Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#648 Waarom zegt Jezus dat hij “de Heilige Geest omlaag kan brengen”?

Ken herinnert ons er voortdurend aan dat Een cursus in wonderen onderwijst dat we de duisternis naar het licht moeten brengen, niet andersom. Maar hoe zit het dan met de uitspraak dat Jezus meer naar ons omlaag kan brengen dan wij voor onszelf naar beneden kunnen halen (T1.II.5:2)? En: “Ik heb al gezegd dat ik omhoog kan reiken en de Heilige Geest voor jou naar beneden kan brengen” (T5.I.3:2).

Antwoord: De duisternis naar het licht brengen betekent: alle gedachten over schuld in onze denkgeest naar het licht van ware vergeving van Jezus of de Heilige Geest brengen, waar ze kunnen oplossen in het niets dat hun bron is. Het licht naar de duisternis brengen betekent daarentegen: proberen Jezus of de Heilige Geest (het licht) in de wereld (de duisternis) te brengen om hier de kwesties op te lossen die wij als problemen en als werkelijk zien. Aangezien de problemen van de wereld echter niets anders zijn dan projecties van de schuld in onze denkgeest, is deze benadering gedoemd te mislukken. Want we pakken niet het onderliggende probleem van de schuld aan, maar kiezen in plaats daarvan voor het rookgordijn van het ego. Wanneer we erkennen dat onze problemen slechts symbolen zijn van de schuld in onze denkgeest, kunnen we het proces omkeren en onze aandacht vestigen op het onderliggende probleem: de keuze voor schuld in de denkgeest. De verleiding om de oorzaak van onze problemen buiten onszelf te zien is echter bijzonder groot, vandaar de noodzaak om hier vaak aan herinnerd te worden.

De teksten die je aanhaalt – afkomstig uit de eerste hoofdstukken van het Tekstboek, toen het taalgebruik nog minder nauwkeurig was en de stijl werd beïnvloed door Helens angst – zijn hier niet mee in strijd. Het omlaagbrengen waar Jezus over spreekt, betekent niet de Heilige Geest of God in de wereld brengen, maar moet gezien worden in het licht van het onderscheid dat Jezus maakt tussen de horizontale as (in de tijd, die illusoir is) en de verticale as (in de denkgeest) (T1.II.4). Jezus maakt hier duidelijk dat we de verticale afstand tussen het beperkte zelf dat we geloven te zijn en onze volmaakte en grenzeloze werkelijkheid als Gods Zoon, niet alléén kunnen overbruggen. Daarom hebben we hulp nodig, gesymboliseerd door Jezus in onze denkgeest, om die anders onoverbrugbare kloof te slechten. Wanneer we bereid zijn ons met hem te verbinden, brengt hij een kwalitatief andere soort ervaring naar onze denkgeest. Deze uitspraken hebben dus niets te maken met wat dan ook in de wereld. Ze verwijzen alleen naar een ervaring van een complete en totale eenheid, die onmogelijk is zolang we ons vastklampen aan een identiteit die geworteld is in de wereld van ruimte en tijd.