Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#856 Wat is de juiste betekenis van “Verzoening”?

Kun je mij een goede betekenis van Verzoening geven. Ik weet dat het één-maken betekent, geen afscheiding, maar ik heb behoefte aan meer uitleg.

Antwoord: Eén-maken is geen woord dat in Een cursus in wonderen wordt gebruikt om de Verzoening te definiëren. Verzoening heeft evenmin de betekenis die het traditionele Christendom eraan verleent, namelijk het goed maken van zonde. De Cursus geeft in één woord een nieuwe betekenis aan de term Verzoening: zondeloosheid. Hoe eenvoudig dit ook is, het is in feite een heel krachtige boodschap voor het ego, wiens denksysteem volledig op het geloof berust dat de Zoon van God schuldig is omdat hij de afscheidingsgedachte serieus heeft genomen. De Verzoening aanvaarden betekent luisteren naar de Stem van de Heilige Geest, die namens God spreekt en ons zegt dat de afscheidingsgedachte niet alleen geen zonde is, maar zelfs nooit heeft plaatsgevonden. Dit is de kern van wat de Heilige Geest in de Cursus over Verzoening onderwijst. Deze waarheid aanvaarden is een proces waarbij schuld door middel van vergeving wordt losgelaten; het is de correctie door de Heilige Geest van het onjuiste geloof in de afscheiding. In de ‘Glossary-Index for A Course in Miracles,’ omschrijft Kenneth Wapnick de Verzoening als ‘het correctieplan van de Heilige Geest om het ego ongedaan te maken en het geloof dat er afscheiding is te genezen.’ Onze functie in dit plan en wat het zinvol maakt in ons dagelijks leven, is het beoefenen van vergeving: “Vergeving is de enige functie die betekenis heeft in de tijd” (T25.VI.5:3).

Verzoening is dan ook niet alleen maar een intellectueel denkbeeld dat begrepen moet worden. Het is levend en wordt ons leven, in die mate waarin we bereid zijn de vergevingsprincipes in onze relaties toe te passen. Dat betekent: in elk oordeel de projectie zien van onze schuld vanwege de keuze van de denkgeest voor afscheiding. Dat is onze enige verantwoordelijkheid in het Verzoeningsproces: “De enige verantwoordelijkheid van de wonderdoener is de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden [totale vergeving leren]” (T2.V.5:1). Aangezien de keuze in de denkgeest voor de afscheiding de oorzaak is van wat we voelen, kan niets of niemand buiten de denkgeest de schuld krijgen. Anderen op deze manier bevrijden is de manier waarop we leren dat ook wij zondeloos zijn. Door deze erkenning wordt de Verzoening volbracht.

Wat de Verzoening tot een proces maakt zijn de zware lagen schuld die gepaard gaan met de keuze voor het ego en die het licht van de Heilige Geest blokkeren. “Ze [Verzoening] is volkomen helder omdat ze bestaat in het licht. Alleen de pogingen haar in duisternis te hullen hebben haar ontoegankelijk gemaakt voor wie niet verkiest te zien” (T3.I.6:6-7). In het verwrongen denken van het ego is schuld de rechtvaardiging voor het niet aanvaarden van de Verzoening. Het ego wil ons doen geloven dat we het niet waard zijn om Gods onschuldige Zoon te zijn, en dus gedoemd zijn om afgesneden te blijven van onze Bron. Wat het ego ons niet vertelt, is dat dit het middel is waardoor de afscheidingsgedachte gehandhaafd blijft, het ego beschermd wordt en schuld in stand gehouden wordt. Deze vicieuze cirkel van het ego wordt alleen ongedaan gemaakt door de beslissing van de denkgeest om voor de Heilige Geest te kiezen, Wiens boodschap is dat het geloof in de afscheiding geen gevolg heeft gehad en dat de Zoon van God onschuldig is.

Dit staat heel eenvoudig in het Tekstboek: “Ieder heeft een speciale rol in de Verzoening te spelen [deze te aanvaarden voor zichzelf], maar de boodschap die aan ieder wordt gegeven, is steeds dezelfde: Gods Zoon is schuldeloos” (T14.V.2:1). Elke ontmoeting is een gelegenheid om tussen veroordeling en vergeving te kiezen. Naarmate vergeving het doel van elke relatie wordt, vervangt de alomvattende cirkel van Verzoening van de Heilige Geest geleidelijk de vicieuze cirkel van het ego van afscheiding en uitsluiting. Jezus legt ons deze keuze voor in de paragraaf: “De cirkel van Verzoening”: “Ieder die jij ziet, geef je een plaats in de heilige cirkel van Verzoening, of laat je daarbuiten, al naargelang je hem geschikt acht voor kruisiging of verlossing. Breng je hem in de cirkel van zuiverheid, dan zul jij daar met hem rusten. Laat je hem erbuiten, dan voeg jij je daar bij hem” (T14.V.11:1-3).