Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#658 Hoe moet ik omgaan met mijn negatieve gevoelens jegens een familielid?

Ik heb een zus waar ik jarenlang zielsveel van hield, en die ik beschouwde als het toonbeeld van waarheid en eerlijkheid. Nu we dicht bij elkaar wonen en ik haar vaak zie, is het voetstuk waarop ik haar al die jaren heb geplaatst, echter aan het instorten. Vooral haar kleinerende houding tegenover onze bejaarde vader drijft me vaak tot blinde woede. Met wat ik weet over projectie, waarneming, vergeving, enzovoort, heb ik geprobeerd het anders te zien. Maar tot mijn verbazing en schrik worden de negatieve gevoelens alleen maar sterker. Kun je mij vertellen hoe dat komt?

Antwoord: Als je probeert een situatie ‘anders te zien’ wanneer je woedend bent, vecht je tegen jezelf, en dat is niet behulpzaam. Wat veel beter werkt is jezelf waar te nemen als boos of niet in staat je negatieve gevoelens los te laten, en jezelf daar niet om te veroordelen. Je bewust worden van het deel in jou dat het niét anders wil zien, maakt deel uit van het genezingsproces. Juist-gericht denken betekent onder andere: zonder oordeel naar onjuist-gericht denken kijken. Dat is in feite het eerste stadium van het leerproces ‘anders zien’. Veel studenten hebben de neiging deze fase over te slaan, omdat ze denken dat haat zondig is en er daarom snel van af willen. Zonder oordeel naar de haat kijken en je realiseren dat je niet tegelijkertijd kunt haten en in vrede zijn, zet uiteindelijk de omslag in gang. Als je dus om hulp vraagt om de situatie anders te zien, speelt dit allemaal mee. Geduld en mildheid jegens jezelf zijn zeer belangrijk. Speciaalheid heeft diepe wortels, en het kost tijd om je door alle lagen ervan heen te werken en de liefde daaronder te bereiken.

Een cursus in wonderen leert ons dat speciale liefde (het voetstuk) bedrieglijk is, omdat het altijd haat verbergt. Daarom is het moeilijker om daarmee om te gaan dan met de meer openlijke, onverholen haat-relatie. Toen je zus nog voor jou op een voetstuk stond, moet je je van haar afgescheiden hebben gevoeld. En vanuit de vergelijkingsdynamiek van het ego moet je haar er onbewust van hebben beschuldigd dat ze haar heiligheid van jou heeft afgepakt. Deze onbewuste mechanismen verklaren het verergeren van je negatieve gevoelens. Nu het voetstuk van speciale liefde instort, komt de haat, die daarin verborgen lag, tevoorschijn. “Wanneer we kijken naar de speciale relatie, is het noodzakelijk dat we eerst beseffen dat ze een enorme hoeveelheid pijn met zich meebrengt. Verontrustheid, vertwijfeling, schuld en aanval dringen er allemaal in door, onderbroken door periodes waarin ze verdwenen lijken” (T16.V.1:1-2).

Wanneer speciaalheid in het spel is, wordt alles vaak eerst erger voordat het beter wordt. Want speciale liefde is een verdediging, en een verdediging is alleen nodig als er angst is – intense angst! Wanneer de verdediging van speciale liefde wordt bedreigd, voel jij je bedreigd, omdat een cruciale laag van zelfbescherming is verzwakt of zelfs vernietigd. Zolang je nog niet beseft dat je helemaal geen verdediging nodig hebt, zul je op die dreiging reageren, wat een verhoogde onrust – de aanval-verdediging-aanval cyclus – tot gevolg heeft. Misschien herinnert het besef dat de heiligheid van je zus niet de waarheid over haar is jou eraan dat dit ook voor jou geldt, wat je woede jegens haar versterkt.
Het eerste deel van de paragraaf “De twee schilderijen” (T17.IV) beschrijft het doel van speciale relaties in verband met onze beslissing om afgescheiden te blijven van God, en vooral onze behoefte aan speciale relaties, als een middel tot zelf-behoud.