Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#827 Wat is de aantrekkingskracht van schuld en lijden?

Een cursus in wonderen wijst onze ‘aantrekking’ tot schuld en lijden aan als verantwoordelijk voor onze problemen in deze wereld van waarneming. Op het eerste gezicht lijkt dit het tegengestelde van wat wij ervaren. Aangetrokken worden tot allerlei soorten van lijden klinkt onwenselijk en helemaal niet aanbevelenswaardig. Het lijkt echter er wel op dat we aangetrokken worden tot het horen van nieuws over rampen die anderen overkomen, maar niet onszelf. Ik denk dat als er in werkelijkheid geen ‘anderen’ zijn, maar enkel ik er ben, dat de verborgen aantrekking is: om aan mezelf te bewijzen dat er anderen afzonderlijk van mij bestaan. De keerzijde daarvan is dat als zij lijden, dan kan mij hetzelfde overkomen. Ik denk dat ik zojuist mijn vraag beantwoord heb. Als alles één is in de werkelijke wereld, zonder afgescheidenheid of lijden, zoals in de Cursus wordt beloofd, dan lijkt dat o.k. voor mij. Wat ik fijn vind in de Cursus is dat hij erop aandringt dat wij/ik werkelijk geen andere keuze hebben/heb dan vreugdevol te zijn, in weerwil van uiterlijkheden en gevoelens van wanhoop. Graag uw commentaar op dit lastig stukje speurwerk.

Antwoord: Je opmerkingen zijn in zekere mate gegrond, maar beperkt door jouw perspectief. Wij allemaal, die denken dat we hier in de wereld zijn, delen dit perspectief, dat begint met het uitgangspunt dat we weten wie we zijn en dat onze identiteit iets te maken heeft met een lichaam in de wereld. Want door onszelf op deze manier te zien, geloven we dat het een redelijk doel is om te proberen ons lichaam een maximum aan plezier en een minimum aan pijn te bezorgen, bij ons zorgvuldig plannen maken en ons aanpassen aan de wereld. We lijken niet te weten dat we een denkgeest zijn die ervoor gekozen heeft onszelf als een lichaam te zien, zodat we ons niet herinneren dat we een denkgeest zijn! En dus is het moeilijk om de leer van de Cursus over schuld en lijden te begrijpen, wanneer we handelen vanuit onze verkeerde identiteit als lichaam. (T27.VI.1:1-4;2:1-2).

Inderdaad, zoals je zegt, lijken we allemaal gefascineerd te zijn door rampen in de wereld, maar niet alleen omdat ze aantonen dat er buiten ons anderen bestaan. Belangrijker is dat ze een van de voornaamste dogma’s van het ego lijken te bevestigen: dat tot slachtoffer maken werkelijk is (straks meer hierover). En de meeste mensen genieten van de kans om de catastrofale gebeurtenissen die ze persoonlijk meemaakten telkens te vertellen, en worden nooit moe om al de schokkende details te delen die aantonen hoe speciaal ze zijn omdat ze al dan niet geluk hebben gehad, en weten hoe ze moeten overleven, enzovoort. En de media, daarmee het principe dat ego-denkgeesten verbonden zijn demonstrerend, lijken steeds meer toegewijd aan het uitzenden van deze zeer dramatische verhalen over verlies en triomf tegenover overweldigende overmacht. Maar onder deze meer zichtbare voorbeelden van onze aantrekking tot schuld en lijden op het niveau van de wereld schuilt een sinistere motivatie, en weinigen onder ons laten toe dat we daarmee in contact komen. Maar naarmate we het doel van onze onjuiste identiteit als lichaam beginnen te begrijpen, worden deze verborgen lagen steeds meer zichtbaar.

De leugen achter onze bewuste overtuiging dat we niet willen lijden en geen schuld willen zien is gemakkelijk te herkennen, wanneer we eenmaal bereid zijn het uitgangspunt van de Cursus te aanvaarden dat onze identiteit de denkgeest en niet het lichaam is. Als we werkelijk niet willen lijden en geen schuld willen ervaren, zouden we de komedie opgeven dat we lichamen zijn, overgeleverd aan de genade van krachten buiten onszelf die we niet onder controle hebben. Voor de meesten onder ons is het verlangen misschien onbewust, maar we lijken allemaal als lichamen te willen lijden om te bewijzen dat schuld en aanvalsgedachten zich overal bevinden behalve in onze eigen denkgeest. Als jouw lichaam er rechtstreeks of indirect de oorzaak van is dat mijn lichaam lijdt, dan ligt de schuld en de verantwoordelijkheid voor mijn lijden duidelijk bij jou en niet bij mij. Ik ben het slachtoffer en jij bent de dader, verkondigt het ego luidkeels. We willen die schuld niet kwijt, want schuld zegt dat de afscheiding en de aanval op God werkelijk zijn. En we willen dat de afscheiding werkelijk is (T.13.III.2:4-5), omdat we willen dat onze individualiteit, die voortkomt uit het geloof in de afscheiding, werkelijk is. Ieder van ons wil alleen maar de schuld in iemand anders zien. En om die in iemand anders te kunnen zien, moeten we lijden door andermans hand (bijvoorbeeld T26.X.3,4; T27.I.3,4). En om te lijden door andermans hand, moeten we wel geloven dat we allemaal afzonderlijke, individuele lichamen zijn, en niet eenvoudig de met elkaar verbonden aspecten van één denkgeest.

Lijden en pijn worden alleen in de denkgeest ervaren, hoewel het lijkt of ze in het lichaam worden ervaren (T19.IV.C.5:2-5; T28.VI.2:1-4). Het maakt deel uit van de list van het ego om onze denkgeest uitgeschakeld te houden en dit overtuigt ons ervan dat ons lichaam lijdt. De denkgeest die denkt dat hij zichzelf kan beperken lijdt, niet het lichaam (T25.In.3:1-2). Het lichaam is niets meer dan het ego-symbool van beperking (T15.IX.2:3-4; T26.VII.8:7-10; T28.VI.3:10). En dus is het waar wat je in het begin zegt, dat de Cursus onderwijst dat onze aantrekking tot schuld en lijden verantwoordelijk is voor onze problemen in de wereld van waarneming, maar niet zoals jij dat denkt. Onze aantrekking tot schuld is verantwoordelijk voor onze beslissing om te geloven dat we in de wereld problemen hebben en lijden, zodat we nooit hoeven te kijken naar waar het lijden in werkelijkheid plaats vindt – in de denkgeest – waar we er iets aan zouden kunnen doen (WdI.76.5). We houden onszelf voor de gek met de overtuiging dat we in de wereld problemen hebben, want daardoor hoeven we niet te kijken naar onze aantrekking tot schuld en lijden – het enige dat het ego ons biedt – in onze denkgeest.

En hoewel alles van het ego illusie is, met inbegrip van al zijn projecties op de wereld van vorm, zullen we dus blijven geloven dat vreugdeloosheid en wanhoop ons enige lot zijn, tot we kijken naar wat we hebben gekozen om in onze denkgeest werkelijk te maken. Jezus weet dat de enige werkelijke keuze die voor vreugde is, maar we weigeren halsstarrig zijn woord te aanvaarden en blijven geloven dat we voor schuld en lijden kunnen kiezen. Als we eerst eerlijk zijn over de pijn die we allemaal voelen en bereid zijn volledige verantwoordelijkheid te aanvaarden voor ons eigen lijden (T11.III.1:4), dan kunnen we daarna een andere keuze maken (T28.II.12). En we maken een andere keuze door een andere Leraar te kiezen die samen met ons naar de dwaze keuze kijkt die we hebben gemaakt, zodat we kunnen inzien dat we niet verder hoeven te lijden.