Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#642 Wat wordt er bedoeld met “zonder oordeel naar het ego kijken”?

Ik probeer te begrijpen wat er wordt bedoeld met “zonder oordeel naar het ego kijken”. Wanneer ik daar een poging toe doe, lijken er twee mogelijkheden te zijn: 1) ik moet mijn wil daarvoor gebruiken, maar dan voelt het niet-oordelen geforceerd en intellectueel, of 2) ik laat het aan de Heilige Geest over me te tonen hoe ik dat moet doen, maar ik krijg niet veel hulp uit die hoek: ik voel me even schuldig en ongelukkig over mijn ego als altijd. Begrijp ik iets verkeerd? Ben ik simpelweg ongeduldig? Doe ik het fout?

Antwoord: Veel Cursusstudenten delen jouw ervaring. Maar hoe weinig succesvol we ook lijken te zijn, elke inspanning om te doen wat de Cursus onderwijst is een uitdrukking van een ‘beetje bereidwilligheid’ (T26.VII.10:1) en een stap in de goede richting. Een van de manieren om zonder oordeel naar het ego te kijken is juist onze voortgang met de Cursus niet te beoordelen. Het Tekstboek zegt: “Sommige van je grootste vorderingen heb jij als mislukking aangemerkt, terwijl je sommige van je diepste inzinkingen als succes hebt bestempeld” (T18.V.1:6).

Zonder oordeel naar het ego kijken is een proces dat oefening vergt, omdat het niet gemakkelijk is. Het (schijnbare) leven van het ego is volledig gebaseerd op een oordeel, namelijk het geloof dat de afscheiding een reële en ernstige zonde is die ons onze onschuld en vrede heeft gekost, en dat we die nooit meer terug zullen krijgen. De schuld en angst die het gevolg zijn van dit oordeel, zijn de oorzaak van de manoeuvres van het ego, die in de wereld in talloze vormen worden ervaren. Wanneer deze manoeuvres aan het licht worden gebracht en we onze projecties herkennen, hebben we de neiging ons nog schuldiger en ellendiger te voelen: “. . . zodra schuld wordt teruggehaald van de buitenwereld, is er een sterke neiging die vanbinnen te laten onderduiken. In het begin is het moeilijk in te zien dat dit precies hetzelfde is, want er is geen onderscheid tussen binnen en buiten” (T11.IV.4:5-6). Zoals licht aanvankelijk pijnlijk is voor iemand die blind was, kan aan het licht brengen van het ego pijnlijk zijn. Weerstand om te kijken is een uitdrukking van de wens om gelijk te hebben over de ego-interpretatie van wie we zijn, in plaats van de Identiteit die God ons gegeven heeft. Het oordeel, de schuld, de weerstand en het volhouden gelijk te hebben, dienen ter verdediging van de keuze om afgescheiden te zijn. Ze vervullen doelgericht hun taak om de afscheiding werkelijk te maken. Het is dus niet vreemd dat het moeilijk is om hiernaar te kijken.

De Cursus vraagt ons niet om níét te oordelen, maar om de oordelen die we vellen te erkennen, inclusief de veroordeling van onszelf omdat we oordelen. Dit is een belangrijke stap in het proces van ongedaan maken van de verdedigingsstrategie van het ego, zodat we uiteindelijk een andere keuze kunnen maken. Bereidheid om het ego aan het werk te zien en dit niet te ontkennen, te rechtvaardigen, of iemand anders ervan te beschuldigen, is een manier om niet te oordelen, en tevens een uitnodiging aan de Heilige Geest om onze waarneming te transformeren. Als Degene die het deel van onze denkgeest vertegenwoordigt dat niet gelooft in de egoleugen van afscheiding, kijkt Hij zonder oordeel. Het erkennen van de onjuiste oordelen over onszelf en de wereld, en de bereidheid om niet voor onszelf te beslissen wat iets betekent, verzwakt de verdediging van het ego en stelt ons in staat de “zachte, stille Stem” (T21.V.1:6) van de Heilige Geest te horen, die ons vertelt dat we het mis hebben over de ‘zonde’ van afscheiding. Dit gebeurt niet door toedoen van iets buiten onszelf, noch door een speciale actie van de Heilige Geest, maar door de keuze in onze denkgeest tegen de interpretatie van het ego. Dan vervangt de waarneming van de Heilige Geest automatisch die van ons.

Aangezien we een geloof ongedaan maken in iets dat niet werkelijk bestaat, is er geen reden tot paniek. Jezus zegt vele malen en op veel manieren dat we rustig door moeten gaan met dit proces. In ‘Regels voor beslissingen’ zegt hij: “Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:7), en in het Handboek voor leraren: “… God heeft Zijn Oordeel [de Heilige Geest] gezonden als antwoord op dat van jou. Liefdevol vervangt Zijn Oordeel het jouwe” (H11.3:4-5) [cursivering van ons]. Nogmaals: het enige wat nodig is, is een beetje bereidwilligheid om te erkennen dat wat de Heilige Geest vertegenwoordigt waar is, en de waanzinnige oordelen van het ego, hoe boosaardig en haatdragend ook, niet.