Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#837 Hoe kan ik met andere ogen naar iemand kijken wanneer ik boos ben?

De vader van mijn dochter heeft ons in de steek gelaten toen ik 3 ½ maand zwanger was. Hij heeft sindsdien geen financiële of emotionele steun aangeboden, en heeft evenmin contact met zijn dochter gehad. Hij heeft ervoor gekozen ons beiden de rug toe te keren. Zijn familie blijft echter wel belang stellen in wat er met ons gebeurt. Ik vond dit een uiterst frustrerende situatie omdat zijn familie het steeds over de vader van mijn dochter had (alsof ze mij eraan wilde herinneren dat hij ervoor gekozen had ons in de steek te laten).

Ik heb sindsdien het contact met de familie verbroken, omdat de toestand me boven het hoofd groeide. Meer dan zes maanden zijn voorbijgegaan en ik vraag om iedereen die bij deze situatie betrokken is op een andere manier te zien (dat wil zeggen zonder oordeel). Ik zou de relatie met de familie en de vader van mijn dochter willen herstellen. Maar wanneer ik hen wil bellen of een briefje wil schrijven of hen op een andere manier wil bereiken, word ik weer aan alle pijn herinnerd die ik heb gevoeld toen ik met hen in contact was. Ik weet niet hoe ik deze situatie moet herstellen. Het lijkt niet over te gaan.

Maar ik kan het gewoon niet opbrengen om mijn trots in te slikken en opnieuw te proberen om een relatie te hebben met de familie van de kant van mijn dochter. Kan ik in deze situatie vrede vinden zonder met deze mensen fysiek opnieuw contact te hebben? Hoe weet ik dat ik juist heb gehandeld door de relatie met de familie te verbreken? Mijn beslissing achtervolgt me nog altijd een beetje, maar ik weet echt niet hoe ik verder moet en in mijn denkgeest blijvende vrede met de hierboven genoemde mensen moet vinden. Hoe kan ik een man die zijn / ons kind in de steek heeft gelaten, in een ‘ander licht’ zien?

Antwoord: Misschien wel een van de moeilijkste lessen die een student van Een cursus in wonderen moet leren en aanvaarden, is dat als we in onvrede zijn of pijn lijden, dat nooit het gevolg is van wat iemand anders ons al of niet heeft aangedaan (WdI.5), ongeacht wat onze ervaring ook lijkt te zijn. Alles wat we ervaren, lijkt iets anders uit te schreeuwen, en het is gewoonlijk niet moeilijk om bondgenoten te vinden die ons ondersteunen wanneer we onszelf als slachtoffer zien. Maar als we onze relaties oprecht willen herstellen en onszelf willen bevrijden van conflict, kwetsuren en kwaadheid, vraagt de Cursus ons onze aandacht te verschuiven van de uiterlijke situatie naar onze eigen innerlijke beslissing om te investeren in het geloof in zonde, schuld, aanval en verlating. Want dat is de enige bron van onze pijn (WdI.23).

Dit rechtvaardigt niet wat iemand doet of nalaat, maar verduidelijkt wel dat we in eerste instantie altijd in onze eigen denkgeest een beslissing hebben genomen om onszelf als slachtoffer te zien, zodat we ons kunnen verdedigen tegen de pijn van onze eigen keuze voor schuld, anders zouden we niet beïnvloed kunnen worden door wat de ander doet. Dit spreekt natuurlijk alle raadgevingen tegen die de wereld biedt, maar dat komt eenvoudigweg omdat de Cursus ons een radicaal verschillende manier van waarneming biedt van onszelf, ons leven, onze relaties en onze wereld – een waarneming die bevestigt dat alleen wij heer en meester van ons eigen universum en ons eigen lot zijn (WdII.253). Hoe luid en heftig protesteert de wereld – en onze ego-denkgeest – wanneer we de volledige verantwoordelijkheid aanvaarden voor wat we ervaren (T21.II.1-5).

De Cursus geeft je geen advies over jouw situatie in het bijzonder, of je het contact met zijn familie wel of niet had moeten verbreken, of dat je dat juist moet herstellen. De antwoorden op je vragen kunnen alleen nuttig zijn als je je eigen behoefte om jezelf als oneerlijk behandeld te zien (T26.X.3-5) hebt aangepakt, een behoefte die je trouwens met iedereen deelt die op deze aarde lijkt rond te lopen, ongeacht de vorm waarmee die in jouw leven wordt uitgedrukt. Je hoeft jezelf dus niet te veroordelen omdat je voor de slachtofferrol gekozen hebt – wij allen die ons hier bevinden, hebben op onze eigen specifieke manier, diezelfde keuze gemaakt.

En tot je dus in staat bent de oordelen van onwaardigheid los te laten die je er tegen jezelf op na houdt omdat je je ware Zelf in de steek hebt gelaten, zal ieder ander symbool blijven staan voor die innerlijke keuze, en contact met hen zal ontegenzeglijk pijnlijk blijven. Hoe ontoereikend dit voor ons ook lijkt, de waarheid is dat we allemaal alleen maar ons uiterste best doen, vanuit onze overtuiging dat we beperkt zijn en de schuld die natuurlijk gepaard gaat met deze zienswijzen. En die allesomvattende veralgemening is ook van toepassing op de vader van je dochter.

Ben je je er bewust van dat je nergens in je vraag naar de aard van jouw relatie met deze man verwijst, behalve dat je hem bestempelt als de vader van je dochter? Het lijkt wel of je graag wil vermijden om zijn relatie met jou te erkennen, dat je zijn familie aanduidt als de familie van de kant van je dochter. Misschien is hij je echtgenoot of je minnaar geweest, maar de werkelijke aard van de relatie die je wilt ontkennen is dat hij je broeder is, een broeder die zichzelf misschien evenzeer beschuldigt en evenveel schuldgevoelens heeft als jij, ongeacht welk gezicht hij de wereld ook voorspiegelt. Maar je kunt alleen maar zover komen dat je hem als vergeven waarneemt, door eerst de spiegel te herkennen die hij jou voorhoudt, waarin je je eigen zelf ziet, (T7.VII.3:9: T24.VI.8). En hem van elk oordeel bevrijden, is dus alleen maar jezelf bevrijden. Door die bevrijding kun je niet anders dan jullie beiden in een ‘ander licht’ zien.