Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#848 Hangt het begrijpen van de Cursus af van een bepaald niveau van evolutie?

Ons geloof in tijd betekent binnen het ego-kader van de afscheiding, dat we de ervaring hebben dat niet alleen ons eigen leven, maar ook het hele historische proces zich voor ons ontvouwt, waardoor het lijkt of we afhankelijk zijn van de successen en mislukkingen van onze voorvaderen. Hoewel de Cursus onderwijst dat tijd niet bestaat in de Denkgeest van God (en dus helemaal niet bestaat), plaatst hij zichzelf desondanks op de historische, d.w.z. lineaire tijdslijn. Je hebt er al eerder op gewezen dat dit geïllustreerd wordt door het feit dat de ‘psychologische benadering’ van de Cursus, ‘grotendeels gebaseerd is op de inzichten van Freud in de menselijke psyche.’

In een van de artikelen in Lighthouse (Lighthouse Volume 12 Nr. 1) wordt dit nog duidelijker uitgelegd; hierin wordt de vraag gesteld: ‘Waarom deze waanzinnige angst voor de waarheid?’ en het antwoord gegeven: ‘Het is één van de belangrijkste bijdragen van Een cursus in wonderen aan de spiritualiteit van de wereld, dat hij antwoord geeft op een manier waarop het vermaarde probleem van Paulus bijvoorbeeld (Romeinen 7:15,19), nooit werkelijk een antwoord kreeg – een antwoord dat trouwens onmogelijk begrepen of aanvaard kon worden in het pre-Freudiaanse tijdperk’. Geeft dit niet de indruk dat het menselijk bewustzijn door de geschiedenis heen evolueert, en dat de boodschap van de eeuwigheid, die Een cursus in wonderen toch is, op een bepaalde manier afhangt van die evolutie?

Antwoord: Zolang we geloven dat we in de tijd zijn, zullen we niet anders kunnen dan de tijdsymbolen gebruiken, zowel om ons te helpen de relaties te begrijpen die niet echt lineair in de tijd zijn, maar zich vanuit ons gezichtspunt in een of andere logische volgorde in de tijd lijken te ontvouwen, als ook om met anderen te communiceren die op dit moment geen enkele reden hebben om de werkelijkheid van tijd en ruimte in twijfel te trekken (WdI.184.9). Maar het zou een vergissing zijn als we uitleg die gebaseerd is op de tijd meer werkelijkheid geven dan enig ander aspect van het ego-denksysteem. Tijd is een illusoir conceptueel filter waardoor we verschuivingen in ons begrip verwerken die in de denkgeest plaatsvinden, buiten tijd en ruimte, terwijl we nog steeds willen geloven dat de wereld en ons individuele zelf werkelijk zijn.

Als we in ogenschouw nemen dat er in werkelijkheid geen lineaire tijd is en dat alles wat er in de wereld van tijd en ruimte kan gebeuren gelijktijdig in de denkgeest bestaat als een potentiële ervaring die al voorbij is (T26.V.3), dan kunnen we beginnen te bevatten dat er ‘in de tijd’ geen echte oorzakelijke relatie tussen gebeurtenissen kan zijn. Als we de denkgeest beschouwen als holografisch, stelt elk moment in de tijd gewoon de totaliteit aan gedachten voor, waarvoor we kiezen en die we tot ons gewaarzijn toelaten op dat ene moment. En elk moment in de tijd, zoals onze ego-denkgeest dat bekokstooft, lijkt herinneringen te bevatten van wat eraan is voorafgegaan, tevens een ervaring van wat er nu gebeurt, alsmede gedachten en overpeinzingen over wat er in de toekomst kan gebeuren. Maar dit onderscheid is gewoon een truc van de ego-denkgeest om zonde, schuld en angst de schijn te geven van een multidimensionale werkelijkheid, net zoals verleden, heden en toekomst. (Ken Wapnicks audiocassette From time to timelessness behandelt deze omzetting van de concepten van de ego-denkgeest naar de schijnbare werkelijkheid buiten ons van de wereld van tijd en ruimte). Want zonde berust op het geloof in een verleden dat al voorbij is, dat niet ongedaan gemaakt kan worden, dat gevolgen heeft in het heden, met de zekerheid van een nog ergere hel in de toekomst (T15.I.6). En toch is het alleen de keuze in de denkgeest in het huidige moment die ervoor zorgt dat dit alles werkelijk voor ons lijkt, en dat is een keuze die even gemakkelijk in het heden ongedaan gemaakt kan worden door in onze denkgeest om een andere Leraar te vragen (T15.I.8, 9).

Om terug te komen op de specifieke onderwerpen van je vraag in het licht van dit begrip van de holografische, niet-tijdelijke, niet-ruimtelijke aard van de denkgeest: er wordt in de tijd een moment ervaren dat de gedachte bevat dat er een ver verleden was waarin Jezus op aarde rondliep, en ook de gedachte aan een minder ver verleden toen Freud zijn begrip uitwerkte van de aard van het denken, waartoe de verdedigingen ontkenning en projectie behoren. Maar deze gebeurtenissen bestaan niet in het verleden, als oorzakelijk en voorafgaand aan de hedendaagse Cursus. Het zijn slechts gedachten die we nu in onze denkgeest vasthouden om op een minder beangstigende manier in de tijd uit te leggen hoe we tot begrip lijken te komen van de vergevingsprincipes die in de Cursus worden weergegeven.

Jezus blijft altijd buiten tijd en ruimte, vanwaar hij ons de correctie biedt voor het denksysteem van het ego. Maar wij plaatsen conceptuele filters, de tijd inbegrepen, tussen onszelf en zijn boodschap van pure liefde, om hem en zijn liefde op een veilige afstand te houden. Het hologram van de denkgeest kan net zo goed een gedachte bevatten van een huidig moment met inbegrip van een recent verleden waarin Jezus alles uitlegde wat we moeten weten over de belemmeringen die ons weghouden van zijn liefde. Een recent verleden waarin wij zijn onderricht bereidwillig omarmden, al onze broeders vergaven en de Verzoening voor onszelf aanvaardden, zonder de gedachte aan een ver verleden met een gekruisigde Jezus, een meer recent verleden met de briljante inzichten van een zekere Sigmund Freud, en zonder gedachte aan een boek met de titel Een cursus in wonderen. Verlossing hangt niet af van iets dat in de tijd gebeurt! Ze hangt alleen af van onze bereidwilligheid te kijken naar de obstakels voor ons bewustzijn van de aanwezigheid van liefde waaraan we ons blijven vastklampen, en dan deze obstakels los te laten. En de vorm waarin we dat verkiezen te ervaren, geeft alleen de symbolen weer die voor ons persoonlijk op dit moment de meeste betekenis hebben bij het proces van ongedaan maken, en niets meer (H2.3).

In A vast illusion, een boek van Kenneth Wapnick, wordt de aard en het gebruik van tijd, vanuit het perspectief van de beide leraren in onze denkgeest, veel uitgebreider besproken.