Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#858 Kun je uitleggen wat ego-gedachten zijn?

Je verwijst dikwijls naar projectie, dat wil zeggen: ons ontdoen van wat we niet willen door het aan iemand of iets anders toe te wijzen. Maar in feite is er niemand daarbuiten, dus projectie is alleen maar een term die gebruikt wordt om een activiteit van de denkgeest te beschrijven, waarbij een fragment van de ‘schepping’ wordt gerubriceerd onder het opschrift ‘ego’. Ik ga ervan uit dat het ego weet dat de tijd niet bestaat, aangezien het ego voortdurend en holografisch ‘schept’ om meerdere reacties te ontwikkelen op allerlei oorzaken. In onze illusoire staat als menselijke wezens kunnen wij dan gebruik maken van al die reacties en die ‘beleven’, en we geloven echt dat wat we ervaren ons ook werkelijk voor de eerste keer overkomt. Als we allemaal één denkgeest zijn, zoals de Cursus zegt, zijn mijn op het ego gebaseerde gedachten dan alleen toegankelijk voor mij, of kunnen andere denkgeesten mijn droom ook ‘beleven’? Ik weet dat de Hemel de staat is waarin alle denkgeesten verbonden zijn, en delen natuurlijk is, maar wat zijn ego-gedachten?

Antwoord: We zullen de punten bespreken in de volgorde waarin jij ze naar voren brengt:

Projectie begint ontologisch gezien met een poging de verzonnen schuld over de afscheiding buiten de ene ego-denkgeest te plaatsen (T7.VIII.4:2-4; T13.II.1:1). Aangezien niets of niemand als een afgescheiden entiteit buiten de ego-denkgeest bestond, moesten wij als de ene Zoon iets verzinnen dat afgescheiden was om die schuld in te kunnen opslaan. En dus hebben wij dat ene schuldige zelf waarmee wij ons vereenzelvigd hadden in een afgescheiden schuldig zelf gesplitst, dat we ‘God’ noemden, en een ‘onschuldig’ zelf waarmee we ons konden blijven vereenzelvigen (zie vraag #853 voor een verdere bespreking van die splitsing). Deze basisdynamiek die een verzonnen zelf en een verzonnen ander met zich meebrengt, is de basis voor alle verdere projecties, die steeds complexer worden met de verbrijzeling van de ego-denkgeest in miljarden fragmenten als verdediging tegen de verzonnen boze God in de gespleten denkgeest. Maar eenvoudig gezegd is projectie niets meer dan een verdediging om de verantwoordelijkheid te vermijden voor onze eigen ego-gedachten (T6.II.1, 2). Om het onderscheid duidelijk te maken tussen werkelijkheid en illusie, noemt de Cursus iets dat het resultaat lijkt te zijn van onze activiteit met het ego een miscreatie (zie bijvoorbeeld T2.II.2:5; T2.VII.3:13-15).

Ook al spreekt de Cursus voor onderwijsdoeleinden over het ego alsof het een losstaande entiteit is, dat dingen weet en doet, in werkelijkheid is het niets meer dan een illusoir denksysteem of een reeks overtuigingen, geactiveerd door onze gespleten denkgeest wanneer we willen geloven dat de afscheiding van God werkelijk is (T4.VI.1). Tijd en ruimte zijn begrippen behorende bij deze illusoire reeks overtuigingen (T26.VIII.1:3). Op een bepaald niveau weten we dat niets hiervan waar is, maar we hebben opzettelijk besloten onszelf te misleiden om ons individuele bestaan in stand te houden. Ego-gedachten zijn niets. Onze ogenschijnlijke levens zijn gebaseerd op het opnieuw kijken naar en ons vereenzelvigen met aspecten van deze ego-gedachten, en terwijl we er opnieuw naar kijken, kunnen we kiezen welke leraar of welk denksysteem onze interpretatie van wat we opnieuw aan het bekijken zijn, zal leiden. De enige werkelijk waarde van het onderzoeken van onze ego-gedachten is de erkenning dat ze uiteindelijk niets te betekenen hebben. Maar zolang we geloven dat ego-gedachten werkelijk zijn, kunnen we de leiding van de Heilige Geest of van Jezus zoeken in plaats van die van het ego, waardoor we in staat zijn ze te gebruiken om ons geloof in hun werkelijkheid ongedaan te maken in plaats van het te versterken.

In principe is er geen reden dat elk van de ogenschijnlijk afgescheiden stukjes bewustzijn waarmee elk van ons zich vereenzelvigt, niet het hele ego-hologram zou kunnen ervaren, behalve dat wij het zodanig hebben opgebouwd dat we elk onze eigen geïsoleerde ervaringen en waarnemingen lijken te hebben om de werkelijkheid van afscheiding en individualiteit in stand te houden. Zogenaamde paranormale ervaringen vertegenwoordigen vaak het vermogen voorbij te gaan aan deze zelfopgelegde hindernissen in de ego-denkgeest. Sommige mediums vertellen bijvoorbeeld dat ze ervaren wat andere ogenschijnlijk afgescheiden denkgeesten hebben ervaren of nog ervaren, alsof ze het zelf beleven. Wij vinden dat ongewoon, maar vanuit het perspectief van de metafysische leringen van de Cursus hoeft dat helemaal niet verbazingwekkend te zijn. Het bovennatuurlijke vermogen is op zichzelf neutraal; zijn nut hangt alleen af van het doel dat het dient (H25): schuld en afscheiding, of vergeving en verbinding. Het laatste is een afspiegeling van de Hemelse staat waar jij naar verwijst, waar alles wat gedeeld wordt liefde is, want er is niets anders.