Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#834 “Alleen wat jij niet hebt gegeven, kan in enige situatie ontbreken”

Het idee dat in Een cursus in wonderen wordt gepresenteerd: “Alleen wat jij niet hebt gegeven, kan in enige situatie ontbreken” (T17.VII.4:1) roept veel weerstand bij me op. Ik heb het gevoel dat ik van sommige mensen niet het gepaste respect krijg dat ik verdien. Zegt de Cursus hiermee dat ik hen op een bepaald niveau niet het gepaste respect betoon? Ik heb het gevoel van wel! Ik heb het gevoel dat ik meer dan respectvol ben geweest wat vorm en inhoud betreft, en dat sommige mensen me in ruil nog altijd geen respect betonen. Kunt u de betekenis van deze zin uitleggen?

Antwoord: De passage die jij aanhaalt moet begrepen worden in het licht van één van de basisbegrippen van de Cursus in verband met verlossing: “...geven en ontvangen zijn […] hetzelfde” (T26.I.3:6). Dit is gebaseerd op het feit dat alle denkgeesten verbonden zijn (T15.XI.7:1), en dat iedereen dus in de individuele denkgeest is opgenomen om de boodschap van het ego of die van de Heilige Geest te ontvangen, en zo te geven. Dit zijn de enige twee gedachten waartussen de denkgeest kan kiezen. Slechts één ervan kan per keer behouden of ontvangen worden, en alleen wat de denkgeest behoudt, kan gegeven worden. Met het ego als bondgenoot en gedreven door de leegheid die hij voedt, zullen we in geen enkele relatie waarlijk respect geven of ontvangen, omdat de liefde die de Heilige Geest brengt, zal ontbreken, hoe ogenschijnlijk respectvol het gedrag ook mag lijken.

De keuze om naar het afscheidingsverhaal van het ego te luisteren, betekent je ware Identiteit ontkennen, en is een aanval op het Zoonschap. Het resultaat is een intens gevoel van gemis. Speciale relaties met mensen en dingen worden dan nagestreefd om de leegte te vullen die de afscheiding heeft achtergelaten. Een veelheid aan speciale noden wordt naar deze relaties gebracht, zoals de behoefte aan respect, aanvaarding, erkenning. In relatie staan met anderen om aan je eigen behoeften te voldoen, is beslist een gebrek aan respect, zelfs al is het gedrag beleefd en ogenschijnlijk ‘respectvol’, omdat de aanvalgedachte in de denkgeest er de oorsprong van is. Het respect dat niet gegeven wordt, ontbreekt dus, zoals wordt aangeduid in de regel die jij aanhaalt.

De denkgeest ontvangt het respect dat hij verdient, wanneer hij voor de Heilige Geest kiest. Op het moment dat Zijn Liefde wordt ontvangen, wordt ze aan het hele Zoonschap gegeven, net zoals de aanval van de afscheiding iedereen omvatte. Alleen dan zal er geen behoefte zijn om respect of iets anders bij anderen te zoeken, want het zal aan niets ontbreken. Als er geen respect wordt getoond, zal dit in feite worden gezien als een roep om liefde (T14.X.7). Als iemands gedrag een ander antwoord of een andere reactie uitlokt, betekent dit dat de denkgeest besloten heeft ontvankelijk te zijn voor de boodschap van het ego. Het enige dat de oordelen en gevoelens die uit deze beslissing voortvloeien, kan corrigeren, is anders te beslissen. Dat wordt bereikt door vergeving, die begint met de erkenning dat het gevoel dat je oneerlijk of niet-respectvol behandeld wordt het gevolg is van een keuze in de denkgeest, en niet van het gedrag van iemand anders. De boodschap van het ego werd ontvangen en gegeven, omdat daarvoor werd gekozen. De Liefde van de Heilige Geest ontbreekt dan ook. Het ware respect dat we onszelf en iedereen verschuldigd zijn, is te erkennen dat de denkgeest van elk van ons de bron is van het gevoel dat we geen respect krijgen en dat een ander ons aanvalt door geen respect te tonen, en ze beide vervolgens als een roep om hulp te zien. Zo zegt Jezus in het Tekstboek: “Ik heb er de nadruk op gelegd dat het wonder, de uitdrukking van Verzoening, altijd een teken van respect is van wie waardig is aan wie waardig is” (T2.VI.8:1). Op deze manier voor respect kiezen garandeert dat wat ontvangen wordt, ook gegeven is, en dat niets in enig deel van het Zoonschip zal ontbreken. Je wordt misschien belemmerd om je van deze volheid bewust te zijn, maar het blijft niettemin waar.

Dat wil niet zeggen dat je iemand niet vriendelijk kunt vragen te stoppen met zich op de een of andere manier onbeleefd en niet respectvol te gedragen. Als je je door de Heilige Geest laat leiden, is het verzoek zonder aanval, zonder oordeel, en wat nog belangrijker is, zonder verwachting dat het gedrag zal veranderen. Wat belangrijk is om in gedachten te houden, is dat het respect dat we zoeken in onze denkgeest wordt gevonden, waar we dat kiezen door voor de Heilige Geest te kiezen in plaats van voor het ego. Op het moment van de keuze, wordt het aan onszelf en aan ieder ander gegeven: “Haar aanbod [dat van vergeving] is universeel, en ze onderwijst slechts één boodschap: wat van God is hoort iedereen toe, en is ieders rechtmatig deel” (T25.IX.10:9-10).