Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#752 Wat bedoelt Jezus met ‘getuigen’?

Het Tekstboek zegt: “Ik verzeker jou dat ik zal getuigen voor iedereen die me daartoe de gelegenheid geeft, en in elke mate waarin hij dat toestaat. Jouw getuigenis toont jouw overtuiging en sterkt die zo. Zij die voor mij getuigen, geven door hun wonderen blijk dat ze het geloof in tekort hebben opgegeven ten gunste van de overvloed die ze als de hunne hebben leren kennen” (T1.IV.4:6-8). Opgegroeid in de baptistenkerk werd ons geleerd dat ‘voor Jezus getuigen’ betekent: iedereen over hem vertellen, en over ons geloof in hem. Wat bedoelt Jezus met deze verklaringen in Een cursus in wonderen?

Antwoord: In de Cursus betekent ‘getuigen’ hetzelfde als ‘onderwijzen’. Het betekent getuigen van het denksysteem dat we in onze denkgeest hebben gekozen: dat van het ego of van de Heilige Geest. Het verwijst dus niet naar gedrag of specifieke woorden die tot het domein van het lichaam behoren. Zoals het Tekstboek eveneens zegt: “Het lichaam is een beperking, opgelegd aan de universele communicatie die een eeuwige eigenschap van de denkgeest is” (T18.VI.8:3). Het is dus niet het lichaam, maar de staat van de denkgeest die verandert wanneer we ervoor kiezen om de Heilige Geest te geloven in plaats van het ego, en die getuigt van Hem, van Jezus, en van het deel van de denkgeest dat het ware Zelf weerspiegelt.

Jezus, die een symbool is van het deel van de denkgeest dat zich onze Identiteit als Gods onschuldige Zoon herinnert, onderwijst uitsluitend onze waarheid omdat hij niets anders ziet. Hij doet dat in de mate waarin we daartoe bereid zijn, zoals de eerste zin in de passage die je aanhaalt zegt. De keuze van onze denkgeest om het ego niet te geloven, maakt het mogelijk Jezus’ getuigenis/onderwijs te aanvaarden. Het beoefenen van vergeving – door het herkennen van onze oordeel- en aanvalgedachten en daar de projecties in te zien van onze eigen schuld vanwege onze keuze voor afscheiding – is de manier waarop wij onderwijzen/getuigen van Jezus. Dit versterkt het geloof in de Heilige Geest in onszelf en in het gehele Zoonschap. Hetzelfde geldt voor onze aanvalgedachten: zij onderwijzen/getuigen van ons geloof in de afscheiding en versterken onze identificatie met het ego. We kiezen altijd één van beiden: het ego of de Heilige Geest, en getuigen daarom altijd van een van de twee. Dit is wat Jezus bedoelt als hij zegt: “Iedereen onderwijst, en wel de hele tijd. Dat is een verantwoordelijkheid die je onvermijdelijk op je neemt zodra je zelfs maar één uitgangspunt aanvaardt, en niemand is in staat zijn leven in te richten zonder een of ander denksysteem. Als je eenmaal enig denksysteem ontwikkeld hebt, leef je ernaar en onderwijs je het ook” (T6.In.2:2-4).

Anders dan de baptistenkerk en vele andere christelijke kerken, zegt Jezus niet dat we moeten prediken wat we geloven – in ons geval de Cursus. Ons wordt alleen gevraagd zijn gedachtegoed te bestuderen, te oefenen en toe te passen. Wanneer we de Cursus in ons eigen leven toepassen, getuigen we ervan, ongeacht of anderen zich daar wel of niet van bewust zijn. En als we de Cursus met anderen bespreken, doen we dat om ons eigen begrip ervan te vergroten, niet om anderen ervan te overtuigen dat ze de Cursus eveneens moeten doen. De traditionele christelijke bekeringsijver wijst meestal op de zondige levenswijze van anderen, en roept hen op om zich te bekeren tot een beter gedrag. De Cursus onderwijst een geheel andere visie: “Elke poging die jij onderneemt om een broeder te corrigeren duidt erop dat je gelooft dat correctie door jouw toedoen mogelijk is, en dat kan alleen maar de arrogantie van het ego zijn” (T9.III.7:8). Jezus bevrijdt ons dus van de noodzaak om op het niveau van gedrag iets te zeggen of te doen over zijn boodschap in de Cursus. Ons doel is onze denkgeest de gelegenheid te geven om te genezen van de afscheidingsgedachte door het beoefenen van vergeving. Daardoor verschuift ons geloof geleidelijk van het ego naar de Heilige Geest. En dan getuigen we, zonder enige inspanning van onze kant, van Zijn vrede en liefde: “De kracht van het getuigenis komt voort uit jouw overtuiging” (T27.II.5:4).

Miracles in Contact Facebook Page  Miracles in Contact YouTube Page  Miracles in Contact Instagram Pagina