Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#651 Hoe gaat de cursus om met woede over voorbije relaties?

Een van de meest opvallende manieren waarop mijn ego zich verdedigt tegen de Liefde van God, is mijn geobsedeerdheid door voorbije relaties. Naarmate ik meer ben gaan begrijpen van Een cursus in wonderen en deze neiging ben gaan zien als mijn specifieke klaslokaal voor vergeving, is de boosaardigheid van het egodenksysteem steeds duidelijker geworden. Toen ik gisteren aan het joggen was, zag ik in mijn fantasie dat ik mijn ex-vriendin aanviel en doodde, vanuit het gevoel dat ze me verraden heeft door een andere relatie aan te gaan en me dus nooit zal geven wat ik verlang – mijn onschuld, die ze volgens mij van mij gestolen heeft.

Ik realiseer mij dat mijn gedachten over deze relatie een weerspiegeling zijn van het ontologische moment waarop ik dacht dat ik God doodde, omdat Hij me niet gaf wat ik wilde hebben. Maar de intensiteit van deze gedachte beangstigt me.
Ik heb gekeken naar V#377, die schetst hoe ik vergeving in relaties kan beoefenen. Zou je een toelichting willen geven op de dynamiek van deze speciale relatie, en mijn angst om daarnaar te kijken vanuit de metafysica van de Cursus, en bovendien hoe dit verband houdt met mijn relatie met God? Zijn er misschien artikelen die specifiek over de dynamiek van de speciale relatie gaan, en behulpzaam voor mij kunnen zijn?

Antwoord: Het kan ongetwijfeld schokkend, maar desondanks zeer behulpzaam zijn, om in contact te komen met de moordgedachte die aan iedere speciale relatie ten grondslag ligt (T23.IV.1:10-11). In de eerste fasen van de speciale liefdesrelatie, wanneer we geloven dat we krijgen wat we wensen, is die gedachte nog niet manifest. Maar wanneer onze behoeften veranderen, of onze partners niet langer geïnteresseerd lijken te zijn in het vervullen van onze behoeften met het doel hun eigen behoeften vervuld te krijgen, kunnen onze ware gevoelens uit de duistere schuilhoeken van onze denkgeest tevoorschijn komen. Ze waren daar altijd al, maar zolang we de relatie in stand wilden houden en gebruiken om onze eigen gevoelens van schuld en onwaardigheid verborgen te houden, werden ze bedekt door speciale ‘liefde’, ‘aandacht’ en ‘zorg’ (T16.IV.3-4).

We leggen een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van onze speciale liefdespartners, teneinde de kwaadaardige honden van schuld in toom te houden! Uiteindelijk falen ze echter allemaal, en dan krijgen we wat ons ego werkelijk verlangt: onze partner wordt een dader die we verantwoordelijk stellen voor onze pijn en angst (T16.V.1).
Momenteel heb je die rol gemakshalve aan je ex-vriendin toegewezen. Zolang we onder leiding staan van het ego, zullen er altijd anderen zijn die we de rol geven van wrede verrader, die niets minder verdient dan de dood! Wanneer we echter het egoversterkende patroon van onze relaties, en de pijnlijke gevolgen daarvan voor onszelf beginnen te herkennen, stellen we ons open voor een andere Leider – een Leider die zowel ons als onze partners een andere rol toewijst dan die van dader en slachtoffer (T27.I).

Het is niet nodig om specifiek in contact te komen met de gedachte van de moordzuchtige aanval op God omdat Hij ons niet gaf wat we hebben wilden, en vervolgens de keuze maakten om het van Hem af te pakken en Hem te vernietigen – wat de basis is van het egodenksysteem. Onze broeders en zusters zijn meer dan bevredigende vervangers voor de ervaring van dezelfde inhoud, en dat is het enige wat er toe doet. Er is alleen verschil in symbolen, en voor ons is alleen de onderliggende bron van deze symbolen van belang: het geloof in zonde en schuld. Onze speciale relaties weerspiegelen de dynamiek van de oorspronkelijke speciale relatie met God, maar in een schijnbaar beter te hanteren vorm. Want het gevolg van onze aanval op God is, volgens het ego, niet zijn definitieve ondergang, maar Zijn terugkeer uit de dood, en Zijn vastbeslotenheid om onze zondige keuze tegen Hem te wreken. De angst die dit oproept is overweldigend. Daarom zijn de wereld en al onze relaties hier een verdediging tegen die angst – een verdediging die anderen verantwoordelijk stelt voor onze pijn, ons verlies en onze angst, in plaats van onze eigen denkgeest te onderzoeken en de keuze tegen liefde te ontdekken, die we denken gemaakt te hebben.

Wanneer we begrijpen waar de speciale relatie ons tegen moet beschermen, is het niet verrassend dat de weerstand om daar eerlijk naar te kijken groot is. En dat is de reden waarom we niet op eigen kracht kunnen kijken, en Jezus uit moeten nodigen om dat samen met ons te doen. In feite gaat het erom door zijn ogen te kijken, want als we proberen het proces van ongedaan maken op eigen kracht te volbrengen, zullen we geloven dat er iets vreselijks ongedaan moet worden gemaakt: het ego en zijn gedachten van aanval en moord. Jezus weet beter, omdat hij illusies niet met de waarheid verwart. Daarom is samen met hem kijken zo mild. Maar eerst is het nodig om te kijken naar wat we over onszelf geloven, zodat we, met Jezus, een andere keuze kunnen maken over wie we werkelijk zijn (T11.V.1-4).

Ook de volgende paragrafen over speciale relaties zijn relevant voor jouw probleem: “De illusie en de werkelijkheid van de liefde” (T16.IV), “De keuze voor compleetheid” (T16.V), “Schaduwen van het verleden” (T17.III), “De Christus in jou” (T24.V), en “Het beeld van kruisiging” (T27.I). Dit zijn niet de gemakkelijkste paragrafen van de Cursus om te lezen en persoonlijk te overdenken, dus nogmaals: vergeet niet Jezus uit te nodigen om deel te nemen aan jouw herzieningsproces.

Zie ook V#71, V#108, V#213, V#471.