Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#831 Hoe kunnen we door de illusie heenkijken?

Welk aspect van onze denkgeest begrijpt werkelijk de betekenis van “door de illusie heenkijken”? Het is duidelijk dat we van binnen in de illusie niet door de illusie heen kunnen kijken. En alleen maar zeggen dat we ‘het met Jezus zien’ houdt nog een scheiding in tussen onderwerp en voorwerp, d.w.z. er is een ‘mij’ en een ‘Jezus’. Kunnen we de dualiteit gebruiken om de dualiteit ongedaan te maken? Ik denk dat de Cursus dat op een bepaalde manier ‘doet’.

En toch ben je zo goed als hulpeloos tegenover de krachten waarmee je hier geconfronteerd wordt. Lineair gezien hebben we onze erkenning van de eenheid ‘miljoenen jaren’ daadwerkelijk blijven uitstellen, en hebben daarbij de omvang van onze ontkenning zo goed als helemaal onderschat. Er was maar één ontkenning, maar die heeft miljarden vormen aangenomen. Voor een ogenschijnlijk individu dat geen slachtoffer, maar ook geen dader meer wil zijn, lijkt de droom zelf nagenoeg een of/of richting aan elke gegeven situatie te forceren. Als er een ‘andere manier is om dit te zien’, is er dan een overeenkomstige symbolische verschuiving in de wereld die we nog altijd zien, of is dat alleen maar een andere waanvoorstelling?

Een cursus in wonderen leren en eens en voor altijd ‘het ego in onszelf opgeven’, lijkt een bijna volkomen onmogelijk doel te zijn, vanwege de dualiteit die onlosmakelijk verbonden is met de illusie, die juist lijkt te verhinderen dat we het ego opgeven. Ondanks dat ik steeds weer vergeef, raak ik toch nog gevangen en verstrikt in de illusies van de wereld. Wat zou u me aanraden dat al of niet in de Cursus wordt weerspiegeld, om eens en voor altijd waarlijk en doeltreffend met deze steeds terugkerende nachtmerrie om te gaan?

Antwoord: Je hebt in zoverre gelijk dat er geen uitweg is zolang onze aandacht gericht blijft op de wereld en al haar uitdagingen en complexiteit en beperkte of/of keuzes. Maar de Cursus biedt ons hulp – een wonder genaamd – om ons uit deze modderput waarin we onszelf geplaatst hebben, te bevrijden. Het wonder houdt heel eenvoudigweg een verschuiving van onze aandacht in, van de wereld terug naar onze denkgeest. En in plaats van de wereld te ontkennen, nodigt de Cursus ons uit om de wereld zelf te gebruiken om deze verschuiving te vergemakkelijken. Want de Cursus onderwijst dat de wereld niets meer is dan de projectie van de inhoud van de denkgeest. En op het niveau van de denkgeest, is de keuze werkelijk heel eenvoudig – er zijn maar twee alternatieven, de ego-inhoud van aanval, schuld en angst, of de inhoud van liefde en verbinding en vergeving van de Heilige Geest. En we kunnen heel gemakkelijk zeggen welke keuze we hebben gemaakt door te kijken naar de manier waarop we onze wereld beleven. Nu ligt deze keuze nog onmiskenbaar binnen het domein van de dualiteit, maar uiteindelijk zullen we tot het inzicht komen dat er geen dualiteit is, want per slot van rekening is er maar één van de alternatieven – liefde – werkelijk.

Er wordt ons niet gevraagd te proberen te stoppen met dualiteit te zien, of om in te zien dat dualiteit onwerkelijk en de wereld een illusie is. En het is evenmin onze verantwoordelijkheid om te proberen voorbij de illusie van de dualiteit naar eenheid te zien. De Cursus pakt dit op een indirecte manier aan (T14.I). Dualiteit is niet onlosmakelijk verbonden met de wereld, maar met de gespleten denkgeest. De illusie kan niets versterken tenzij wij nog altijd willen dat ze waar is. Er wordt ons gevraagd naar alle manieren te kijken die we gebruiken om elke ervaring van eenheid te blokkeren; dat komt neer op maar één manier – onze oordelen, die de afscheiding en verschillen werkelijk en levend in onze denkgeest houden. Met andere woorden, we moeten niets doen om een staat buiten de dualiteit te bereiken, behalve ons bewust te worden van onze voortdurende investering in dualiteit, en in het bijzonder in de oordelen die haar in stand houden, en dan inzien dat elk van onze oordelen een kostprijs heeft. Vergeving is het proces van de Cursus dat ons toelaat onze investering in dualiteit en de afscheiding geleidelijk los te laten – deze investering is het werkelijke obstakel, niet de wereld, die het gevolg ervan is. En je hebt gelijk dat het een vergissing is om de omvang van onze ontkenning te onderschatten. Maar het is van het uiterste belang dat we begrijpen dat we niet de wereld en al onze externe relaties vergeven, maar onze eigen keuze voor het ego.

Met andere woorden: er is niets dat gedaan moet worden – er moet alleen iets ongedaan gemaakt worden. En dus bestaat ons aandeel er in te blijven kijken naar en voorbij alle obstakels die we in onze denkgeest tussen onszelf en het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde hebben geplaatst. Dat vergt geduld, en hoewel het waar is dit voor ons misschien een afschrikwekkend proces lijkt omdat we in lineaire tijd geloven, is dat juist de reden dat de Cursus ons uitnodigt om Jezus of de Heilige Geest te gebruiken om te helpen ons met elkaar te verbinden in een heilig ogenblik, buiten de tijd.

Het dilemma dat jij voelt is in zekere zin een deel van het probleem, want het blijft gewoon de dichtheid en de werkelijkheid van het illusoire ego in je eigen denkgeest versterken. We kunnen ons niet indenken hoe we uit deze nachtmerrie zouden kunnen raken, omdat we nog altijd denken dat wij er uit moeten raken. En het punt is, dat het juist het zelf dat zo wanhopig probeert te begrijpen en los te laten, het obstakel is. Het zelf dat wil begrijpen, maakt deel uit van waar je gewoon naar moet kijken en glimlachen, om het uiteindelijk los te laten.

Het is een geleidelijk proces om tot het besef te komen dat de wereld, evenals het zelf dat wij denken te zijn, illusoir is. Aangezien wij ons niet kunnen indenken wat het is om niet in de illusie vast te raken, vraagt Jezus ons gewoon de kleine stapjes te nemen die ons in de eerste plaats toelaten met de wereld en onze problemen en kwesties minder ernstig te nemen. Dit is de symbolische verschuiving in de manier waarop de wereld wordt gezien waar jij de vraag over stelt, weg van de tegenover elkaar staande rollen van slachtoffer en dader. We beginnen met het doel te veranderen dat we aan de wereld en aan ons lichaam hebben gegeven, wat weerspiegeld wordt in de erkenning dat onze belangen en doelen gedeeld worden met al onze broeders en zusters. De erkenning van dit ene gedeelde doel zet ons aan het begin van de reis om ons ene gedeelde Zelf te zien.

Ondertussen is het inderdaad zo, zoals jij al opmerkt, dat Jezus en de Cursus dualiteit gebruiken om dualiteit ongedaan te maken, niet om haar in stand te houden. Zolang we blijven geloven dat we afgescheiden zijn, hebben we binnen de illusie een gedachte nodig zelfs al lijkt die los van ons te staan, die ons aan de eenheid herinnert. En dus symboliseert Jezus, of de Heilige Geest, dat deel van onze denkgeest ‘dat werkelijk verstaat wat ‘door de illusie heen kijken’ betekent’, zoals jij dat zegt. Jezus zegt in de Cursus op vele verschillende manieren dat we ons van ons ego moeten leren afscheiden. En dus gebruikt hij het begrip dualiteit of afscheiding om ons te helpen bij dat proces. Wanneer we onze investering en vereenzelviging met het ego beginnen los te laten, zal onze bereidheid om de illusoire aard ervan in te zien geleidelijk toenemen. We zullen niet langer de verdedigingen nodig hebben die de wereld en het lichaam ons geven tegen het ervaren van de eenheid die onze werkelijkheid is.

Kijk naar de voorbeelden uit de Cursus van de manier waarop Jezus de taal van de dualiteit en de afscheiding gebruikt om dit proces te vergemakkelijken, en de woorden een ander strekking geeft (onze cursivering):

“De reden waarom je mijn hulp nodig hebt is dat jij je eigen Gids de rug hebt toegekeerd en daarom leiding behoeft. Mijn rol bestaat erin het ware van het onware te scheiden, zodat de waarheid door de hindernissen die het ego opgeworpen heeft heen kan breken, en je denkgeest in kan schijnen. Over onze vereende kracht kan het ego niet zegevieren” (T4.III.2:4-6).

“Jij hebt de afscheiding als een middel beschouwd om de communicatie met jouw Vader te verbreken. De Heilige Geest herinterpreteert die als een middel tot herstel van wat niet verbroken is geweest, maar wel onverstaanbaar werd gemaakt. Alles wat jij gemaakt hebt is van nut voor Hem terwille van Zijn hoogst heilige doel. Hij weet dat jij niet van God gescheiden bent, maar Hij neemt in je denkgeest heel wat waar dat jou laat denken dat jij dit wél bent. Dit alles en niets anders wil Hij van jou scheiden. Van de macht om te beslissen, die jij hebt gemaakt ter vervanging van de macht om te scheppen, wil Hij je onderwijzen hoe jij die ten eigen dienste kunt benutten. Jij die haar gemaakt hebt om jezelf te kruisigen dient van Hem te leren hoe je haar kunt aanwenden voor de heilige zaak van het herstel” (T14.VI.5).

“Maar al wat betekenis heeft zal Hij [de Heilige Geest] eruit afzonderen, terwijl Hij de rest laat vallen en jouw waarachtige communicatie aanbiedt aan hen die even waarachtig met jou willen communiceren”‘(T14.VI.7:4).

“Het is het lichaam dat buiten ons is, en niet onze zorg. … Ons Zelf als los van het lichaam zien betekent een einde maken aan de aanval op Gods verlossingsplan, en het in plaats daarvan aanvaarden” (WdI.72.9:2, 5).

Er wordt ons alleen gevraagd op een proces te vertrouwen dat ons geleidelijk uit onze dualistische modderput zal tillen, die we in onze denkgeest tot werkelijkheid hebben gemaakt. Maar zolang we te angstig blijven om de dualiteit los te laten, maakt Jezus gewoon gebruik van de dualistische afscheidingssymbolen om ons geloof in de afscheiding ongedaan te maken. En hij belooft ons dat we bevrijd zullen worden van de pijn van de gevangenis die we zelf bedacht en onszelf opgelegd hebben, als we hem toelaten onze waarneming te leiden als we samen met hem kijken.