Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#846 Hoe kan ik vergeving toepassen bij mijn huwelijksproblemen?

Hoe moet ik met Jezus of met de Heilige Geest naar de duisternis kijken? Kun je me daar alsjeblieft raad in geven? Soms wil mijn ego dat ik me minderwaardig en waardeloos voel, vooral wanneer mijn vrouw zegt dat ze me een bedrieger vindt, een gluiperd, een dief, een hypocriet, enzovoort. Een deel van mij vindt dat ze gelijk heeft, want ik houd van iemand anders die niet in staat is van mij te houden, maar mij gebruikt voor haar eigen behoeften. Ik moet beide vrouwen en mezelf vergeven.

Antwoord: Een cursus in wonderen leert ons dat we met Jezus of met de Heilige Geest naar de duisternis kijken door middel van het proces van vergeving. Dit betekent dat we de werkelijke bron van het probleem (de denkgeest) moeten herkennen, zodat deze genezen kan worden. De aanval op het Zelf vond zijn oorsprong in de denkgeest, toen deze koos voor de afscheiding en zich ging identificeren met het ego. Deze aanval werd vervolgens versterkt toen de denkgeest ervoor koos om zijn keuze voor afscheiding te vergeten. Aldus weigert hij er verantwoordelijkheid voor te nemen en projecteert hij de schuld op personen, dingen en omstandigheden buiten hemzelf. Het gevolg is diepgevoelde schuld en jezelf een bedrieger, dief of hypocriet vinden, maar tegelijk vinden dat jij bedrogen, beroofd of misleid bent. Deze gevoelens worden dan naar buiten geprojecteerd en in de een of andere vorm ervaren, bijvoorbeeld in de situatie die je beschrijft.

De bron van elk conflict, zowel in de wereld als in ons persoonlijke leven, ligt in deze activiteit van de denkgeest. Met Jezus naar de duisternis kijken via vergeving, begint met een beetje bereidwilligheid om te aanvaarden dat dit waar is en dat we ongelijk hebben in onze interpretatie van elke situatie. We hoeven ons niet in te spannen om onschuld, schoonheid en licht in anderen te zien. Het is eerder zo dat we beginnen met vergeven als we de lagen van oordelen zien, waarmee we de onschuld, de schoonheid en het licht in anderen en in onszelf bedekken. Onze ontkenning van deze oordelen houdt ze op hun plaats en werpt een schaduw op het licht. Dat houdt ons af van het zien van Christus in wie dan ook, waaronder onszelf, en het verklaart waarom we ons waardeloos en minderwaardig voelen.

Hoewel de werkelijke bron van deze gevoelens ligt in de keuze voor afscheiding, zoals hierboven uiteengezet, vinden ze hun rechtvaardiging in een of andere specifieke vorm, zoals de buitenechtelijke verhouding die je beschrijft. De specifieke omstandigheden voorzien in de gelegenheid zowel slachtoffer als dader te zijn. Daardoor wordt het ware doel van de speciale relatie bereikt, waarin schuld geprojecteerd, verdedigd en gerechtvaardigd wordt. Dit is bepaald niet wat het doel lijkt, maar de Cursus leert dat dit de ware aard is van al onze relaties. Elke speciale relatie dient tevens als middel om de eindeloos lijkende reeks behoeften te bevredigen die voortkomen uit het diepe gevoel van gemis dat de afscheidingsgedachte oproept. Vergeven houdt in dat we deze verborgen dynamiek zien voor wat het is: de dans van schuld en speciaalheid van het ego, die aan alle gevoelens die je beschrijft ten grondslag ligt. Dit is de eerste stap in het proces waarin je de duisternis van het ego naar het licht van vergeving brengt. Het heeft niets te maken met verandering van gedrag. Het wonder/vergeving houdt in dat je de dingen anders ziet; met andere woorden: het is een omslag in waarneming.

Het volgende fragment uit het Handboek geeft zowel de eenvoud van het proces weer, als de ‘moeilijkheid’, vanwege onze identificatie met ons lichaam: “Wat is het enige vereiste voor deze omslag in waarneming? Simpelweg dit: de erkenning dat ziekte iets van de denkgeest is, en niets met het lichaam uitstaande heeft... Want met deze erkenning wordt de verantwoordelijkheid daar geplaatst waar ze thuishoort: niet bij de wereld maar bij hem die naar de wereld kijkt en haar ziet zoals ze niet is. Hij kijkt naar wat hij verkiest te zien. Niets meer en niets minder. De wereld doet hem niets aan. Hij dacht alleen van wel (H5.II.3:1-2,5-9). De term “lichaam” heeft niet alleen betrekking op het fysieke lichaam, maar ook op het psychologische en emotionele lichaam. “Wereld” houdt alles in waarvan wij denken dat het bij de wereld van lichamen hoort, zoals relaties. Als we dit fragment zorgvuldig lezen, leert het ons dat wat jij voelt niets te maken heeft met de vrouwen in je leven, noch met de aard van je relaties met hen. De gevoelens en oordelen komen voort uit de keuze van de denkgeest zich met het ego te identificeren, hetgeen vooraf gaat aan het ervaren van de relaties.

Bereidheid dit te erkennen en verantwoordelijkheid te nemen voor deze keuze legt de oorzaak terug in de denkgeest, waar Jezus en de Heilige Geest verblijven als symbolen voor het deel van de denkgeest dat zich niet identificeert met het ego/lichaam. Dan is het mogelijk Hun stem te horen, die alle relaties leidt met inachtneming van onze eenheid in plaats van onze speciaalheid. Het enige dat vereist wordt in dit opzicht, is om niet tussenbeide te komen door oordelen over wat of wie juist of onjuist is of over hoe je dingen anders moet zien of voelen. Jezus geeft ons heldere instructies en een prachtig gebed om ons te helpen: “Houdt slechts één gedachte in je denkgeest vast en verlies die niet uit het oog, hoezeer je ook in de verleiding mag komen over enige situatie te oordelen, en jouw reactie te bepalen door erover te oordelen. Concentreer je aandacht alleen op het volgende:

Ik ben niet alleen, en ik wil het verleden niet aan mijn Gast opdringen. Ik heb Hem uitgenodigd en Hij is hier. Ik hoef niets te doen behalve me er niet in te mengen” (T16.I.3:8-12).