem heen, met name de ouders.

We willen allemaal geloven dat pijn en verdriet komt van wat anderen ons hebben aangedaan. Een belangrijk doel van de Cursus is ons te helpen in contact te komen met de werkelijke bron van de pijn (T27.VII.7; T27.VIII.10,11, T28.III.5:1). Een beslissing, genomen in onze eigen denkgeest, die we leken te maken in het verleden, maar die we nog steeds elk moment opnieuw maken. Dat is het enige probleem, de keuze onszelf te zien als afgescheiden van liefde. Elk leven als een individu, een lichaam in de wereld, is gebaseerd op het idee dat de afscheiding van God werkelijk is, maar dat iemand anders daar verantwoordelijk voor is. God misschien, of onze ouders die ons op de wereld gezet hebben. Maar Jezus vertelt ons in de Cursus dat we nooit slachtoffer zijn (bijv. WdI.31:57.1). Hoe we ons op dit moment voelen is altijd het directe resultaat van de keuze voor het ego die we nu maken, en niet het gevolg van de dingen die ons denkbeeldige zelf zijn overkomen in het nabije of verre verleden. Dat is een radicaal standpunt met revolutionaire gevolgen voor ons denken, als we tenminste bereid zijn het serieus te nemen. Dat wil overigens niet zeggen dat we onze herinneringen van wat ons is overkomen in het verleden, moeten negeren of ontkennen. Maar we kunnen gaan beseffen dat er een andere manier is om hiernaar te kijken. Zo kan Jezus ons helpen te begrijpen welk doel ze voor ons hadden, namelijk ons onbewust te houden van de macht van onze denkgeest om op dit moment te kiezen tussen geluk en pijn.

Om je vraag te beantwoorden over de psychologische verschijnselen die je tegen kan komen wanneer je een moeilijke jeugd hebt gehad en een trauma hebt opgelopen: hoog op de lijst staat meestal weerstand. Want de Cursus bedreigt alle overtuigingen en verdedigingen van het ego die we koesteren en die ervoor zorgen dat wij ons ironisch genoeg veilig en geborgen voelen in de rol van slachtoffer. Dus willen we de uiterst uitdagende boodschap van de Cursus, die onze hele wereld op z’n kop zal zetten, niet horen. En dicht bij onze weerstand ligt angst, de angst dat we gestraft zullen worden voor al onze egoïstische beslissingen om schuld buiten ons te projecteren, en vervolgens te geloven dat het zonden zijn.

En dan is er nog de diepere angst dat we uiteindelijk het zelf verliezen waar we zo sterk mee geïdentificeerd zijn. Niets van dit alles is waar, maar het ego zal elke vorm van misleiding gebruiken om ons af te houden van een authentieke ervaring van vrede en liefde. Soms ervaren we ook boosheid, op de Cursus of op Jezus, of op onszelf zolang we onze hakken in het zand zetten om maar niet de verantwoordelijkheid te hoeven te nemen voor ons eigen gevoel. Maar met de bereidwilligheid om de oorzaak van ons ongeluk binnenin ons, in onze eigen denkgeest, te zoeken in plaats van buiten ons, komen we ook dichter bij de liefde die we eigenlijk zoeken, al hebben we ons ervan afgekeerd.

En dan zullen we ook bevrijding, opluchting, vrede en vreugde gaan ervaren, terwijl we beginnen te ontwaken en zien dat de zonde, waarvan we dachten dat we ons ertegen moesten verdedigen niet werkelijk is en dat deze geen gevolgen heeft tenzij wij wensen dat dat wel zo is. (T17.I.1)