Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#801 Wat is de oorzaak van een ‘natuurramp’?

Antwoord: Een cursus in wonderen onderwijst dat de wereld en alle gebeurtenissen in de wereld dezelfde oorzaak hebben: de keuze van de keuzemakende denkgeest – die buiten tijd en ruimte is – zich met het egodenksysteem te identificeren. Deze keuze initieert een reeks van dynamiek die gepaard gaat met ontkenning en projectie. Deze versterken het geloof dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden, maar dat de verantwoordelijkheid daarvoor ergens anders ligt. Het ego wil ons zo ver mogelijk weghouden van onze werkelijkheid als denkgeest, uit vrees dat we beseffen dat afgescheiden zijn van God niet zo’n goed idee is en dat we besluiten daarover van gedachten te veranderen.

Dus is de strategie van het ego ons onnadenkend maken. Dit doet het door ons ervan te overtuigen dat wij, voor onze eigen overleving als individu, onszelf buiten onze denkgeest moeten projecteren. Vervolgens moeten vergeten dat we dat deden, en dan moeten we geloven dat wij een lichaam zijn in een wereld die geregeerd wordt door de natuurkrachten, of door wat dan ook.

Onze nieuwe identiteit vereist dat we het onschuldige slachtoffer worden van wat ons wordt aangedaan. Aardbevingen, orkanen, tornado’s enzovoort zijn dus een noodzakelijk onderdeel van de strategie van het ego. Want als we het slachtoffer zijn van iets buiten ons, dan kunnen wij ons op geen enkele manier verantwoordelijk voelen voor wat er gebeurt en zijn we voor altijd beveiligd tegen onze denkgeest met alle schuld en angst die daarin verblijft. Het plan van het ego voor onze verlossing vereist dus dat wij onszelf niet als denkgeest ervaren, maar als een kwetsbaar lichaam, onderhevig aan krachten die niet van onze eigen makelij lijken te zijn.

God heeft hier natuurlijk niets mee te maken. Jezus echter, als de weerspiegeling van Gods Liefde in onze anderszins misleide denkgeest, helpt ons onze overtuigingen in twijfel te trekken en ons denken te openen voor een andere manier van waarnemen van onszelf en de wereld. Hij doet dit door zijn hele Cursus heen, maar om één plaats in het bijzonder onder onze aandacht te brengen, in les 14 vertelt hij ons: “De wereld die jij ziet heeft niets met de werkelijkheid te maken. Ze is je eigen makelij, en bestaat niet.” (Wdl.14.1:4-5) In de oefening van deze les vraagt hij ons “Denk[…] aan al de gruwelen in de wereld die in je denkgeest opkomen. […] Zeg bijvoorbeeld:[…] ‘God heeft dat vliegtuigongeluk niet geschapen, en dus is het geen werkelijkheid. God heeft die ramp niet geschapen […] en dus is ze geen werkelijkheid’ ”. (Wdl.14.4:1,4,6-7) Terwijl hij doorgaat, leert hij ons dat de verschrikkingen van de wereld alleen in een denkgeest bestaan die gelooft afgescheiden te zijn van Gods Denkgeest, en daarom hebben ze geen betekenis. (Wdl.14.6:6)