Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#804 Waarom lijkt de droom zo werkelijk?

Antwoord: De droom vervult onze (de afgescheiden Zoon) behoefte om te zijn zoals God ons niet geschapen heeft. We hebben het nodig dat de droom werkelijk lijkt, zodat wat werkelijk is uit ons bewustzijn verdwijnt. Dus: “Toen jij zichtbaar maakte wat niet waar is, werd wat wel waar is voor jou onzichtbaar” (T12.VIII.3:1). We hebben wat werkelijk is (Eenheid) afgewezen, en geloven dat we een vervanging konden maken die ons meer bevalt (een afgescheiden individueel bestaan). Dus om dit voor ons te laten werken moesten we er alles aan doen om onszelf ervan te overtuigen dat wat werkelijk is niet werkelijk is, en wat niet werkelijk is werkelijk is. Zodra we eenmaal geloofden dat we dit tot stand hadden gebracht, werd het voor ons voortbestaan volstrekt noodzakelijk de ontkenning in stand te houden en te geloven dat de illusie werkelijk is. Als je besluit dat het voor je eigen bescherming nodig is een feit te ontkennen en te doen alsof in plaats daarvan iets anders is gebeurd, dan dóe je dat ook, vooral als je denkt dat het een kwestie is van leven en dood. En als je verdediging effectief wil zijn als verdediging, dan moet zij jou ervan overtuigen dat je voor de dreiging veilig bent. “Voor het ego zijn illusies een beveiligingsmechanisme, zoals ze dat ook stellig zijn voor jou, die jezelf gelijkstelt met het ego” (WdI.13.3:3).

Daarom legt Jezus in heel Een cursus in wonderen zoveel nadruk op het doel. Verwijzend naar de wereld als hallucinatie, vertelt hij ons: “Een ding is zeker: hallucinaties dienen een doel, en wanneer dit doel niet langer wordt hooggehouden, verdwijnen ze. De vraag is dan ook nooit of jij ze wilt, maar altijd: wil je het doel dat ze dienen?” (T20.VIII.8:6-7). De droom heeft dus als doel ons bestaan als individu in stand te houden en ons ervan te verzekeren dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de afscheiding van God.